Werk weigeren kan als collega wil inspringen

Ambtenaren zijn geen gewone werknemers. De Grondwet is van toepassing op de relatie met hun werkgever. Ze mogen daarom werk weigeren als dat in strijd is met hun overtuiging.

In het regeerakkoord is vastgelegd dat „er initiatieven genomen worden om de rechtszekerheid van gewetensbezwaarde ambtenaren vast te leggen”. Wat heeft de dichter hier bedoeld, vraagt hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp van de Universiteit van Amsterdam zich af. Als er een ándere ambtenaar is die het werk wil doen voor de bezwaarde, kan de laatste nu al vaak niet ontslagen worden. Of het nu een islamitisch ambtenaar betreft die een bruidegom weigert omdat die zich moed heeft ingedronken, of een christelijk ambtenaar die homo’s niet wil.

Dat ondervond de Leeuwardense ambtenaar die in 2001 weigerde homoparen te trouwen. De rechter vond haar ontslag achteraf onterecht, want er waren genoeg andere collega’s die het homostel wel hadden willen trouwen. „Er is alleen een probleem als álle ambtenaren van de burgerlijke stand gewetensbezwaard zijn”, zegt Verhulp. Dan is de oplossing makkelijk: één van de bezwaarden gedwongen laten plaatsmaken voor een ander die wel wil.

Terug naar het regeerakkoord. Wat betekent het verbeteren van de ‘rechtszekerheid’ van de bezwaarde ambtenaar? „Dat hij onder alle omstandigheden z’n baan behoudt? Of dat juist ontslag met een goede wachtgeldregeling een mogelijkheid is?” Volgens Verhulp was rechtszekerheid in beide gevallen al gegarandeerd. Hoofdzaak is dat de overheidsdienst doorgaat.

Continuïteit van het werk én respect voor grondrechten bepalen de verhouding tussen ambtenaar en werkgever. Omdat zij voor de overheid werken, is de Grondwet rechtstreeks van toepassing op hun arbeidsrelatie. Daarin wijken ambtenaren af van andere werknemers. Strikt genomen kunnen ambtenaren dus opdrachten weigeren die strijden met hun vrijheid van meningsuiting, van godsdienst, overtuiging, betoging, vergadering et cetera.

Om nu te voorkomen dat ambtenaren steeds hun eigen opvattingen de voorrang geven, is in de Ambtenarenwet artikel 125a opgenomen. Daarin staat de ‘goede vervulling van de openbare dienst’ centraal, die belangrijker is dan de rechten van vrijheid van meningsuiting, vereniging, vergadering en betoging. De vrijheid van godsdienst noch die van geweten wordt daar overigens genoemd. Kennelijk kan ‘het belang van de overheidsdienst’ daar makkelijker voor wijken.

De bestuursrechter oordeelde de afgelopen jaren over gewetensbezwaren tegen bedrijfskleding (bij een Melkertbaan), vaccineren (voor een verpleegkundige), verzekeren (een accountant), werken op zondag en het bewaken van asielzoekers. Steeds weegt de rechter het ‘dienstbelang’ af tegen de bezwaren, die niet ‘puur persoonlijk’ mogen zijn. De werkloze die een Melkertbaan weigerde omdat hij een ‘Melkertpak’ met reflectiestrepen aan moest, kreeg bijvoorbeeld geen gelijk. De man beweerde dat het verplichte pak zijn antiautoritaire persoonlijkheid schade zou toebrengen. Dat geloofde de rechter niet. Hij kreeg geen uitkering.

Werkgevers moeten doorgaans ruimte maken voor bezwaren van hun personeel als er voldoende alternatieven zijn. Werknemers moeten hun bezwaren tijdig melden en meewerken aan een oplossing.

Cao’s met clausules voor‘gewetensbezwaren’ opwww.abvakabofnv.nl