Nee, geen progressief belastingstelsel

Teksten onthullen altijd meer dan de auteur bedoelde. Dat geldt voor mijn bijdrage aan het topinkomensdebat (Opinie & Debat, 20 januari) maar ook voor die van Dick Pels (Opiniepagina, 23 januari).

Terecht stelt Pels dat het arbitraire karakter van inkomensverschillen zowel de argumenten van de criticasters van topinkomens onderuit haalt als die van de verdedigers ervan. Als er geen eenduidige maatstaf is voor verdienste en beloning betekent het in feite dat men krijgt wat `de gek ervoor geeft`. In de ogen van Pels schuilt hier echter een argument voor progressieve inkomens- en vermogensbelastingen. Dat betwist ik.

Dat topinkomens maar al te vaak windfall profits zijn is nog geen vrijbrief voor de staat om ze dan maar op te eisen. Het enige argument dat Pels voor deze onteigening zonder compensatie geeft, is dat een progressief belastingstelsel zou bijdragen aan het realiseren van kansengelijkheid. Dat is nog maar de vraag. Kansengelijkheid vereist immers vooral investeringen in het onderwijs. Daarvoor is uiteraard geld nodig. Uit oogpunt van effectieve belastingheffing is het dan verstandiger de brede middenklasse te belasten dan die paar grootverdieners af te romen.

Daarnaast moet zeker in het licht van de wanprestaties van de Nederlandse overheid op het gebied van onderwijs de vraag worden gesteld of de staat wel de meest geschikte instantie is om `onze` belastinggelden te beheren.

Ten slotte zijn voorstanders van kansengelijkheid, tot wie ook Pels zich rekent, in principe alleen maar geïnteresseerd in gelijke start- en doorstroommogelijkheden - goed onderwijs, een open en faire arbeidsmarkt - en niet in de ongelijke uitkomsten waarin dat nu eenmaal resulteert.