Een alziende blik op de wereld

Honderden kranten dissen wereldwijd op één enkele dag talloze minuscule verhalen op. Olivier Rolin maakte er een vreemdsoortige tragedie van.

Klok Foto Rien Zilvold utrecht domtoren verwijdering domklok foto rien zilvold Zilvold, Rien

Olivier Rolin: De uitvinding van de wereld. Uit het Frans vertaald door Katelijne De Vuyst en Marij Elias. IJzer, 509 blz. €29,50

Achtenveertig hoofdstukken telt de roman De uitvinding van de wereld van de Franse schrijver Olivier Rolin: evenveel als het aantal uren dat een dag op aarde duurt. Geen vierentwintig, dus, want in de loop van de dag schuift de datum ook nog eens in vierentwintig zones van oost naar west over het aardoppervlak. Samen maakt dat achtenveertig uur, tussen het moment waarop een kalenderdag bij de datumgrens begint en dat waarop hij, aan de andere kant ervan, definitief verleden tijd wordt.

Zo aarde-omspannend als de dagrekening bij Rolin is, zo alles-omarmend is ook zijn roman. Niet minder dan de hele wereld tracht hij erin samen te vatten, alles wat tussen oost naar west is voorgevallen van begin tot einde van die ene dag die het boek beslaat: 21 maart 1989. Dat heeft een boek opgeleverd dat even imposant als bedwelmend is. Vele honderden verhalen, voorvallen, faits divers, grote en kleine drama’s laat Rolin op zijn pagina’s passeren. Moorden, branden, ongelukken, maar ook geslaagde reddingen, sporttriomfen, loterijgeluk, verschijningen van de Heilige Maagd en missverkiezingen wisselen elkaar in ademloos tempo af, zonder ook maar één ogenblik te vervelen.

Ter voorbereiding van zijn titanenwerk las Rolin bijna vijfhonderd kranten, allemaal van 22 maart 1989, waarin op plaatselijk niveau de gebeurtenissen van de vorige dag tot in de kleinste details beschreven werden. Ze waren afkomstig van over de hele wereld, geschreven in 31 verschillende talen en werden bijeengebracht door een netwerk van meer dan 150 correspondenten. Uitgeplozen, geanalyseerd en gerubriceerd leverden zij het ruwe materiaal voor Rolins wereldbeschrijving.

Daarbij ging het niet alleen om nieuwsberichten, maar ook om filmladders, rouwannonces, contactzoekertjes, weerberichten, wisselkoerslijsten, advertenties en persfoto’s. Elk van hen verborg een klein verhaal of kon aan de honderden minidrama’s die Rolin weergeeft een extra detail toevoegen. Als een speurend, alziend oog dwaalt de verteller van De uitvinding van de wereld over het aardoppervlak, meestal op straathoogte maar soms kijkt hij ook vanuit een satellietstandpunt of zelfs vanuit de onderwereld.

De wereld samengevat in één blik of één dag is in de literatuur eerder vertoond. Jorge Luis Borges tekende in zijn verhaal De Aleph voor de éne blik die alles zag, James Joyce in Ulysses voor de éne dag waarin niet alleen het hele menselijke bedrijf maar ook alle manieren om daarvan te verhalen werden samengevat. Niet toevallig komen beiden in De uitvinding van de wereld al snel om de hoek gluren. Want Rolins roman is niet alleen een inventaris van alle mogelijke wederwaardigheden uit het dagelijks leven. Hij vat op zijn beurt ook de literatuurgeschiedenis samen.

Verwijzingen naar grotere en minder grote werken van Ovidius tot Melville, van de Bhagavad Gita tot Calderón, citaten, opduikende romanpersonages en zelfs hele plots maken dit boek tot een groot feest van herkenning en een bijna onuitputtelijk literair zoekplaatje. Ook stijlcitaten – zo zegt Rolin in zijn nawoord – zijn in dit boek veelvuldig verwerkt, maar daarbij speelt zijn eigen barokke gebruik van taal en beelden hem parten. Achter die overdaad verdwijnt het taaleigen van de beoogde pastiches al snel uit zicht. De hypnotiserende kracht van de woorden die Rolin in eindeloze reeksen op de lezer afvuurt doen wellicht nog het meest denken aan het ene literaire meesterwerk waarnaar Rolin nergens verwijst, ook al wordt ook dát door het tijdsbestek van precies één dag bijeengehouden: Dylan Thomas’ hoorspeltekst Under Milk Wood.

Verre van een geestdodende lijst van gemengde berichten en kale feiten te zijn, wordt De uitvinding van de wereld onder het lezen een steeds krachtiger maalstroom die de lezer alsmaar verder meesleept en meer weet te boeien. Met onmerkbare en juist daardoor zulke knappe kunstgreepjes neemt Rolin hem moeiteloos mee van een Mexicaanse autobusrace naar een zich in de buurt afspelende bokswedstrijd en hij mengt het verloop van beide evenementen op fascinerende en toch steeds heldere wijze door elkaar. De bevalling van een dakloze vrouw in de New Yorkse metro gaat naadloos over in de gruwelijkste kindermoorden in Freetown of Lahore. De openingsceremonie van de Week van de Jeugd in Malawi staat broederlijk naast de ontvangst van een delegatie van Nederlandse plantenkwekers door paus Johannes Paulus II.

Uit dat soort voorvallen is Rolins wereld opgebouwd. Alles wat abstracter is dan wisselkoersen of weersvoorspellingen ontbreekt bij hem. Politiek (voor zover ze niet neerkomt op corruptie of affaires), economische conjunctuur of intellectueel debat onttrekt zich nu eenmaal aan de faits divers. In De uitvinding van de wereld bestaat de realiteit uit tastbare feiten, die als gevolg van Rolins werkwijze voornamelijk nogal smoezelig, gruwelijk en een enkele keer tuttig van aard zijn.

Een stralend wereldbeeld rijst daar niet uit op, maar voor het opwekken van warme gevoelens is de literatuur niet gemaakt, zo laat Rolin zijn vertellende ik-figuur opmerken. Diens woordenstroom wordt soms onderbroken door een mopperende criticaster, die alle clichés van de populaire ‘gemiddelde smaak’ opdist. Een schrijver moet een duidelijk en herkenbaar, opbouwend verhaal vertellen en een boek dat is opgebouwd uit politieverslagen en krantenknipsels kan nooit een behoorlijke roman worden. Dat zijn de banaliteiten van deze ‘dr. Fix’ die door Rolin keer op keer naar de duivel wordt gewenst. Ook daarbij is de literatuurgeschiedenis niet ver weg. Het personage van Fix is ontleend aan Jules Verne’s Reis om de wereld in tachtig dagen, waarin hij ook al zo’n zeurderige lastpak was.

Toch is Rolin niet zonder mededogen. In zijn nawoord bekent hij zelfs één voorval van die 21ste maart uit zijn boek te hebben weggehouden, omdat het verhaal hem te zeer tegen de borst stuitte. En ook in zijn opsomming van al het leed dat ten onrechte voor ‘klein’ doorgaat, betoont hij zich voortdurend bewust van het feit dat dat nooit zo is voor degenen die het werkelijk betreft. De litanieën waarin de alledaagse gruwel van Japan tot Brazilië steeds maar weer hetzelfde blijkt – zoals Rolin uitentreuren in zijn boek benadrukt – stompen niet af maar weten juist in hun herhaling compassie te wekken voor een menselijk tekort dat niemand spaart.

Meer dan een roman is De uitvinding van de wereld daarom een eigenaardig soort tragedie. In de honderden berichten en zich aaneenrijgende signalementen betoont de wereld zich weliswaar overwegend een treurige aangelegenheid, maar dankzij Rolins meeslepende wijze van schrijven wordt de pijn daarover tegelijk gedempt. Opgenomen in een literaire betovering die alsmaar onweerstaanbaarder wordt, omarmt de lezer in dit wereldboek de werkelijkheid in en dankzij de woorden die daarover vertellen en er tenslotte mee samenvallen. Om een dergelijke catharsis was het ook de tragedie van oudsher te doen.

In zijn bitterzoete mateloosheid is De uitvinding van de wereld met geen enkel ander boek te vergelijken. Plot, karakterontwikkeling, intrige en alles wat een roman verder nog nodig heeft ontbreken. In plaats daarvan kolkt en stroomt het vijfhonderd bladzijden lang, met een kracht waaraan men zich alleen maar kan overgeven. Wie zich in dit boek begeeft is reddeloos verloren – en maalt om geen redding meer.