Mildheid brengt Bosnië niet verder

Al vier maanden verkeert zo’n beetje alles in Bosnië in een impasse, ten dele omdat het internationale bestuur weinig doortastend optreedt. Van de mildheid profiteert vooral de leider van de Bosnische Serviërs.

Ruim elf jaar na de oorlog handhaaft de internationale vredesmacht EUFOR nog steeds de orde in Bosnië. Foto Reuters A soldier of the German armed forces Bundeswehr looks at weapons collected by EUFOR peacekeeping troops in Bosnia at a military camp in Rajlovac, near the Bosnian capital of Sarajevo December 5, 2006. EUFOR collects illegal weapons from civilians and destroys it. REUTERS/Arnd Wiegmann (GERMANY) REUTERS

In Bosnië wordt de gang van zaken rond het Kosovo-plan van VN-bemiddelaar Martti Ahtisaari met meer dan normale belangstelling gevolgd. De Bosnische Serviërs roepen dat als Kosovo tegen de wil van Servië onafhankelijk kan worden, zij het recht krijgen hun Servische Republiek in Bosnië tegen de wil van Bosnië onafhankelijk te maken.

Maar in Bosnië mógen die Bosnische Serviërs dat helemaal niet nastreven. In Bosnië is het vredesakkoord van Dayton, dat eind 1995 een eind maakte aan de oorlog, heilig – alleen onder auspiciën van het VN-bestuur mag er aan gemorreld worden. Bosnië is een VN-protectoraat, met een VN-bestuurder – op dit moment de Duitser Christian Schwarz-Schilling – die de bevoegdheid heeft elke aantasting van letter en geest van ‘Dayton’ met ontslag te bestraffen.

Het grote probleem van dit moment is dat Schwarz-Schilling die bevoegdheid niet gebruikt. Dat is een van de redenen waarom zo’n beetje alles in Bosnië stagneert – in elk geval sinds de parlementsverkiezingen van vier maanden geleden. De grondwetshervorming stagneert, de door de internationale gemeenschap gewenste samenvoeging van de politiekorpsen van de Servische Republiek en de moslim-Kroatische federatie (de tweede territoriale entiteit in Bosnië) stagneert, de vorming van een nieuwe regering nam vier volle maanden in beslag – pas sinds zaterdag heeft Bosnië weer een regering –, vier maanden lang is er in het parlement niet één wet aangenomen, en de versterking van het centraal gezag ten koste van dat van de twee entiteiten stagneert ook. En Schwarz-Schilling doet niets – of althans te weinig om schot in de zaak te brengen.

En intussen maken sommige Bosnische politici gebruik van de passiviteit van de Bosnië-bestuurder door standpunten te ventileren die door – bijvoorbeeld – Schwarz-Schillings voorganger Paddy Ashdown zonder aarzelen zouden zijn bestraft. Dat geldt vooral voor Milorad Dodik, de premier van de Servische Republiek. Deze voormalige communistische activist heeft zich ontwikkeld tot een nationalist die nog beduidend radicaler is dan de kopstukken van de partij van de voortvluchtige oorlogspresident Radovan Karadzic. Hij scheldt, dreigt en intimideert en hij morrelt voortdurend aan de afspraken van Dayton. Wat Dodik betreft moet de Servische Republiek zich na een referendum losmaken uit Bosnië. Hij verzet zich tegen elke inkrimping van de autonomie van de Servische Republiek en hij kan ook tussen neus en lippen door de Bosnische Kroaten een eigen territoriale entiteit toezeggen. De lezers van een Bosnisch-Kroatische krant kozen hem – een Servische nationalist – vorige week prompt tot Man van het Jaar.

Dodik zou door Ashdown allang zijn ontslagen. Maar Schwarz-Schilling is pas eind vorige maand begonnen hem voorzichtig terecht te wijzen. Tegen het Bosnische blad Nezavisne novine zei hij dat Dodik substantieel heeft bijgedragen aan de recente beslissing het mandaat van het VN-bestuur te verlengen; dat mandaat zou oorspronkelijk deze zomer aflopen, om plaats te maken voor een EU-bestuur. Dodik, zei Schwarz-Schilling, interpreteert elke gebeurtenis als „een uitdrukking van de kwade wil van anderen”. „Dodik is zonder twijfel een competente politicus, maar soms speelt hij met vuur. We proberen hem voortdurend onze standpunten duidelijk te maken, maar we krijgen maar zelden de juiste respons. [...] Dodik provoceert onnodig bepaalde reacties.” Volgens Schwarz-Schilling gedragen de twee entiteiten zich als onafhankelijke staten en dat is vooral het werk van Dodik.

Dodik is niet gevoelig voor de kritiek. Deze week nog zei hij dat Schwarz-Schilling zich niet met hervormingen moet bemoeien. Hij zei ook dat als de hervorming van de politie de prijs is voor de Europese integratie van Bosnië, „we niet geïnteresseerd zijn in Europa”.

Tot op zekere hoogte is de passiviteit en de relatieve mildheid van Schwarz-Schilling niet zijn keuze, maar die van de internationale gemeenschap. Paddy Ashdown was de man van de harde lijn, die keihard ingreep tegen Bosnische politici en bestuurders die over de schreef gingen. De internationale gemeenschap, en dan vooral Duitsland, vond Ashdown te streng en benoemde Schwarz-Schilling – een man met veel ervaring op de Balkan – tot zijn opvolger met de opdracht het probleem wat milder te behandelen en de Bosniërs meer ruimte te gunnen bij het regelen van hun eigen aangelegenheden. De Duitser trad aan met de opmerking dat hij „niet gelooft in kolonialisme in Bosnië”, een duidelijke sneer naar Ashdown.

Nu evenwel verandert diezelfde internationale gemeenschap weer van gedachten, op de eerste plaats wegens de radicalisering in Bosnië – het probleem-Dodik –, op de tweede plaats wegens de impasse in het hervormingsmodel, en op de derde plaats door ‘Kosovo’ (en het precedent dat de Bosnische Serviërs in een onafhankelijkheid van Kosovo zien). Schwarz-Schilling heeft onlangs laten weten dat hij er eind juni mee ophoudt. In werkelijkheid heeft de internationale gemeenschap hem gewoon ontslagen.

Op 26 en 27 februari moet de Peace Implementation Council (PIC), het orgaan dat de internationale gemeenschap vertegenwoordigt en waarin de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland en Italië zitten, vaststellen wat er met Bosnië moet gebeuren als op 30 juni het mandaat van de VN-bestuurder afloopt. Algemeen wordt verwacht dat het VN-bestuur wordt afgeslankt en met dezelfde bevoegdheden als het oude VN-bestuur naast en met een nieuwe EU-missie gaat werken. Christian Schwarz-Schilling vertrekt echter zeker.