‘Nopera’ Michiel Braam niet niks

Concert: Michiel Braam’s Nopera. Gehoord: 9/2 Provadja, Alkmaar. Herhaling: 16/2 Lantaren/Venster, Rotterdam, 17/2 BIMhuis, Amsterdam (directe radio-uitzending VPRO).

„Hebeba, robuba, babadoe”, zingt de bas-bariton terwijl hij over het podium kuiert. Componist Michiel Braam aan de piano luistert aandachtig; het klinkt weer anders dan de vorige keer maar dat is een goede zaak. Op zijn website staat niet voor niets dat vrijheid en flexibiliteit de pijlers van zijn muziekpraktijk zijn, met „een hekel aan verveling” als goede derde.

Braams nieuwe Nopera, al eerder gespeeld in Brugge en Parijs, is een schetsboek vol mooie ideeën die pas op het podium gestalte krijgen door de (re)acties van de musici. Zo worden de teksten gezongen in het „Nogniets”, een taal die rijk is aan lange klinkers, maar die niet verwijst naar bekende begrippen. Daardoor is boventiteling overbodig en zijn mezzo-sopraan Lucia Meeuwsen, alt Vera Westera en amateur bas-bariton Sean Bergin bevrijd van de mimische toeren die aria’s vaak zo vreselijk om naar te kijken maken. Omdat de zangers ook qua handeling veel kunnen kiezen – er hoeft niet perse gekust of gestorven te worden – creëren ze zelf de passende setting voor hun vocalen. Ongedwongen, bijna passagière, zoals mensen die zingen op de fiets.

De rest van de cast speelt al even naturel. Bassist Wilbert de Joode en slagwerker Michael Vatcher zijn al theatraal als ze gewoon doen en het Zapp! String Quartet opereert zo intens en op niveau dat visuele kunstjes overbodig zijn.

Afgezien van het improvisatie-element vielen er in het knusse, galmloze Provadja ook dingen op die waarschijnlijk zullen blijven. Zoals het tamelijk vloeiende verloop tussen wezenlijk verschillende stijlen. De muziek van Braam verwijst naar vele bronnen, van Alban Berg tot Broadway en Bagdad maar vermijdt de „harde lassen” die veel musici gebruiken om hun bereisdheid te tonen. Wat ook opvalt is het lage geluidsniveau; Michael Vatchers gebaren zijn groot, maar zijn accenten vaak fluisterzacht. Zelfs Sean Bergin, een grote man met veel gevoel, speelt zijn soms komische libero-rol eerder poëtisch dan ruw en potig.

De Nopera van Braam is kortom niet niks. Na een halfgare toegift waarbij je zomaar Oeps! zegt, toevallig de titel van een van zijn cd’s, ga je fluitend de buitenlucht in.