Een nummertje voor een kaart

Clark Accord: Bingo! Nijgh & Van Ditmar, 236 blz. € 18,95

‘Bingo is eigenlijk ook alleen maar vernietiging,’ verzucht Leanda, de hoofdpersoon van de derde roman van Clark Accord. De 49-jarige Surinaamse uit Hoogvliet is verslaafd aan het ‘geldverslindende tijdverdrijf’. Liefst iedere dag begeeft ze zich naar een groezelige bingohal, om daar in het gezelschap van andere armen en maatschappelijk vertrapten zo snel mogelijk de cijfers op haar kaarten af te kruisen. Alles voor ‘de kriebel diep vanbinnen, die alleen maar ontsnapt als ze luidkeels de overwinning opeist.’

Leanda komt uit Hoogvliet, maar omdat Rotterdam uit goedbedoeld paternalisme de bingohallen uit de stad heeft geweerd, moet ze met de bingobus naar Amsterdam om haar kick te halen. Wij volgen haar op een koude, regenachtige avond, die in veel opzichten de dag van de waarheid zal worden. Niet alleen omdat het winnen van de jackpot dit keer voor Leanda van levensbelang is, maar ook omdat ze aan de bingotafel na vijf lange jaren weer geconfronteerd wordt met de man die haar om mysterieuze redenen verliet.

Toch gaat de aandacht in Bingo! minder uit naar Leanda dan naar het spel zelf. Accord laat zien hoezeer ‘de golfbaan van de armen’ in de Randstad vooral onder Surinaamse Nederlanders een manier van leven is. De mensen met wie je bingoot zijn – in een wereld van gebroken gezinnen en pure eenzaamheid – een tweede familie, met wie je kunt lachen en huilen en aan wie je je heerlijk kunt ergeren. Minder positief zijn de gevolgen van de verslaving aan de dure bingokaarten: ontwrichting van eenoudergezinnen door afwezige moeders, schulden die kunnen leiden tot huisuitzetting, en zelfs prostitutie. Schokkend zijn Accords beschrijvingen van de ‘jagers’ die aan de bar van de bingohal wachten op wanhopige vrouwen en meisjes die voor kaarten van een paar tientjes bereid zijn een nummertje te maken in de wc’s.

Het wereldje van de hardcore bingo, dat de meeste lezers onbekend zal zijn, leent zich uitstekend voor een journalistieke reportage of een populair-antropologisch onderzoek (‘Hoe de bingo verdween uit Rotterdam’). Misschien leent het zich ook wel voor een roman, maar dan niet een die geschreven is door Clark Accord. De plot van Bingo!, waarvan je de ontknoping al lang van tevoren ziet aankomen, is voor een kort verhaal genoeg, maar werkt niet in een roman van tweehonderd bladzijden. Het proza zit vol herhalingen (die vaak ook clichés zijn), het vertelperspectief verspringt op een onbeholpen manier van personage naar personage, en de dialogen waarmee het boek volstaat zijn onnatuurlijk. Pure schrijftaal (‘Verder zijn er geruchten over belastingonduiking en over mensen die hun kinderen verwaarlozen’) wordt doorspekt met vlot Surinaams-Nederlands en Sranantongo, dat veel te nadrukkelijk overkomt omdat het in de tekst gecursiveerd is – zelfs als we de betekenis ervan gemakkelijk kunnen opmaken uit de context.

Stijl is niet Accords sterkste kant. Dat was al duidelijk in de originele roman De koningin van Paramaribo, waarmee Accord in 1999 debuteerde. Zijn kracht zit ’m in het vinden en documenteren van een geweldig onderwerp. Zeven jaar geleden was dat de carrière van een invloedrijke prostituee in Suriname, nu is het een fascinerende subcultuur bij ons om de hoek. Je zou de bingo een waardiger chroniqueur toewensen.

    • Pieter Steinz