Altijd en overal lokale tv – wanneer jij wilt

De regionale BBC verliest kijkers en luisteraars.

Multimediale lokale televisie en radio moeten het tij zien te keren.

Journalisten van de Limburgse zender L1 gebruiken een pda met plopkap. Foto Vincent van den Hoogen Venlo, 14-02-2007; Kleine recorder, smartphone, met hoge kwaliteit geluidsopname. Met een microfoon-dop, om het wat echter te laten lijken. Foto Vincent van den Hoogen. Hoogen, Vincent van den

„Lokaal nieuws gaat niet over een kat in de boom of een wedstrijd pompoenen kweken.” Andy Griffee, baas van BBC Regions, de regionale Britse publieke omroepen, wil het maar even gezegd hebben: lokaal nieuws is niet triviaal.

Griffee hield woensdag de openingslezing op het vijfde congres van de stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS), het verband van de dertien Nederlandse regionale omroepen. Griffee gaf een overzicht van de experimenten die BBC Regions vorig jaar heeft gehouden op het gebied van multimediale journalistiek.

„De BBC bestaat al tachtig jaar”,vertelde Griffee, „maar de afgelopen jaren zijn de technologische ontwikkelingen zo snel gegaan dat we de manier waarop we onze programma’s aanbieden snel moeten aanpassen. Anders verliezen we nog meer kijkers en luisteraars dan nu al het geval is”. De regionale uitzendingen van de BBC raakten in de afgelopen vijf jaar drie miljoen kijkers kwijt. Concurrent ITV zag in diezelfde periode vijf miljoen kijkers verdwijnen.

Om dit tij te keren, mocht BBC Regions vorig jaar gedurende negen maanden een proef houden met lokale televisie die op multimediale leest geschoeid was. Groot-Brittannië is onderverdeeld in 15 tv-regio’s, maar daaronder liggen op lokaal niveau 61 radioafdelingen. De afdeling West Midlands werd geselecteerd om multimediale lokale tv te maken.

Een belangrijke verandering ten opzichte van het traditionele aanbod, dat in Groot-Brittannië meestal alleen bestaat uit nieuwsbulletins, was dat de lokale uitzendingen voor de West Midlands geheel on demand waren. Kijkers konden via internet of digitale televisie een programma bekijken wanneer zij dat wilden. Griffee: „Wij noemen dat media voor de Martini-generatie: beschikbaar anytime, anyplace, anywhere”.

Een andere belangrijke verandering was dat kijkers werden aangemoedigd zelf filmpjes te maken: zogenoemde user generated content. Griffee: „Om te zorgen dat de kwaliteit daarvan zo hoog mogelijk was, stelden we een speciale producer aan die zich bezighield met het begeleiden van kijkers bij het maken van hun items”. Dat leverde bemoedigende resultaten op, concludeert Griffee nu. „Onze traditionele regionale uitzendingen worden vooral bekeken door 55-plussers. Nu was 65 procent van de kijkers jonger dan 55.”

Ook inhoudelijk werden goede resultaten geboekt, vindt Griffee. „Er kwam een jongen naar ons toe die heel enthousiast was over biologie en graag programma’s over de natuur wilde maken. Dat deed hij zo goed dat hij nu de opdracht heeft gekregen een serie te ontwikkelen voor de landelijke BBC.”

Wat Griffee betreft is de proef met multimediale lokale tv geslaagd. Binnenkort beslist de leiding van de BBC of het model in heel Groot-Brittannië wordt ingevoerd. „We zouden dan voor 30 miljoen pond (45 miljoen euro) in drie jaar tijd 61 lokale tv-organisaties kunnen opzetten.”

De BBC experimenteerde niet alleen op het gebied van multimediale beeldproducties. Ook op radiogebied werden belangrijke veranderingen doorgevoerd, wederom door technologische ontwikkelingen gedreven. In Lincolnshire kregen alle medewerkers van de lokale radio een pda, een apparaatje om je agenda mee bij te houden en mee te mailen, met opnamesoftware. Via draadloos internet kon het geluidsmateriaal meteen naar de studio of een website worden gezonden. Zo konden de journalisten snel op reportage zonder op een radiowagen te hoeven wachten.

De software voor deze draagbare ministudio’s werd ontwikkeld in opdracht van Lucas Vroemen van de Limburgse regionale omroep L1. „De kwaliteit van de microfoontjes die in dit soort apparaten worden ingebouwd, verbetert constant. Waarom nog met een loodzware bak over je schouder op reportage gaan, als het ook kan met een recorder die in je zak past?”

Vroemen liet software ontwikkelen die het mogelijk maakt op een pda geluid op te nemen, te bewerken en verzenden. Bij L1 zijn veertien journalisten uitgerust met zo’n apparaat. „We kunnen het nieuws nu veel sneller brengen. De techniek is inmiddels bijna zover dat we live verslag kunnen doen via zo’n pda.” Enig nadeel: het apparaat ziet er niet erg professioneel uit. Vroemen: „Die klacht kwam ook van de radiomakers uit Engeland. Daarom schuiven we nu gewoon een plopkap over de pda. Dan lijkt het tenminste echt”.