Bij goede songs komt het publiek vanzelf

„Wij zijn een stel vrienden die snel hebben uitgevonden hoe de muziekwereld in elkaar steekt.”

Hun grootste ambitie: de beste band van Sheffield zijn.

Little Man Tate, van links naar rechts: Ben Surtees, Dan Fields, Jon Windle, Maz Marriott.

Afgunst, broodnijd, kinnesinne. Morrissey zong het al in We hate it when our friends become succesful: popmuzikanten uit de noordelijke Engelse provincies houden er niet van als rivaliserende bands naar Londen vertrekken om daar vette contracten te tekenen en succes te oogsten. Zie je wel, zullen ze zeggen als de groep in kwestie met hangende pootjes terugkeert na een mislukt avontuur, ik heb altijd al gezegd dat je muziek niet deugt. Het staat allemaal treffend opgetekend in Man I hate your band van Little Man Tate, een van de leukste Britrocksongs van vorig jaar en de voorbode van hun ijzersterke debuutalbum About What You Know.

Gitaarband Little Man Tate uit Sheffield is genoemd naar de gelijknamige speelfilm uit 1991 waarin een zevenjarig genie verstrikt dreigt te raken in de machtsstrijd tussen zijn ambitieuze schooldirecteur en een moeder die hem een normaal leven gunt. „It’s not about what you know,” houdt de moeder (Jodie Foster) haar slimme zoontje voor, „it’s about what you understand.” Toepasselijk voor de band, vindt zanger/gitarist Jon Windle. „Wij zijn een stel vrienden die in korte tijd hebben uitgevonden hoe de muziekwereld in elkaar steekt. Het doet er niet toe hoeveel belangrijke mensen je kent. Het gaat er om hoe je alle kansen benut om je muziek onder de mensen te brengen. Als de songs goed zijn, komt het publiek vanzelf.”

Ondanks snerpende gitaren en stormachtige ritmes houdt Little Man Tate een toegankelijk popgevoel hoog dat herinnert aan punk- en new wave-fenomenen als Buzzcocks, Undertones en Only Ones, bands die allang over hun hoogtepunt waren toen de LMT-leden (allemaal vroege twintigers) geboren werden. Jon Windle, gitarist Maz Marriott, drummer Dan Fields en bassist Ben Surtees kennen elkaar van school en van de voetbaltribune. Nadat ze hun instrumenten leerden bespelen, werd het al snel hun grootste ambitie de beste band van Sheffield te worden. Een paar jaar geleden zou dat hebben geklonken als een sympathiek en loffelijk streven, maar na het succes van andere Sheffield-bands The Long Blondes, Bromheads Jacket en vooral The Arctic Monkeys heeft zo’n beginselverklaring een nieuwe, hoog gegrepen pretentie. „Ach,” zegt Maz Marriott sussend, „van huis uit heb ik de mentaliteit meegekregen dat je maar beter bescheiden kunt blijven. De energie die Londense muzikanten in hun arrogante houding steken, zit bij ons in de muziek”.

Het outsider-gevoel speelt een belangrijke rol in de opkomst van Sheffield als muziekstad, zegt Jon Windle. „Kijk naar Liverpool, Manchester en Leeds, steden die ook regelmatig het centrum zijn van een bruisende scene. Hoe afgelegen ze ook mogen liggen van de hoofdstad, er zijn altijd concertzalen en oefencentra waar het wemelt van de veelbelovende bands. In Sheffield groeide ik op met kennis van onze rock & roll-historie. Mijn moeder is nog bruidsmeisje geweest bij een huwelijk waar Joe Cocker een van de getuigen was. With a little help from my friends was toen al een wereldhit geweest. Nog voordat je als klein jongetje via de platenkast van je ouders geïmponeerd kon raken door de geweldige stem van die man, zag je hem in de supermarkt een winkelwagentje voortduwen. Dat nam de magie van de muziek niet weg, maar het bracht het idee wel dichterbij dat je zelf een gooi naar succes kon doen.”

Stadgenoot Jarvis Cocker van Pulp (geen familie van Joe) liet zich kritisch uit over Little Man Tate, „een band die geen betere tekstonderwerpen kan verzinnen dan de manier waarop je in Londen een platencontract kunt scoren”. Pulp-fans Jon en Maz konden wel door de grond zakken toen ze dat lazen in de indiebijbel New Musical Express, maar stilletjes wisten ze dat Jarvis zich geen tijd had gegund de tekst van Man I hate your band te doorgronden.

Hun nummers gaan juist over heel uiteenlopende onderwerpen, zegt Jon. „Oorspronkelijke songs kunnen alleen ontstaan uit dingen die je van nabij hebt meegemaakt. Ik probeer altijd de ironie van alledaagse situaties aan te stippen, zoals in House party at Boothy’s over het saaiste feestje ooit. De feestelijkheden bleken er uit te bestaan dat iedereen zich verdrong rondom het Playstation. Het meisje op wie een oogje had, werd aan het eind van de avond door haar vriendje opgehaald. Dat soort observaties uit de wrange werkelijkheid leveren vaak mooiere verhalen op dan hoogdravende liefdesteksten.”

About What You Know is uitgebracht door V2. 22 maart speelt Little Man Tate in De Melkweg, Amsterdam. Kijk op www. melkweg.nl, of op www.littlemantate.co.uk.