‘Democratie is in Irak een vies woord geworden’

Saddam Hussein was ook zonder oorlog wel gevallen, zegt de Iraakse schrijfster Haifa Zangana. Nu is Irak er slechter aan toe dan onder Saddam. De vrouwen zijn als eersten geofferd.

Haifa Zangana Foto BRussells Tribunal Haifa Zangana PHOTO: Brussels Tribunal Brussels Tribunal

Haifa Zangana werd in de jaren zeventig als laatste van haar communistische oppositiegroep door de Iraakse autoriteiten opgepakt. Ze werd gefolterd – geslagen, geschopt, naakt voor mannen neergezet en met haar gemartelde partijgenoten geconfronteerd. „Ik kon ze niet herkennen, zó waren ze mishandeld”, zegt ze. Toch was Zangana tegenstander van de Amerikaans-Britse invasie van Irak in 2003 om het bewind van Saddam Hussein, ook in haar tijd al sterke man van het regime, omver te werpen. „Ik was niet tegen Saddams val, maar oorlog is onvoorspelbaar. Het medicijn mag het lichaam niet schaden.”

Haifa Zangana, een kleine, levendige vrouw die in 1950 werd geboren in een Koerdische middenklassefamilie in Bagdad, ging in de politiek omdat ze het leuk vond „dingen te veranderen”. Bij de communisten kwam ze terecht wegens „hun ideeën van rechtvaardigheid”. Na haar vrijlating uit de gevangenis vertrok ze uit Irak.

Ze woont in Londen en schrijft boeken – in april komt haar nieuwe roman uit, Women on a journey, between Baghdad and London (University of Texas Press). En ze is in „wel honderd” organisaties actief. Voor de Arabische wereld in het algemeen (ze zat in de adviesraad van het laatste Arab Human Development Report, over de toestand van de Arabische vrouwen) en voor Irak in het bijzonder.

Zangana is politiek onafhankelijk zegt ze, het communisme heeft ze achter zich gelaten met haar vertrek uit Irak in de jaren zeventig. Ze onderhoudt contacten in Irak en bezoekt het land van tijd tot tijd, maar wil daar om veiligheidsredenen geen bijzonderheden over geven. Deze week bracht ze een bezoek aan Den Haag.

Het Iraakse volk, zegt Zangana, had al te veel oorlogen achter de rug om nóg een oorlog te kunnen verduren. En op die oorlogen waren nog dertien jaar internationale handelssancties gevolgd, „een verschrikkelijke periode in het leven van de Irakezen: zelfs rijke families zijn daardoor tot de bedelstaf gebracht.” Het was volgens haar ook zonder invasie mogelijk geweest van Saddam Hussein af te komen. „Hij was verzwakt onder het sanctieregime, er waren belangrijke veranderingen aan de gang. De binnenlandse strijd had tot resultaten kunnen leiden.”

Nu is Irak er nog slechter aan toe dan onder Saddam. Met name de vrouwen, zegt ze, „die zijn al eersten geofferd”. Veel meisjes worden thuisgehouden van school en universiteit, omdat het op straat zo onveilig is en omdat hun ouders geen geld meer hebben door de grote werkloosheid. Bovendien is er steeds minder werk voor vrouwen. In de overheid, onder Saddam en nu nog steeds veruit de grootste werkgever, worden vrouwen terzijde geschoven omdat de banen nu per sekte worden verdeeld. Milities zijn de baas, en daarin spelen vrouwen geen rol.

Onderwijs en gezondheidszorg waren sectoren die de seculiere, socialistische Ba’ath, met zijn ideaalbeeld van een nieuwe Arabische mens, in zijn begintijd aan de macht in Irak zeer ter harte gingen. Veel Arabische leiders zijn geschoold op de universiteit van Bagdad, zegt Zangana, waar ze zelf ook heeft gestudeerd. In de sanctiejaren begon de verloedering al: geen geld. Het geweld heeft een nieuwe klap uitgedeeld. Ze wijst ook op de vernietigende werking van de corruptie: „Miljarden ponden verdwijnen in een zwart gat. De Britten wijzen er altijd op dat het zuiden van Irak stabieler is. Toch is er geen schoon water. En in een brief in The Independent schreven Iraakse en Britse artsen dat ook ziekenhuizen in relatief veilige gebieden de meest fundamentele spullen missen.”

Wat nog steeds niet definitief is geregeld, is of het islamitisch familierecht onverkort wordt doorgevoerd. Daardoor zouden vrouwen op het gebied van erfrecht, voogdij over kinderen en echtscheiding tot tweederangsburgers worden gedegradeerd. De oude familiewet van 1959, inclusief echtscheidingsrecht voor vrouwen, was indertijd de meest verlichte in de Arabische wereld. De wet is in de loop der jaren aangepast, maar nog steeds geldt zij als tamelijk progressief.

Maar, zegt Zangara, vrouwen zijn op dit moment te zeer bezig met overleven om zich daarover ook nog zorgen te maken. „De regering dreigt de voedselrantsoenen af te schaffen waarvan 16 miljoen Irakezen afhankelijk zijn. Dat is een grotere bedreiging dan de shari’a.”

Hoe komt het dat het toch relatief seculiere Irak van Saddam Hussein in zo korte tijd kon veranderen in een moslimfundamentalistische staat? „Dat gaat terug tot de Iraanse islamitische revolutie van 1979. Toen Saddam Hussein aan de macht kwam was zijn regime volledig seculier. Maar om de invloed van de islamitische revolutie teniet te doen, lanceerde hij een campagne om het geloof te propageren. Veel vrouwen begonnen toen de hejab te dragen. In de jaren zeventig was er op de universiteit misschien één meisje in hejab, en dat werd dan als vreemd beschouwd, maar geleidelijk rukte de hejab op.

„Onder de sancties die in 1990 werden opgelegd, voelden de mensen zich hulpeloos en zochten ze hun toevlucht in religie, zoals vaak gebeurt in een crisis. De politieke partijen die in het kielzog van de bezettingstroepen zijn opgekomen, zijn sektarisch en moedigen een fundamentalistische islam aan. Dus het is geen abrupte verandering.”

Haifa Zangana verwacht voorlopig geen goed nieuws uit Irak. „Meer geweld. En democratie is door het optreden van Amerika en Groot-Brittannië een vies woord geworden. De mensen willen geen democratie meer. We zouden wel eens met een militair bewind kunnen eindigen.”