Donner toch een ‘58-jarige maagd’

Er werd veel gelachen tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet bodembescherming met het oog op nieuwe regels voor de toepassing van bouwstoffen, grond en baggerspecie , gisteren in de Tweede Kamer. Het was de eerste keer dat Tweede Kamerlid Piet Hein Donner (CDA) mocht spreken. Donner: „Om op 58-jarige leeftijd hier als maagd het woord te mogen nemen, doet blozen.”

Donner, vorig jaar afgetreden als minister van Justitie, is op 22 november 2006 in de Tweede Kamer gekozen. Tot die tijd had hij nog nooit in de plenaire zaal als Kamerlid het woord gevoerd. De feestelijke eerste keer, de maidenspeech, leek aan hem voorbij te gaan. Volgende week stapt Donner het kabinet weer in, als minister van Sociale Zaken. Maar collega Ger Koopmans stond zijn plaatsje af en bood Donner aan het woord te voeren.

Donner maakte van zijn toespraak een referaat over het baggerwezen. Hij had bovendien een fout ontdekt in de door staatssecretaris Van Geel (CDA) voorgestelde wijziging. Onduidelijk is, zei Donner, „wat de regel is, wat de afwijking en wat de beleidsruimte. Daar voldoet deze wetswijziging onvoldoende aan”. Sterker: Donner noemde het „onbegrijpelijk” dat de „toenmalige minister van Justitie” (Donner zelf dus) deze wijziging vorig jaar heeft goedgekeurd. „Hij heeft toen vermoedelijk zitten slapen.”

Donner stond lange tijd stil bij de problemen rondom de tarragrond, ofwel aarde die bij het rooien aan bijvoorbeeld de aardappels blijft vastzitten. Dat is volgens Donner „een knelpunt dat dringend moet worden opgelost”, omdat dat door knellende regels een grote „kostenpost voor de aardappel- en bietenverwerkende industrie” is. Donner haalde als oplossing voor „de problematiek van de tarragrond” de twaalde-eeuwse Sassoferrato aan. Hij schreef „dat de wet aan de werkelijkheid moet beantwoorden, en niet andersom”.