Geef ons heden ons dagelijks Nieuw Leren

De aanhangers van het Nieuwe Leren vertonen alle kenmerken van gelovigen.

En deze gelovigen moeten we bijzonder serieus nemen.

Eén van de vervelende eigenschappen van gelovigen is dat ze in het algemeen niet luisteren naar argumenten die niet in hun straatje te pas komen. Of je nu te maken hebt met aanhangers van de genadeleer van Marx en Lenin, van de Mac-computer of van het competentiegericht leren, met rabiate atheïsten van het type Richard Dawkins of met volgelingen van een van de wereldgodsdiensten, zij hebben allen hun eigen wijsheid in pacht en hebben zich gepantserd tegen argumenten van opponenten.

Welbeschouwd is dat begrijpelijk: waarom zouden ze luisteren, ze hebben immers hun geloof. Maar het maakt een gesprek haast onmogelijk. Wanneer er bij mij op zaterdagochtend in alle vroegte aan de deur wordt gebeld, dan weet ik doorgaans hoe laat het is, en dan doe ik niet open.

De ware gelovige is zozeer overtuigd van zijn gelijk – veel meer dan de vaak toch wat wankelmoedige ongelovige – dat hij zich in het geheel niet kan voorstellen dat wie kennis neemt van de leer, die niettemin blijft afwijzen. De leer kennen is de leer aanhangen, en wie de leer niettemin blijft afwijzen, wordt beschouwd ofwel als bijzonder dom ofwel als bijzonder slecht.

Aanhangers van diverse vormen van onderwijsvernieuwing willen dat je komt kijken op hun scholen, om met eigen ogen te constateren dat alleen langs hún geloof de juiste weg leidt naar de educatieve waarheid.

De aanhangers van het Nieuwe Leren vertonen alle kenmerken van een sekte. Ik zal dat laten zien aan de hand van een artikel in deze krant van afgelopen woensdag 14 februari onder de kop ‘Je bent vóór of je bent tegen’. In het bedoelde artikel komt uitvoerig Luc Stevens aan het woord, emeritus hoogleraar orthopedagogiek. Zijn betoog, voorzover dat uit het artikel valt te destilleren, is typerend voor de stijl van redeneren van de sektariër. Goede reden om die stijl eens stap voor stap door te nemen.

1 Het betoog van de sektariër begint meestal met een bezweringsformule waarin gesteld wordt dat de verandering onvermijdelijk zal komen, wat de tegenstanders ook in het werk zullen stellen. In dit geval luidde die formule van Stevens: „Maar het nieuwe leren is onafwendbaar”. Uit dit primaire axioma, de onvermijdelijke komst van het heil, volgt logischerwijs...

2 De de tegenstander, ofwel dom, ofwel slecht, misschien angstig en in ieder geval conservatief is. Stevens: „Leraren hebben de aansluiting gemist met wat er in de samenleving gebeurt.” Problemen bij het doorvoeren van de gewenste verandering wijzen niet op feilen in de leer (hoe zou het ook?) maar op aanpassingsproblemen van het oude systeem.

3 Het propageren van het eigen gelijk gaat in het algemeen samen met verdachtmakingen aan het adres van de tegenstander. „Natuurlijk zijn ze [leraren, red.] ontevreden over het nieuwe leren, want die ontwikkeling gaat ten koste van hun centrale positie”, aldus hoogleraar Stevens.

4 Vervolgens krijg je meestal de, ook vrij gebruikelijke, scheldpartij tegen die „zogenaamde intellectuelen”; in het artikel ben ik dát niet tegen gekomen.

Stevens’ beweringen kunnen de lezer ertoe uitnodigen ofwel ze met argumenten te weerleggen, ofwel er schouderophalend kennis van te nemen en over te gaan tot de orde van de dag.

Het eerste is zinloos. En het tweede, geen aandacht schenken aan de standpunten van de sekte omdat ze zo waarzinnig zijn, is niet verstandig. In dit verband is het van belang erop te wijzen dat aanhangers van het Nieuwe Leren overal in het onderwijsveld zijn geïnfiltreerd. Sla een willekeurige brochure op van één van de pedagogische studiecentra (op algemene, protestants-christelijke of rooms-katholieke grondslag) of bezoek een pedagogische academie waar ook in het land en je kunt dat feit met eigen ogen bevestigd zien.

Zeer terecht merkt een lezer in een ingezonden brief elders in dezelfde krant van 14 februari op, dat de pedagogische instituten de bron van de ellende in het onderwijs zijn. Zij bedenken vrijwel nooit iets nieuws en nemen elkaars standpunten kritiekloos over. Die unanimiteit van de pedagogische instituten lijkt extra gezag te geven aan de leerstellingen van het Nieuwe Leren.

We moeten de sekte dan ook bijzonder serieus nemen. In het Nederlandse onderwijs heeft zich in de afgelopen decennia een revolutie voltrokken, en zoals na de meeste revoluties, is een restauratie niet eenvoudig. Straks zal een nieuw kabinet één miljard extra gaan investeren in het onderwijs. Waar gaat al dat geld naar toe? Toch alsjeblieft niet naar een nieuw onderzoek door één van die studiecentra, of naar weer nieuwe inspirerende onderwijsexperimenten? Mag het nu misschien een keer naar salarisverhoging voor docenten die bereid zijn om zich vakinhoudelijk, op een misschien wel wat verouderde wijze te laten bijscholen? Misschien zou dat een begin kunnen zijn.

Jan Blokker jr. is historicus, was rector van een school in Hoorn en is co-auteur van het boek ‘Er was eens een God. Bijbelse geschiedenis.’