Total: mooie cijfers, slechte naam

Christophe de Margerie wordt topman van Total in een tijd dat het Franse olieconcern een even flamboyante indruk maakt als de snor van zijn nieuwe baas. De nettowinst heeft vorig jaar een absolute recordhoogte bereikt van 12,6 miljard euro, ondanks een daling van de productie in het laatste kwartaal. Het concern heeft nu zijn verwachtingen voor de productiegroei in opwaartse zin bijgesteld van 4 naar 5 procent tot 2010. Het breidt zijn investeringsprogramma uit en verhoogt tegelijkertijd zijn dividend met 15 procent, na de aandeelhouders vorig jaar al te hebben verrast met een genereus inkoopprogramma.

Maar ook al doet Total het goed, de tijden worden wel zwaarder voor de grote olieconcerns. Het zoeken naar olie is lastiger en riskanter geworden, en de olieprijs is zijn hoogtepunt misschien alweer gepasseerd. Nationale oliemaatschappijen, van Algerije tot Rusland, beschermen steeds effectiever hun domein. En westerse olieconcerns worden nu geconfronteerd met een niet meer zo heel ver verwijderde toekomst – zeg over twintig jaar – waarin olie zal zijn vervangen door andere energiebronnen.

Margerie heeft ook te maken met dichter bij huis gelegen problemen. Deze week, toen hij op het punt stond het roer over te nemen, begonnen in Frankrijk hoorzittingen over een aanklacht tegen het concern wegens een enorme olievlek die in 1999 na het zinken van een roestige tanker de kusten van Bretagne vervuilde. Een paar dagen geleden riep de socialistische kandidate voor de Franse presidentsverkiezingen, Ségolène Royal, op tot een speciale belasting op de winsten van olieconcerns, als bijdrage aan de financiering van duurzame energiebronnen. En Margerie is zelf in staat van beschuldiging gesteld wegens vermeende omkopingspraktijken bij het tot stand brengen van transacties in Irak en Iran.

Dit alles houdt in dat Total een imagoprobleem heeft, niet dat het concern zijn strategie zou moeten wijzigen. Margerie, die al 33 jaar bij het concern werkt, heeft veel hooggeplaatste vrienden in olierijke landen, maar het ontbreekt hem misschien aan de connecties in Frankrijk om hem te helpen de juiste koers te vinden in de roerige politieke wateren. Hij zal het feit onder ogen moeten zien dat zelfs oliemaatschappijen tegenwoordig transparanter te werk moeten gaan, als zij tenminste geen onnodige pr-schade willen lijden.

Pierre Briançon

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld