Dante was beloofd, en ik krijg Odysseus

De titel van Marcel Mörings roman verwijst naar Dante. Maar hoe zit dat met het boek zelf? Een Dante-vertaler gaat op zoek.

Marcel Möring: Dis

Dis. De titel van het boek en de tekeningen op de binnenflappen van de kaft beloofden mij Dante. Ik begon dus nieuwsgierig te lezen en las gretig over een aantal hinderlijke schrijfkunstige en typografische trucjes heen om zo snel mogelijk in het verhaal te duiken. Vele pagina’s lang verdiepte ik mij in het leven van een zekere Jakob Noach, zo interessant dat ik Dante helemaal vergat. Maar op pagina 82 voelt Jakob zich ineens een Odysseus die in Ithaca aankomt. Wat moet die Odysseus daar met zijn Ithaca? Mij was Dante beloofd. Volgens Dante is Odysseus nooit naar Ithaca teruggekeerd, maar brandt hij als een vlam in de achtste folterkloof, waar de slechte raadgevers gestraft worden: hij had zijn reisgenoten aangespoord om tussen de Zuilen van Hercules door de voor stervelingen verboden oceaan op te varen, op zoek naar kennis, waarna het Noodlot hun scheepje deed vergaan.

Goed, ik lees dapper voort. Maar de verhaallijn wordt doorbroken, er wordt een tweede, veel minder interessante hoofdpersoon geïntroduceerd, en vervolgens doet de schrijver vele pagina’s lang zijn best om mij het lezen zo moeilijk mogelijk te maken. Toch zet ik door, en pas op pagina 228 gaat het mis. Is dit een imitatie van Ulysses of zo? Wat doet zo’n hoofdstuk over een dromerige verslaggever van de Provinciale Drentsche en Asser Courant hier? En zo’n hoofdstuk van veertien pagina’s dat uit één lange zin bestaat? Waar blijft Dante? Waar blijft Dis? Heeft Marcel Möring het wansmakelijke idee gehad om de luidruchtige samenkomst van motorrijders die voor hun plezier een paar dagen naar Assen komen te vergelijken met een hel waarin mensen eeuwigdurend en verschrikkelijk worden gestraft? En waarom verwart hij ons met verwijzingen naar Orpheus en Eurydice, Circe en Nausicaä, en met een hoofdstukje over een godsdienstwaanzinnige? Is die erbij gehaald omdat godsdienstwaanzinnigen goed verkopen in Nederland?

Aangeland op pagina 343 weet ik hoe het anders had gemoeten: Möring had drie boeken moeten schrijven. Eén over de interessante geschiedenis van Jakob Noach, één over het veel minder interessante gemoedsleven van Marcus Kolpa (dat ik dan ongelezen had kunnen laten) en één over Assen, dat hij ‘een op schuld gebouwd stadje in een schuldig landschap’ noemt. Maar dat wilde Möring niet. In een interview sprak hij over zijn angst om te vervallen in de well-made novel. ‘Iedereen kan een succesvolle roman schrijven met een begin, een midden en een eind,’ meende hij. Ach Marcel, was dat maar waar! Niet iedereen kan zo’n boek schrijven. Het allermooiste boek over een op schuld gebouwd stadje in een schuldig landschap is ‘Het verhaal van Ferrara’ van de Italiaanse schrijver Giorgio Bassani. Zo’n boek kan bijna niemand schrijven.

Maar goed, ik ging voort door dit duistere woud, op zoek naar Dis. Om zijn keuze van die titel te verklaren aan de minder erudiete lezer sleept Möring op pagina 439 de Italiaanse motorrijdster Antonia er aan de haren bij. Eerder in het boek ging Marcus even met haar naar bed en nu herinnert hij zich een gesprek dat hij ooit met haar gevoerd heeft over Dante. Natuurlijk had Antonia op school Dante moeten lezen, maar de stad Dis kende ze niet (misschien omdat die in het Italiaans Dite heet, maar dat lijkt me wel heel erg dom). Dit geeft hem de gelegenheid om uit te leggen dat Dis een stad in de hel is, de stad ‘waar alle zwaktes bijeenkomen’. Verheugd geeft de pedante Marcus haar (en ons) dan zijn banale visie op de hel van Dante. Hij zegt: ‘Vergeet het Purgatorio, laat het Paradiso ongelezen. In de hel zitten de mensen die je zou willen kennen. De verliezers, de zwakkelingen, zij die niet passen, de durfallen, de non-conformisten, de vrijheidslievenden. [...] In de hel zitten ze allemaal aan een lange bar en roken sigaren. De vrouwen dansen en vloeken en zingen en praten over Michelangelo en de mannen drinken mezcal en kletsen over de monologue intérieur en Malcolm Lowry en Deep Throat. Joyce is er, met zijn ooglapje, en Flaubert, en onze Nederlandse Multatuli, en Picasso, en Beckett.’

Goed, laat ik me niet opwinden. Ik had het kunnen weten. De meeste schrijvers die zeggen dat ze zich door Dante hebben laten inspireren, scheppen alleen maar op. Möring gebruikt de naam van Dante ijdel (én de namen van Lowry, Joyce, Flaubert, Multatuli, Beckett). Hij zal voor zijn hoogmoed gestraft worden: na zijn dood mag hij niet naar de hel, maar zal hij eeuwenlang moeten boeten op de eerste omgang van de louteringsberg, waar de hovaardigen rondgaan, gebogen onder een last van stenen.

Aan een vertaler wordt strijk-en-zet gevraagd: ‘Wanneer schrijf je zelf een boek?’ Mijn antwoord is dan altijd: ‘Ik heb niets belangwekkends te melden, terwijl stapels schitterende boeken op vertaling wachten.’ Waarom denken zoveel mensen dat ze iets belangwekkends te melden hebben?