Jammer, aderlaten heeft geen nut

Aderlaten beschermt niet tegen bloedvatziekten, althans niet overtuigend. Er waren medici die dachten dat deze oude ingreep hielp tegen vaatziekten. Nieuw onderzoek laat zien dat aderlaten nauwelijks verschil maakt .

Een Britse chirurijn opent de ader van een patient, 1340. Aderlaten hielp toen niet en nu nog niet. Britse chirurgijn opent ader patient, 1340 Physician bleeding a patient, c1300-c1340. The physician squeezes the incision and blood spurts into a bowl held by the reluctant-looking patient. The physician seems to be standing on his patient's foot. From The Luttrell Psalter begun before 1340 for Sir Geoffrey Luttrell. Ullstein bild

Volgens aanhangers van de zogenoemde ijzer-harthypothese zou aderlaten helpen bij hart- en vaatziekten. De belangrijkste onderbouwing voor die hypothese is dat die aandoeningen bij vrouwen vóór de menopauze veel zeldzamer zijn dan bij mannen van hun leeftijd. Na de menopauze lopen vrouwen al snel hetzelfde risico als mannen.

De verklaring zou zijn dat vrouwen met iedere menstruatie bloed verliezen en daarmee ijzer. Vrij ijzer, dat niet gebonden is aan het zuurstofbindende bloedeiwit hemoglobine, is berucht als katalysator bij de vorming van krachtige zuurstofradicalen. Die kunnen celwanden, eiwitten en DNA beschadigen. Er zijn aanwijzingen dat hart- en vaatziekten inderdaad minder voorkomen onder bloeddonoren.

Het ultieme bewijs voor de ijzer-harthypothese werd verwacht van een Amerikaans onderzoek waarvan de resultaten deze week zijn gepubliceerd in het Journal of the American Medical Association. Van 1277 patiënten met een vaatziekte in armen en benen kreeg de helft halfjaarlijks een aderlating en de andere helft alleen een klein sneetje, zonder dat er werkelijk bloed werd afgetapt. De laatste was dus de controlegroep.

Bij niet alle deelnemers uit de aderlaatgroep werd evenveel bloed afgetapt. De hoeveelheid hing af van de concentratie ferritine. Dat is een in alle weefsel voorkomend eiwit dat overtollig ijzer opslaat. Het is een maat voor de ijzerreserve in het lichaam.

In de 4,5 jaar na het begin van het onderzoek overleden 125 deelnemers (20 procent) in de aderlaatgroep en 148 (23 procent) in de controlegroep, geen duidelijk verschil. Toen daarbij de niet-fatale hartinfarcten en herseninfarcten werden opgeteld, nam het verschil wel wat toe, 180 (28 procent) in de aderlaatgroep tegen 205 (32 procent) in de controlegroep, maar opnieuw was dit statistisch niet significant. Aderlaten lijkt dus geen duidelijke bescherming te bieden tegen hart- en vaataandoeningen.

In januari wijdde oud-chirurg J.N. Keeman in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTG) een artikel aan de oeroude praktijk van het aderlaten. Volgens een al door Hippocrates (460-377 voor Chr.) ontwikkelde theorie was bij allerlei ziekten het evenwicht verstoord tussen vier lichaamssappen: bloed, slijm, gele gal en zwarte gal. Een aderlating was bedoeld om een overvloed aan bloed te verwijderen en zo het evenwicht te herstellen. ‘Bloedontlasting’ was tot halverwege de negentiende eeuw een middel tegen alle kwalen: hoofdpijn, koorts, snelle hartslagen en zelfs voor onregelmatige menstruatie en zwangerschapsproblemen.

Aderlaten gebeurde door op aangewezen plaatsen met een vlijm, een scherp lancet, een ader te openen (flebotomie). Ook ‘koppen zetten’ – verwarmde glazen op de huid laten afkoelen met als gevolg onderdruk en een ophoping van bloed – en bloedzuigers werden gebruikt.

Het onderzoek van de Franse arts Pierre Louis uit 1835 zorgde voor een ommekeer. Hij vergeleek het effect van bloedontlasting bij twee grote groepen patiënten met longontsteking. De helft kreeg een vroege aderlating (dag 1 tot 4) en de andere helft juist laat (dag 5 tot 9). Er werd 1 tot 1,5 liter bloed afgenomen! Het resultaat was ‘schrikaanjagend’, vond Louis: van de vroegbloeders overleed maar liefst 43 procent en van de laatbloeders toch nog 25 procent. Uiteindelijk verdween bloedontlasting als therapie. In 1857 noemde een commentator in het NTG het een ‘anachronisme’.

Nu wordt aderlaten alleen nog toegepast bij erfelijke ijzerstapelingsziekte (hemochromatose). Verder is de afgelopen tien jaar de bloedzuiger, de Hirudo medicinalis, weer in de belangstelling gekomen. Niet zozeer om daarmee bloed af te nemen, maar vooral vanwege het mengsel van antistollingsmiddelen en bloedverdunners die bij grote wonden beschadigde bloedvaten open houdt.

Het jongste Amerikaanse onderzoek lijkt er overigens op te wijzen dat aderlaten bij rokers, bij patiënten met diabetes en ook bij wat jongere patiënten (van 43 tot 61 jaar) wel enig effect heeft. Daarvoor is nieuw, gericht onderzoek nodig.

De betrouwbaarheid van het onderzoek wordt wat ondermijnd doordat een zesde van de uitgenodigde mensen niet aan het onderzoek wilde meedoen. Nog eens 78 kwamen na de eerste (namaak)aderlating niet meer opdagen.