Egidius, daar bent u weer

Zes eeuwen oud en nog steeds aangrijpend is het ‘Egidius-lied’ dat nu eindelijk in het bezit is gekomen van de Koninklijke Bibliotheek. Het maakt deel uit van het beroemde Middelnederlandse ‘Gruuthuse-handschrift’.

Bladzijde uit het handschrift met in de rechter kolom onder de notenbalk het Egidius-lied. Foto Koninklijke Bibliotheek Koninklijke Bibliotheek

De Koninklijke Bibliotheek in Den Haag heeft een uniek manuscript verworven, dat de belangrijkste bron is voor de Middelnederlandse letterkunde en de Nederlandse cultuurgeschiedenis van de late middeleeuwen. Het is gekocht van een Vlaamse particulier.

Over de prijs wil de Koninklijke Bibliotheek niets zeggen, maar die moet in de miljoenen euro’s belopen.

Het zogeheten Gruuthuse-handschrift is een bundel met 147 liedteksten, 18 gedichten en 7 berijmde gebeden uit het einde van de 14de eeuw. Ze werden in Brugge geschreven en zijn omstreeks 1400 gebundeld. Het handschrift is in veel gevallen de enige bron van liederen die nog steeds bekend zijn of tot de literaire canon worden gerekend, zoals Egidius, waer bestu bleven, een aangrijpend lied van zes eeuwen oud, waarvan de eerste strofe luidt:

Egidius waer bestu bleven

Mi lanct na di gheselle mijn

Du coors die doot du liets mi tleven

Dat was gheselscap goet ende fijn

Het sceen teen moeste ghestorven sijn

Andere bekende teksten zijn het liefdeslied Aloeette (Leeuwerik) en het Kerelslied, een satirisch lied over boeren.

Zelfs specialisten op het gebied van de middeleeuwse Nederlandse letterkunde als Frits van Oostrom en Herman Pleij hebben het handschrift tot voor kort nooit in handen gehad. Zij en hun voorgangers hebben zich altijd moeten behelpen met transcripties die teruggingen op foto’s. Het handschrift bevat ook muzieknotaties en is daarom ook voor musicologen interessant.

De laatste eigenaar heeft het Gruuthuse-handschrift aangeboden aan de Koninklijke Bibliotheek. De gevraagde prijs ging het normale aankoopbudget van de bibliotheek ver te boven. Het Mondriaan Fonds, het VSBfonds, de BankGiro Loterij, de VandenEnde Foundation en de Vrienden van de Koninklijke Bibliotheek hebben bijgedragen.

Het handschrift dankt zijn naam aan de 15de-eeuwse Brugse patriciër Lodewijk van Gruuthuse, een verwoed verzamelaar. Na hem is het in het bezit van verscheidene Zuid-Nederlandse, later Belgische families gebleven. Uit de literatuur kan worden afgeleid dat de laatste bezitters leden van de familie Van Caloen zijn geweest.

Het handschrift is gebonden in een 19de-eeuwse leren band. De binder heeft daarbij de perkamenten bladen op maat gesneden, zodat de marges krap en soms afwezig zijn. De teksten zijn in twee kolommen geschreven in bruine inkt, enkele initialen zijn rood of blauw gekleurd. Er hebben meerdere kopiïsten aan gewerkt. Illustraties ontbreken, zodat de unieke tekst niet te vergelijken is met de bekende geïllumineerde handschriften uit de Middeleeuwen.

gruuthuse Liederen van vrolijke kwanten

Er moeten honderden liedbundels als het Gruuthuse-handschrift hebben bestaan, maar er zijn er maar enkele over. De schrijvers van deze wereldlijke teksten behoorden niet tot de elite. Het moet een groep Brugse vrienden zijn geweest, vrolijke kwanten, die samen dichtten, musiceerden en zongen. De liederen hebben een werelds, persoonlijk karakter. De meeste zijn liefdesliederen, maar ook thema’s als nachtbraken, geldgebrek, afkeer van rijken en van lompe boeren, drinken, zingen en musiceren komen voor. Kwalitatief staan ze op een internationaal hoog niveau. Van slechts twee dichters staan de namen vast: Jan van Hulst en Jan Moritoen.

Uit en over het Gruuthuse-handschrift is veel gepubliceerd op basis van foto’s, maar de bewaarplaats was lang onbekend. Letterkundige Willem de Vreese, die in de vorige eeuw Europa afreisde op zoek naar vroeg-Nederlandse teksten, trof het aan in een familiebibliotheek. Hij achtte zich gelukkig niet te hoeven sterven „zonder dat boek onderzocht en beschreven te hebben”. In kringen van historisch letterkundigen heeft het Gruuthuse-handschrift altijd een magische klank gehouden. Frits van Oostrom noemt het in zijn vorig jaar verschenen literatuurgeschiedenis Stemmen op schrift „de meest formidabele Middelnederlandse bron die nog niet openbaar toegankelijk is”. Van Oostrom is opgetogen over de aanwinst omdat het nu direct te bestuderen valt. „Het is vooral van belang voor de interpretatie. Het is namelijk geen afgeronde poëziecollectie. Wat we hier zien is ‘work in progress’ waarbij je die dichters op de vingers kijkt. Omdat we nu allerlei verbeteringen kunnen lezen zitten we heel dicht op het ontstaan van die poëzie.”

Een tekstkritische uitgave van het handschrift wordt voorbereid door het Huygens Instituut. Vanaf 1 maart is er een webeditie beschikbaar. Daarop zijn ook uitvoeringen van de liederen te horen. Het handschrift ligt vanaf vandaag op de tentoonstelling ‘De verdieping van Nederland’ van het Nationaal Archief en de KB.

www.nrc.nl/kunst: Meer over het handschrift