Een bankpas voor een gehandicapte in het jaar 2007

Ik ben de curator van onze ernstig verstandelijk gehandicapte zoon van 24 jaar. Curator word je niet zomaar – daarbij past uiterste zorgvuldigheid. In alle gevallen gebeurt dat door de rechterlijke macht en gaat er een degelijk onderzoek naar de handelingsbekwaamheid van de curandus aan vooraf.

Toen onze zoon achttien jaar werd, is door de rechtbank een dergelijk onderzoek uitgevoerd. De rechter kwam zich persoonlijk op de hoogte stellen van de existentie van onze zoon, evenals over de mogelijkheden hoe hij zijn bestaan zelf vorm kan geven en hoe hij zelf beslissingen kan nemen die zijn leven aangaan.

De rechter heeft kennis met hem gemaakt en heeft daarnaast gesproken met zijn begeleiders en andere professionals van de leefgemeenschap van verstandelijk gehandicapten, waar hij sinds zijn veertiende woont. Pas na een dergelijk uitvoerig onderzoek komt de rechter tot een oordeel over de aangevraagde curatele.

Voor mij betekent dit curatorschap dat er een belangrijke vorm is ontstaan waarin ik de verbintenis met mijn kind kan blijven uitdrukken. Ik voel mij, samen met mijn man, gerechtigd tot het nemen van alle belangrijke beslissingen die zijn leven bepalen. Want hij kan dat niet zelf, de vermogens daartoe ontbreken in elk opzicht. Wij vertegenwoordigen hem en handelen namens hem.

Naast alle liefde en aandacht die ik hem kan geven als wij elkaar ontmoeten, kan ik ook meer praktische zaken voor hem blijven regelen. Zoals de bankrekening die ik voor hem opende toen hij 18 jaar werd. Een rekening die we gebruiken om voor en namens hem bestedingen te doen in de sfeer van kleding, vakanties en uitstapjes. Elk jaar leggen we daarover rekening en verantwoording af bij de rechter.

Maar nu de actualiteit. Want een bankrekening voeren in Nederland anno 2007 betekent identificatie. De gezamenlijke banken hebben daartoe, gesteund door wetgeving ter zake, besloten om altijd zeker te kunnen zijn van het feit dat degene die zegt te zijn wie hij is, dat ook daadwerkelijk is. Over deze maatregel zelf laat ik mij niet uit. Voor een curator betekent deze maatregel echter nogal wat.

Wij ontvingen op naam van onze zoon een brief van de bank met een oproep om zich vóór een bepaalde datum te komen identificeren. De oproep was aan hem persoonlijk gericht.

Maar helaas, daartoe is hij niet in staat. Met deze brief en de documenten die mijn curatorschap en zijn rekeninggegevens vermelden, meldde ik mij bij de bank om de identificatie voor mijn zoons rekening te regelen.

Een vriendelijke baliemedewerker legde mij uit dat dit niet zou lukken zonder zijn identiteitskaart of paspoort. Tot dan had mijn zoon niet een dergelijk document. Mij werd gevraagd via een centraal telefoonnummer te laten informeren over de gang van zaken in het geval van curatorschap.

Voortvarend heb ik beide zaken aangepakt. In de instelling waar mijn zoon woont, werden juist voor alle bewoners (met behulp van een ingehuurde fotograaf en een speciaal daartoe ingericht noodloket van de desbetreffende gemeente) identiteitspasjes gereed gemaakt.

Voorts belde ik met het daarvoor aangegeven nummer van de bank, waar mij werd uitgelegd met welke documenten ik terug kon naar het desbetreffende kantoor.

Gewapend met het verse persoonspasje van mijn zoon, mijn eigen paspoort, zijn rekeningnummer en pinpas, de rechtbankverklaring over mijn curatorschap en de oproep vervoegde ik mij opnieuw bij de balie.

„Geen sprake van”, luidde de conclusie van de dienstdoende medewerker. Het regelen van de identificatie voor een ander was absoluut uitgesloten.

Ik verwees naar het zojuist gevoerde telefoongesprek met de bank en verzocht de baliemedewerker in mijn aanwezigheid hetzelfde nummer te bellen om te vragen wat de juiste aanpak was. Er volgde een driehoeksgesprek tussen de medewerker van de bank, zijn hogergeplaatste en mij. Het resultaat: identificatie via curatorschap is onmogelijk.

Klanten die niet zelfstandig een bankadres kunnen bezoeken, zullen komende maanden bezocht worden in hun eigen woonsituatie voor identificatie.

Los van vragen die mij bekruipen over de enorme rompslomp van deze maatregel en over de verschrikkelijke juridificering van onze samenleving, blijf ik met een vraag van meer wezenlijke aard zitten. Namelijk: wat betekent het nu nog dat ik curator ben van mijn zoon? Er wordt mij iets afgenomen, namelijk het mij door de rechter toegewezen beslissingsrecht over zaken die mijn zoon betreffen. Hoe gaat dit in zijn werk bij een familielid of geliefde die in coma ligt, bij een zeer ernstig dementerende vader of moeder?

Moeten wij als curatoren nu toestaan dat bankemployees binnenkort uitzwermen over Nederland om in verzorgingshuizen en in leefgemeenschappen de ernstig verstandelijk gehandicapte of de chronisch zieke bewoners te komen identificeren, om te kijken of ze echt wel zijn wie ze voorgeven te zijn?

Hierin heeft de wetgever vast niet voorzien en hij zal het zeker niet zó hebben bedoeld.

Carla Alma is geograaf te Groningen.

    • Carla Alma