Een boek als ‘De waterman’

Titels van Vestdijk en Couperus ontbreken op de shortlist van Het Beste Boek, terwijl ‘Het huis van de moskee’ van Kader Abdolah er wél op staat. Maarten ’t Hart verfoeit dit soort verkiezingen.

Onlangs werden wij getrakteerd op de verkiezing van de Grootste Nederlander. Op een lange groslijst kwam je zelfs de namen tegen van drie geboren en getogen Duitsers, Prins Bernhard, Prins Claus en Willem van Oranje, en uiteindelijk werd de laatste, na enig doldwaas geharrewar (Pim Fortuyn was in eerste instantie als winnaar uit de bus gekomen) naar voren geschoven als de Grootste Nederlander. Een potsierlijke keuze natuurlijk, gelet op ’t feit dat Willem van Oranje nooit een Nederlander is geweest. Bij het afsluitend examen van de inburgeringscursus zou hij gezakt zijn. Zelfs onze taal was hij amper machtig. Om dat te verbloemen zei hij nooit wat, vandaar z’n bijnaam Willem de Zwijger. Op schoolreisje kregen wij in het Prinsenhof in Delft te horen dat zijn laatste woorden aldaar waren geweest: Moi Dieu, Ayez pieté de moi en de mon pauvre peuple. Als dat geen Frans is !

Bij die verkiezing heb ik steeds gedacht: als de Grootste Nederlander ook een Duitser mag zijn, staat als een paal boven water wie ’t meest in aanmerking komt die titel te mogen voeren, de man natuurlijk wiens machtigste werk in de paastijd in heel Nederland in alle kerken en concertzalen te horen is: Johann Sebastiaan Bach.

Enfin, amper nog bekomen van dit beschamende schouwspel organiseert deze kwaliteitskrant weer zo’n onzinnige verkiezing. Nu mogen wij Het Beste Boek aanwijzen. De lezers mochten een keus maken uit een groslijst van 250 titels. Wat het meest opviel aan die lijst van 250 was het feit dat de halfkrankzinnigen die hem hadden samen gesteld, mogelijkerwijs met duivelse opzet, expres de mooiste romans uit de Nederlandse literatuur er niet op hadden geplaatst.

Van Couperus ontbraken bijvoorbeeld De boeken der kleine zielen, werken die toen zij in Engelse vertaling verschenen aan de Albioncritici de uitspraak ontlokten: zoiets geweldigs hebben zelfs wij op ons eiland niet. Van Vestdijk ontbrak bijvoorbeeld het werk dat hij zelf het hoogst achtte: De koperen tuin. En waar was van diezelfde Vestdijk Ierse Nachten, De vuuraanbidders, Kind tussen vier vrouwen gebleven ? Van Arthur van Schendel ontbrak de roman waarover Marsman dichtte: ‘Dan zitten wij ’s nachts bij het vuur en lees ik u voor uit een boek, dat ik dan heb geschreven, een boek als De waterman, of lacht ge dat dat niet kan?’ Van diezelfde Van Schendel ontbrak ook de roman die Du Perron als zijn beste beschouwde: Een Hollands Drama.

In een ver verleden heeft Bordewijk, toen onder schrijvers een enquête werd gehouden wat onze beste romans zijn, Tobias en de dood van J. van Oudshoorn betiteld als onze grootste roman. Dat onderschrijf ik volledig, maar ook dat superieure meesterwerk ontbrak op de groslijst.

Andere opvallende omissies: Inwijding van Marcellus Emants, Bewolkt bestaan van Cola Debrot, de geweldige verhalen van Vincent Mahieu, Een dwaze maagd van Ida Simons, Gesloten huis van Nicolaas Matsier. Wat ook al mijn verstand te boven gaat is dat de opstellers van de groslijst Marja Brouwers genegeerd hebben. Meesterwerken als Havinck, De lichtjager en Casino ontbreken derhalve, terwijl er wel zo’n totaal verouderd boekje als Ik en mijn speelman op staat. (Laatst vroeg een neef mij toen hij dit werk bij mij in de boekenkast ontdekte: ‘Gaat dat over de intieme omgang van een man met zijn snikkel?’) Als je Van der Leeuw al op zo’n lijst wil zetten, dan toch veel eerder De kleine Rudolf.

En nu is er dan een shortlist van tien titels uitgerold waarbij de namen van twee van onze grootste schrijvers, Couperus en Vestdijk, ontbreken, maar waarop wel een soort hilarisch equivalent staat van Pim Fortuyn, namelijk Het huis van de moskee van Kader Abdolah. Hoe kan zo’n overigens op zichzelf heel aardig boek op deze shortlist terecht zijn gekomen? Gaat dat boek straks deze verkiezing winnen? Of gaat het telegramstijlproza van Voskuil met de eer strijken? Of wordt het toch, wat waarschijnlijk overigens reeds bij aanvang van deze geflipte vertoning vaststond, De ontdekking van de hemel? Eén troost: dat is tenminste een Nederlands boek van een Nederlandse schrijver. Want stel dat bij deze verkiezing van het beste boek een Duitse titel als nummer één zou eindigen ! Nou ja, als ’t Buddenbrooks zou zijn van Thomas Mann zou ik dat toejuichen. Dat in ieder geval duizend maal liever dan Het bureau van Voskuil. Niettemin blijf ik erbij: dit soort verkiezingen zijn weerzinwekkend. In Prediker 9 vers 11 lezen wij er al over: ‘Ik zag onder zon dat niet de snelsten de wedloop winnen, noch de sterksten de strijd, noch ook de wijzen het brood, noch ook de schranderen de rijkdom, noch ook de verstandigen de gunst, want tijd en toeval treffen hen allen.’