Zonnestroom ook niet vrij van CO2-emissie

Gosse Boxhoorn, fabrikant van zonnepanelen, wil niets anders dan dat de overheid de `onrenda-bele top` van zijn product betaalt (Opinie & Debat, 3 februari). De Nederlandse overheid zou de ”harde keuzes voor duurzame energie” ontwijken.

Boxhoorn beweert: ”Binnen tien jaar is zonne-energie goedkoper dan de elektriciteitsprijs voor consumenten.” Best mogelijk, maar wat dan nog?

Gas-, kolen- en kerncentrales leveren thans stroom voor zo`n 4 cent per kilowattuur. Wat stroom `af centrale` over tien jaar kost weten we niet; het hangt sterk af van de dan geldende CO2-emissierechten. Alleen `kernstroom` zal nauwelijks in prijs stijgen: over 10 jaar is hij zeker niet duurder dan 3 cent per kilowattuur.

Boxhoorns pv-panelen leveren thans stroom met een kostprijs van 40 cent per kilowattuur of meer. Maar onze centrales doen het voor slechts een tiende van dat bedrag! Dat is een onoverbrugbare kloof, dat snapt zelfs de Nederlandse overheid.

En was dat maar alles. Wat hebben we aan zonnepanelen als de zon ondergaat en 15 uur wegblijft? Er kan dus geen centrale minder staan, niet één. Ze worden wel zwaarder aangesproken, want ze moeten de fluctuaties en gapingen van de `zonnestroom` naadloos compenseren. En er is geen enkel uitzicht op substantiële verbetering van deze toestand.

Zonnepanelen zouden tot belangrijke afname van de CO2-emissie leiden. Maar er werd Boxhoorn niets over gevraagd. Hij zou moeten erkennen dat zijn zonnestroom allerminst vrij is van CO2-emissie. Vooral als gevolg van het grote energiegebruik bij de fabricage. De ExternE studie, uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie, geeft als uitkomsten (in gram CO2/kWh): waterkracht 16, wind 21, kernenergie 16, zonnepanelen 174, aardgas 384.

Zonnepanelen springen er teleurstellend uit, niet veel beter dan aardgasgestookte centrales.