Hou biobrandstof duurzaam

De grote vraag naar biobrandstof bergt het gevaar in zich dat het landbouwareaal zich uitbreidt ten koste van de natuur, betogen Raoul Bino en Anton Haverkort.

Dit jaar wordt ook in Nederland bijmenging van biobrandstof in benzine en diesel verplicht. Het biogehalte in de brandstof moet in 2010 opgelopen zijn tot bijna zes procent. Nederland loopt daarbij zeker niet voorop. In veel andere landen, zoals in Brazilië en in de Verenigde Staten, is bijmenging van biobrandstof al veel verder gevorderd. Biodiesel en bio-ethanol moeten brandstoffen duurzamer maken.

Maar onlangs kwam biobrandstof in een ongunstig daglicht. Arme Mexicanen demonstreerden tegen de hoge prijs van tortilla’s (maïspannekoeken) die onbetaalbaar werden, doordat Amerikaanse bedrijven maïs opkochten voor de productie van ethanol.

Akkerbouwers verkopen hun producten als bulk op de wereldmarkt. Met de vraag naar biobrandstof ontstaat daardoor concurrentie tussen twee ketens die tot nu toe weinig verbinding met elkaar hadden: voedsel en energie. In Brazilië, Maleisië en China zien we een sterke toename van de productie van gewassen als soja, palmolie en suikerriet, zowel voor voedsel als voor brandstof. Dit biedt mogelijkheden voor navolging voor een regio als Afrika, een regio die nu nog weinig exporteert naar de wereldmarkt, maar die wel een grote potentie heeft.

Het lijkt onvermijdelijk dat overal in de wereld nieuwe landbouwgronden in gebruik worden genomen. De rijke en makkelijk te bewerken landbouwgronden moeten we blijven gebruiken voor de productie van voedsel. Maar als voedsel en energie aan elkaar gekoppeld zijn, maakt het niet uit wat boeren telen op vruchtbare of marginale gronden. Boeren in Nederland weten nu ook niet welk deel van de bieten en tarwe die ze telen, naar voedsel of energie gaat.

In de ‘tweede generatie’ biobrandstoffen, waaraan nu hard gewerkt wordt, gaat het vooral om de verwerking van overbodige reststromen als stro en houtsnippers die tot brandstof worden verwerkt. Maar zo ver is het nog niet. Om nu te voldoen aan de vraag naar biobrandstoffen zijn vele miljoenen hectaren extra landbouwgrond nodig, gronden die onttrokken worden aan natuur, recreatie en bouwgronden.

Er bestaan nog wel onontgonnen gebieden die potentieel in aanmerking komen voor akkerbouw, maar als de grote bijmenginitiatieven in Europa en de Verenigde Staten eenmaal werkelijkheid worden, zullen boeren ook maagdelijk land in gebruik nemen.

Door de ‘groene revolutie’ was het landbouwareaal min of meer gestabiliseerd. Vanaf 1960 zijn de opbrengsten door de veredeling van graangewassen en door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest spectaculair gestegen.

Wereldwijd zijn in veertig jaar de opbrengsten per hectare meer dan verdubbeld. De hongersnoden die nu nog voorkomen, zijn niet het gevolg van tekort aan voedsel, maar door oneerlijke verdeling daarvan. Een verdergaande verhoging van de opbrengsten zou het surplus aan landbouwproducten dat beschikbaar komt voor de bio-energie, geleidelijk vergroten.

Maar de huidige politieke consternatie die wordt ingegeven door stijgende olieprijzen, door Kyoto en door de wens om zelfvoorzienend te zijn, veroorzaakt een zeer scherpe toename in de vraag naar landbouwproducten, een vraag die een verdubbeling vér te boven gaat. Dit roept om de ontwikkeling van specifieke energiegewassen, gewassen die ook onder droge of zoute omstandigheden veel biomassa produceren en gewassen die we kunnen telen met een minimale input van water en mest.

Steeds beter begrijpen veredelaars de biologie van planten. Steeds sneller ontwikkelen ze veredelingstechnieken om nieuwe gewassen te ontwikkelen voor productie van voedsel en energie. Om zeker te zijn dat deze nieuwe gewassen ook werkelijk duurzaam zijn, zijn certificeringsystemen nodig die zijn gebaseerd op speciaal voor bio-energie toegesneden duurzaamheidindicatoren.

De productie van biobrandstoffen kunnen we niet zomaar overlaten aan individuele bedrijven (boeren en energieproducenten) en zelfs niet aan individuele landen. Op wereldschaal is aandacht nodig voor de concurrentie tussen voedsel en biobrandstof. Er zijn nieuwe impulsen nodig voor de landbouw, impulsen vergelijkbaar met de groene revolutie.

Wereldwijd kunnen boeren een bijdrage leveren aan de vraag naar bio-energie en voedsel. Maar boeren hebben daarvoor wel nieuwe gewassen en teeltsystemen nodig. En om de natuur te beschermen tegen de exploitatiedruk zijn snel internationale afspraken nodig. Biobrandstof geldt nu nog als duurzaam. Laten we dat wel zo houden.

Raoul Bino is directeur Plant Sciences Group, Wageningen UR. Anton Haverkort is landbouwkundige bij Plant Research International Wageningen UR.