‘Verlichtingsprojectiel’ Plasterk en benjamin Eurlings

PvdA brengt maar weinig ervaring

De ministersploeg die volgende week als Balkenende IV aantreedt, vertoont naar ervaring en politiek gewicht gemeten een nogal wisselend beeld. Intellectueel is het een sterke club. Het politieke zwaartepunt van het kabinet ligt duidelijk bij het smaldeel van het CDA. Vrijwel de gehele top van de partij is met Balkenende, Verhagen, Klink, Donner, Verburg en Van der Hoeven in het kabinet vertegenwoordigd. Zij brengen intussen heel wat politieke en parlementaire ervaring mee, zeker in vergelijking met de ploeg van PvdA-leider Bos.

Het gebrek aan ervaring in de landelijke politiek springt hier in het oog. Zelfs de benjamin van het kabinet, de 33-jarige christen-democraat Camiel Eurlings, heeft in de nationale en Europese politiek al een langere staat van dienst dan de meeste sociaal-democraten. Afgezien van Bos en Koenders hebben de beoogde PvdA-ministers hun politieke ervaring veelal opgedaan op provinciaal of lokaal niveau. [...] Bos heeft een geheel eigen ploeg om zich heen verzameld met veelbelovende figuren, zoals Balkenende dat vijf jaar geleden ook deed. (Trouw, redactioneel commentaar)

Weinig verrassingen, op Ronald Plasterk na

Na alle gespeculeer van de afgelopen dagen zijn de echte verrassingen op de vingers van een halve hand te tellen. Daartoe behoort naast de benoeming van CDA-ideoloog Ab Klink op Volksgezondheid, zeker die van columnist Ronald Plasterk op Onderwijs.

Menigeen die zijn columns in Buitenhof volgt, zal opgekeken hebben van deze benoeming. Haalt het kabinet hiermee geen ongeleid ‘Verlichtingsprojectiel’ met een ongekende geldingsdrang in huis? [...]

Maar nee, dat is toch een te snel oordeel. Plasterk profileert zich veelal op een wijze waarmee wij inhoudelijk weinig tot niets hebben. Soms roept hij ook maar wat (bijvoorbeeld over Intelligent Design) en soms speelt hij erg op personen.

Maar hij blijft bij alles wel een uiterst intelligent en fair debater. Hoewel zelf agnost, betuigt hij regelmatig zijn respect aan mensen met uitgesproken godsdienstige standpunten, niet in de laatste plaats als het gaat om orthodoxe christenen. Hij is een voorstander van de vrijheid van onderwijs en keert zich tegen alle vormen van intolerantie, ook van de zijde van zijn politieke medestanders.

Zijn scherpe en sprankelende eruditie zouden wel eens erg belangrijk kunnen zijn om de vereiste chemie in dit kabinet van ideologisch zo sterk uiteenlopende geesten te bevorderen. (Nederlands Dagblad, redactioneel commentaar)

Vertrek Aboutaleb uit Amsterdam aderlating

Ahmed Aboutaleb wordt geen minister. In Den Haag liet de PvdA al een paar dagen doorschemeren dat er voor wethouder Aboutaleb in plaats van een ministerspost een ‘zwaar staatssecretariaat’ in het verschiet lag. En zelfs dat is het niet geworden. Aboutaleb verlaat de stad om zich op landelijk niveau bezig te gaan houden met arbeidsmarktbeleid, de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorzieningen en de leer- en werkplicht. Dat zijn allemaal belangrijke zaken, maar het meeste werk op deze terreinen is al verzet. De laatste jaren werd deze portefeuille beheerd door Henk van Hoof (VVD), een van de minst zichtbare staatssecretarissen.

[...] Aboutaleb heeft meer voorkeurstemmen gekregen dan lijsttrekker Lodewijk Asscher en zelfs meer dan sommige zittende ministers. Dat betekent dat kiezers veel van hem verwachten in het Amsterdamse bestuur. Daarbij is hij de meest ervaren wethouder in een vrij nieuw college. Hij heeft gezag, en dat niet alleen in de vergaderzalen van het stadhuis, maar ook daarbuiten. Hij is een bindende figuur in de stad.

(...) Het vertrek van Aboutaleb is een aderlating voor de stad. Bos kan er goede sier mee maken en op het partijcongres een gemêleerde ploeg presenteren. Maar het belang van Amsterdam had voorrang moeten krijgen. (Het Parool, redactioneel commentaar)