Hef CPB toch maar niet op

Volgens Jacques Tichelaar, de nieuwe fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid kan het Centraal Planbureau als adviesbureau van de overheid verdwijnen. Zijn argument is dat het CPB investeringen in milieu en onderwijs nutteloos acht, omdat het economisch rendement niet meetbaar is (NRC Handelsblad, 10 februari).

Erkend moet worden dat onder het bewind van Coen Teulings, de nieuwe directeur van het CPB, de mening postvat dat de kern van de economie betrekking heeft op de werking van markten. Door deze zienswijze wordt de aandacht geconcentreerd op financieel rendement van investeringen, onverschillig of deze nu privaat of publiek zijn. Daarmee gepaard gaat de eis dat alle kosten en baten van economische activiteiten meetbaar moeten zijn.

Hoewel de vermaardheid van het CPB stoelt op het vermogen de dynamiek van het economisch proces kwantitatief in kaart te brengen, zijn de voorgangers van Teulings nooit zover gegaan om hun calculaties uitsluitend te baseren op markttransacties. Integendeel, vanaf Tinbergen tot Don heerste het besef dat de aanwending van productiemiddelen niet alleen via de markt, maar ook via de overheid verloopt. Voorts is altijd overwogen dat niet-meetbare aspecten in het economisch leven een rol spelen, zoals de wens de arbeidsvreugde te verhogen en het land niet te laten ‘verrommelen’.

Tichelaars kritiek legt bloot dat de beoefening van de economische wetenschap in Nederland is verschraald tot het in kaart brengen van gemonitariseerde markttransacties. Deze verschraling tast ook kosten-batenanalyses aan, waarin uitsluitend op geld waardeerbare voor- en nadelen een plaats krijgen. Het gevolg is dat projecten door een veto van de Raad van State worden getroffen, omdat bijvoorbeeld de luchtkwaliteit buiten beschouwing was gebleven. Het is een aanwijzing om de kosten-batenanalyses te verbreden met niet-meetbare gevolgen. De theoretische grondslag hiervoor is een ruimere opvatting van welvaart, waarvan ik de betekenis onlangs in Echte Economie (Valkhofpers) uiteen heb gezet.

De nieuwe bewindslieden Jaqueline Cramer, Ronald Plasterk, Maria van der Hoeven en Frank Heemskerk, behoeft nauwelijks te worden voorgehouden dat zij hun beleid niet moeten laten insnoeren tot de huidige werkwijze van het CPB. Investeringen in het milieu hebben betekenis voor de leefbaarheid die verder reiken dan een geldsom. Investeringen in onderwijs beogen niet alleen de marktwaarde van scholieren te verhogen. De nieuwe bewindslieden van Economische Zaken zijn mans genoeg om te weten dat zij niet moeten vallen voor de calculaties van het CPB. Dit klemt te meer, omdat de beperkte kijk op economie van sommige economen over een paar jaar weer tot het verleden zal behoren.

De suggestie van Tichelaar om het CPB maar op te heffen, moet dan ook worden afgewezen. Daarvoor is er te veel expertise op het CPB aanwezig. Expertise die een waardige ondersteuning biedt aan een humaan en integraal beleid.

Dr. A. Heertje is emeritus hoogleraar economie aan de UvA.