Uitburgeren kan niet

Koningin Beatrix moet tijdens haar skivakantie in Oostenrijk nog snel een wetsvoorstel tekenen van demissionair minister Verdonk (Integratie en Jeugdbescherming, VVD) over het uitwijzen van Antilliaanse ‘risicojongeren’. De tot nu toe bekende versie ervan is door de vaste adviseurs van de regering en de vakpers aangemerkt als ondeugdelijk, onuitvoerbaar, discriminerend, gebrekkig, vaag, niet effectief en strijdig met internationaal recht. Mogelijk is het wetsvoorstel bovendien beschadigend voor de positie van de koningin. Als staatshoofd staat zij voor de eenheid van het Koninkrijk – terwijl de Antillen zich tegen het voorstel verzetten. Een tropisch dilemma in de sneeuw dus.

Politiek is het wetsvoorstel ten minste dubieus. Het wordt ingediend op de valreep van een nieuw kabinet door een demissionair bewindspersoon van een partij die niet in het kabinet zal terugkeren. In het regeerakkoord is mede door Verdonks politieke opponenten vastgelegd dat met de Antillen over dit thema juist „nadere afspraken” zullen worden gemaakt. Daarop wilde de demissionair minister dus niet wachten, zodat de koningin nu een staatkundig controversieel wetsvoorstel mag ondertekenen waarvoor politiek geen dekking is. Het klimaat voor die nadere afspraken zal er onder lijden, de onderhandelingsruimte voor de nieuwe minister van Koninkrijksrelaties, Ter Horst (PvdA), neemt af. Verdonks voorliefde voor eigen daadkracht hoeft niet te verbazen, maar dat de voltallige ministerraad er vrijdag mee akkoord ging wel.

Dit is des te erger omdat de problemen die door jonge Antillianen in Nederland worden veroorzaakt ernstig zijn en om kordaat beleid vragen. Niemand ontkent dat de toeloop van Antilliaanse probleemjeugd zonder werk, opleiding of toekomstperspectieven naar Nederlandse achterstandswijken moet worden tegengegaan. Dat kan het beste preventief – op de Antillen – geschieden met een sluitende voogdijregeling, opleiding of werktrajecten. De ‘eilandverboden’ die de plaatselijke rechtbank oplegt aan jonge wetsovertreders door middel van het intrekken van de paspoorten is creatief. Het Rotterdamse beleid om individuen en gezinnen geforceerd te laten kiezen tussen ‘meedoen of vertrekken’ komt neer op het verplaatsen van de problemen naar andere steden.

‘Antillianen’ juridisch als een soort buitenlanders aanmerken die bij crimineel gedrag overzee gestuurd kunnen worden, is een vorm van politiek wensdenken. Jongeren van Groningse, Marokkaanse, Amsterdamse of Antilliaanse herkomst moeten krachtens geldend recht voortvloeiend uit verdragen en wetten in Nederland gelijk behandeld worden. Jongeren met de Nederlandse nationaliteit door de rechter laten terugzenden naar Curaçao kan net zo min als naar Vlieland of Maastricht. Wie een Nederlands paspoort heeft, kan niet selectief de toegang tot Nederland worden ontzegd. Het is een vorm van ‘uitburgeren’ van eigen onderdanen die juridisch onhaalbaar is.

Vreemd dat het kabinet-Balkenende III dat niet wil horen, terwijl het tegelijk doende is de Antillen als land te ontmantelen en van de eilanden Nederlandse gemeenten te maken. Vorig jaar moest het Europese Hof van Justitie het kabinet er nog op wijzen dat ingezetenen van de Antillen niet onderdoen voor Nederlanders. Ook zij mogen stemmen bij de Europese verkiezingen. Gelijke behandeling is een uitgangspunt waar niet aan te tornen valt.