Hier bestaat geen waarom

Met klagen zetten ‘enemy combatants’ op Guantánamo Bay hun strijd voort.

Zo hoort Grunberg in het kamp. Deel 3 van een serie.

„Zijn er hier eigenlijk ook gevangenen die beweren geen moslim te zijn?” vraagt mijn collega van The Daily Telegraph. We zitten in een bus op weg naar de gevangeniskampen van Guantánamo Bay (‘Gitmo’). Drie journalisten, een kapitein en een staff sergeant van het Amerikaanse leger, en ik. „Goede vraag”, zegt kapitein Byer. Vanaf nu zullen onze vragen worden opgedeeld in goed en niet zo goed.

Wie een goede vraag stelt, krijgt te horen: goede vraag. Wie een minder goede vraag stelt krijgt niets te horen. Hij krijgt gewoon antwoord of wat op deze plaats doorgaat voor een antwoord. Zoals Primo Levi ooit uit de mond van een bewaker optekende: „Es gibt hier kein Warum.” „Ja, koshere maaltijden worden hier niet geserveerd”, zegt kapitein Byer. Gelach. Er wordt veel gelachen. We proberen de stemming erin te houden.

Voor we de kampen werkelijk zullen betreden, krijgen we nog een briefing in een soort van geïmproviseerde huiskamer. Compleet met PowerPoint-presentatie. „We volgen de Geneefse Conventie zo nauwgezet als we kunnen”, zegt kapitein Byer nadat hij de laptop heeft geopend. De airconditioning staat overdreven hard aan. De enemy combatants (EC’s) hier zijn officieel geen krijgsgevangen en worden daarom nooit aangeduid als prisoner, uitsluitend als detainee. Oorlog is ook een semantische kwestie.

In praktijk betekent dit dat het verdrag van Genève à la carte wordt gevolgd. De lekkere hapjes worden eruit gepikt. „Iedereen komt hier”, zegt kalitein Byer. De FBI, de CIA, ik weet het niet precies. Maar alle verschillende organisaties werken samen, en delen alle informatie met elkaar.” In praktijk valt het met die samenwerking mee. De eerste berichten over de ruwe behandeling van gevangenen tijdens ondervragingen werden onder andere naar buiten gebracht door medewerkers van de FBI, die deze behandeling contraproductief vonden.

Kapitein Byer noemt Het Manchester-document. Dat is een in het jaar 2000 in Manchester gevonden ‘handboek’ voor islamitische strijders, jihadis. Het adviseert de strijders onder meer om in gevangenschap te klagen over marteling en slechte behandeling, en hongerstaking te overwegen. Dit document wordt door het Amerikaanse leger als argument aangevoerd dat klachten van de gevangenen, geruchten over marteling, en de hongerstakingen zelf deel uitmaken van de psychologische oorlogsvoering van de vijand.

„Het is hier koud”, merkt Michelle van de Toronto Star op. „Kan die airco wat lager.” Kapitein Byer schudt zijn hoofd. „Wij vinden het wel lekker”, zegt hij. „In de nieuwe kampen waar ze airco hebben, klagen de gevangenen ook over kou. Ze zijn natuurlijk de tropen gewend. Maar dan geven we ze gewaden met lange mouwen.”

De kapitein buigt zich over zijn laptop om de PowerPoint-presentatie voort te zetten. „En we hebben natuurlijk de opstand in Camp 4 gehad”, verklaart de kapitein met een stem die steeds vermoeider klinkt. De opstand in Camp 4 verleden jaar mei duurde acht minuten en begon in Camp 1 toen daar een gevangene bewusteloos werd aangetroffen. De bewusteloze gevangene had een overdosis medicijnen genomen.

Kort daarop brak in Camp 4 de opstand uit. In Camp 4 bevonden en bevinden zich gevangenen die meegaand zijn. Zeg: getemd. Zij zijn te herkennen aan de kleur van hun gewaden: wit. Gevangenen die minder goed getemd zijn dragen beige gewaden. En de gevangenen die nog wild zijn, gaan gekleed in oranje gewaden. Het is mogelijk in een maand of drie te klimmen van een totaal niet gedomesticeerde naar een bijzonder gedomesticeerde gevangene.

De opstand brak uit in een recreatieruime die men zich moet voorstellen als een recreatiekooi. De gevangenen hadden een laken voor de videocamera gehangen. De vloer hadden ze ingezeept met een mengsel van poep, urine, en zeep. Bij problemen met de gevangenen wordt de Initial Reaction Force (IRF) geroepen, een groepje van vijf man, zonder vuurwapens – geen van de bewakers heeft een vuurwapen – maar met schilden en dergelijke, die een cel binnengaan om de gevangene te bedwingen. Soms breken ze per ongeluk een arm van een gevangene.

Omdat de vloer van de recreatiekooi spekglad was gleed de IRF uit. Daarna is versterking geroepen. Er is ook met rubberkogels op de opstandige gevangenen geschoten. Door deze opstand is het denken over de gevangenen veranderd. De leiding is tot de conclusie gekomen dat er geen terroristen bestaan voor wie medium-security genoeg is.

Curieus is dat de gevangene die een overdosis medicijnen had genomen zelf niet om die medicijnen had verzocht. „Hoe kwam hij dan aan die medicijnen?” informeer ik. „Zijn er corrupte bewakers?” Voor het eerst verliest kapitein Byer zijn geduld. „Houd toch op met die onzin”, roep hij. Hij blaast als een kat. „Ik word doodmoe van jullie vragen. Ik kan er niet meer tegen.” Ik heb medelijden met kapitein Byer.

Nu is het nog altijd niet duidelijk hoe de gevangenen aan die medicijnen kwamen. Het officiële antwoord luidt: „Het onderzoek loopt nog.” Elk kamp, elke gevangenis heeft een zwarte markt. De zwarte markt van Gitmo blijft voor ons verborgen. Kapitein Byer herneemt zich. „Wie zich misdraagt verliest zijn privileges”, verklaart hij. En wij begrijpen: zo is het overal. Op die wet is de samenleving gebouwd.

Lees deel vorige afleveringen op www.nrc.nl/kunst