Japan staat alleen na akkoord

Japan wil niet meewerken aan de levering van energie aan Noord-Korea, in ruil voor stopzetting van het kernwapenprogramma. De kwestie van ontvoerde Japanners staat in de weg.

De Japanse afgevaardigde in het zespartijenoverleg over stopzetting van Noord-Korea’s kernwapenprogramma stond er bij de presentatie van het akkoord wat verloren bij. Poserend voor de groepsfoto kon hij helemaal aan de zijkant nog net de arm van zijn Zuid-Koreaanse collega grijpen. Maar een volle lach als op de gezichten van de andere afgevaardigden wist hij er niet uit te persen. Tekenend voor de geïsoleerde positie waarin Japan zich na afloop van het overleg bevindt.

Als enige heeft Japan laten weten niet deel te kunnen nemen aan de levering van energie aan Noord-Korea in ruil voor het sluiten van nucleaire installaties. Dit wegens de onopgeloste kwestie van door Noord-Korea ontvoerde Japanse burgers. Deze is wel ter sprake gekomen tijdens de dinsdag afgeronde onderhandelingen in Peking, maar is verwezen naar een commissie voor de totstandkoming van diplomatieke relaties tussen Japan en Noord-Korea. Gezien de onwrikbare houding van beide partijen is het succes van deze commissie zeer twijfelachtig.

„De VS, China, Zuid-Korea en Rusland hebben begrip voor Japans positie”, benadrukte premier Shinzo Abe, maar deze landen zullen toch van Japan eisen dat het zijn deel van de Noord-Koreaanse energierekening draagt. „Het kan niet zo zijn dat Japan alleen de lusten van de denuclearisering geniet”, liet de Zuid-Koreaanse afgevaardigde meteen weten.

Ook in Japan wordt premier Abe het vuur na aan de schenen gelegd. Abe, Japans jongste premier die zijn populariteit en positie voornamelijk te danken heeft aan zijn harde houding in de ontvoeringskwestie, ziet zich voor het eerst geconfronteerd met de kritiek soft te zijn tegen Pyongyang. Japan weigert energie te leveren aan Noord-Korea, maar heeft wel ‘indirecte samenwerking’ met de Noord-Koreaanse energiesector toegezegd.

Abe heeft het moeilijk zich te profileren en steekt flets af tegen zijn flamboyante en daadkrachtige voorganger Koizumi. Verder wordt zijn kabinet geteisterd door schandalen. Twee getrouwen hebben het veld al moeten ruimen en drie ministers lopen rond als aangeschoten wild. Abe begon in september met een populariteitsscore in de peilingen van ruim 65 procent, maar binnen een half jaar is die onder de 40 procent gezakt. Hoewel de oppositie kampt met een om gezondheidsredenen vaak afwezige leider heeft Abe op dit moment weinig reden om met optimisme uit te kijken naar de Hogerhuisverkiezingen in juli.

Steun vanuit het buitenland zit er ook niet in. China heeft net laten weten dat president Hu Jintao dit jaar niet naar Japan kan komen. Binnenkort gaat Abe wel op bezoek bij de Amerikaanse president Bush, maar daar zal hij het druk hebben met puinruimen; minister van Buitenlandse Zaken Aso en leider Kyuma van het spiksplinternieuwe ministerie van Defensie hebben het Amerikaanse beleid in Irak respectievelijk onvolwassen en mislukt genoemd. Tegelijkertijd moet hij verhullen dat de innige band zoals die bestond tussen Bush en Koizumi niet meer is.

De reactie van de boulevardpers op het akkoord dinsdag was dat Bush Abe keihard heeft laten vallen: de VS zijn de directe dialoog aangegaan met het Oost-Aziatische deel van ‘de as van het kwaad’ en hebben toegezegd Noord-Korea te verwijderen van de lijst van naties die terrorisme steunen. Het resultaat is dat Abe met zijn harde retoriek van ‘terroristenstaat’ en ‘omsingeling van Noord-Korea’ alleen is komen te staan.