Vader van Anne Frank werd in oorlog te laat wanhopig

De vader van Anne Frank probeerde in 1941 om een visum te krijgen voor de VS. De brieven waar dat uit blijkt, zijn gisteren in New York gepresenteerd.

Een brief, gedateerd 12 oktober 1941, die is bedoeld om Otto Frank via Spanje uitreisvisa naar de VS te geven. Deze brief van Otto Frank, de vader van Anne Frank, is van 12 oktober 1941. Otto Frank probeert hiermee een visum te verkrijgen om met zijn familie via Spanje te vluchten. Drie weken geleden maakte Yivo bekend correspondentie van Otto Frank te hebben gevonden. Foto AFP Detail of a document discovered in the YIVO Institute for Jewish Research archives showing efforts by the father of Anne Frank, Otto Frank, to try to get his family out of Nazi-occupied Netherlands, is on display 14 February 2007, in New York. Nearly 80 pages of documents cover the period from 20 April 1941 to early 1946. This letter, dated 12 October 1941, is in reference to obtaining an exit visa via Spain and lists members of the Frank family. AFP PHOTO/Stan HONDA AFP

Bijna een jaar na de Duitse inval in Nederland, op 30 april 1941, schrijft Anne Franks vader een brief aan een vooraanstaande vriend uit zijn studietijd. De man woont dan in New York, zijn vader is de oprichter van warenhuisketen Macy’s. Nathan Strauss junior heet hij, Otto Frank spreekt hem aan met ‘Dear Charley’. „Ondanks alle moeilijkheden gaat de tijd snel voorbij”, begint Frank. Waarop een verjaardagsfelicitatie volgt.

„Ik mag niet klagen, ik ben het afgelopen jaar succesvol geweest”, schrijft Frank nog. Daarna wordt de toon snel serieuzer en blijkt de historische relevantie van deze brief en 64 andere documenten die recent zijn ontdekt door het Yivo, een gerenommeerd instituut voor joods onderzoek in New York. Gisteren zijn de handgeschreven brieven, getypte verzoeken, overheidsdocumenten en telegrammen in de Verenigde Staten openbaar gemaakt .

Volgens het Yivo en voor de presentatie ingeschakelde wetenschappers staat de collectie over het gezin – met „Anne als icoon” – symbool voor duizenden andere families die bezet Europa probeerden te verlaten. „Het laat zien dat Anne nu een 77 jaar oude dame in Boston had kunnen zijn”, zegt hoogleraar Duitse geschiedenis Richard Breitman. „Een schrijfster.”

De brieven werden twee jaar geleden ontdekt door Estelle Guzik, vrijwilliger bij het Yivo. Wegens het ontbreken van een datering was de collectie, die al sinds 1974 in de archieven van het instituut was opgenomen, tot dan toe genegeerd. Yivo wachtte tot gisteren met de publicatie wegens mogelijke auteursrechtelijke complicaties. Drie van de documenten zijn brieven van Otto Frank. De fysieke pagina’s zijn in het bezit van het Yivo. Maar volgens de Zwitserse en Amerikaanse wet is de inhoud eigendom van het in de Zwitserse plaats Basel gevestigde Anne Frank Fonds. Yivo mag de brieven dus niet in zijn geheel reproduceren. Er mag wel uit geciteerd worden, stelt de advocaat van het instituut.

Uit de collectie blijkt hoe Frank sinds 1941 pogingen deed immigratievisa voor de VS, en later Cuba, te krijgen. Hij riep de hulp in van Strauss. Zonder zijn garantstelling zouden visa uitgesloten zijn. „Ik zou je dit niet vragen als de omstandigheden me er niet toe zouden dwingen dat ik al het mogelijke doe om erger te voorkomen”, schrijft Frank, „as ever, yours”.

Strauss besluit te helpen, brengt verschillende organisaties bij elkaar, onderhandelt met het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, raakt in contact met Otto Franks zwagers in Boston. In de daaropvolgende maanden besluit Amerika de Duitse consulaten in het land te sluiten. Duitsland neemt daarop dezelfde maatregel bij de Amerikaanse consulaten in de bezette gebieden. Voor een visum moest Frank daarom via het neutrale Spanje naar Portugal. Hij kwam het land niet uit. Bovendien verscherpten de VS de visumvoorschriften. Amerika was bang dat immigrerende joden spionnen waren.

In september 1941 schreef Frank over een alternatief. Hij had gehoord dat Cuba (dure) toeristenvisa verstrekte. Otto’s echtgenote Edith drong aan op zijn vertrek zonder haar, maar eventueel met de kinderen. Die mochten gratis. „Ik haat het idee maar het moet overwogen worden. Soms doen zich situaties voor waarin iemand alles probeert.”

Frank krijgt uiteindelijk een Cubaans visum toegewezen. Het is onbekend of hij het visum ook ontvangen heeft. In december 1941 raakten de VS betrokken bij de Tweede Wereldoorlog en werd het Cubaanse visum ongeldig.

Twee jaar eerder had Frank al pogingen gedaan het land te verlaten. Dat Frank vervolgens tot april 1941 wachtte met nieuwe emigratiepogingen is volgens hoogleraar holocaust-studies David Engel van New York University niet onlogisch. „De omstandigheden voor joden waren in die tijd in Nederland nog relatief mild.” Huwelijken tussen joden en niet-joden waren nog niet verboden, de Davidster nog niet verplicht en er was geen al te openlijk geweld tegen joden.

Vanwaar toch de vertrekpogingen op dat moment? De door het Yivo ingeschakelde wetenschappers denken dat afpersing de druppel was. Er zijn geen documenten die deze lezing ondersteunen, wel is er indirect bewijs. Frank zou zijn benaderd door een lid van de NSB, die zei in het bezit te zijn van een mogelijk beschadigende brief van een ex-werknemer.

De laatste brief van Otto Frank uit oorlogstijd die tot nu toe gevonden is, klinkt wanhopig. Frank mocht niet meer werken, zo schrijft hij jeugdvriend Strauss. „Het is hier allemaal veel moeilijker dan iemand zich kan voorstellen en het wordt met de dag gecompliceerder”. Ruim een half jaar later zou de familie onderduiken. Zijn echtgenote Edith en dochters Margot en Anne kwamen om in concentratiekampen. Frank overleefde de oorlog en stierf in 1980 in Zwitserland.

Lees verder over de collectie op yivoinstitute.org.