De laatste ‘goede’ Amerikaanse oorlog

‘Letters from Iwo Jima’ toont de eindstrijd tussen de VS en Japan tijdens WO II.

Het is een film van formaat, genuanceerd en pijnlijk.

„Wat moeten we met dit eiland? Laat de Amerikanen het maar nemen”, moppert soldaat Saigo. Zijn opmerking komt hem op een afranseling van luitenant Ito te staan. Het is 1945 en we zijn op de plek waar Clint Eastwood ons aan het einde van zijn vorige film achterliet: Iwo Jima, een vulkanische aspukkel voor de Japanse kust waar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de eindstrijd tussen Japan en de Verenigde Staten plaatsvond. In Flags of our Fathers vertelde regisseur Eastwood dat verhaal uit Amerikaans gezichtspunt. En hoewel de Amerikanen de overwinnaars waren, was die film ook al niet zo oorlogszuchtig als we van de meeste Amerikaanse Tweede Wereldoorlog-films gewend zijn. Het hoofddoel van de film Flags of our Fathers was te laten zien dat hét symbool van de Amerikaanse overwinning, het hijsen van de vlag op Suribachi-berg midden op het eiland, een moment van geënsceneerde en geëxploiteerde heroïek was.

Maar nu Eastwood in Letters from Iwo Jima de Japanse kant (met Japanse acteurs in hun eigen taal) van die medaille in het filmlicht houdt, nu hij het perspectief van de Japanse ‘doodsmachines’ wil laten zien, lijkt Cowboy Clint pas echt een pacifist geworden. Nog voordat er ook maar één oorlogshandeling heeft plaatsgevonden, wordt dat al duidelijk. Terwijl Ito soldaat Saigo in een vers gegraven loopgraaf bijna zijn graf injaagt, komt de nieuwe generaal Kiribayashi (Ken Watanabe) hem redden. Hij pleit voor een meer menselijke behandeling van de soldaten. Op dat moment weet je: de eigenlijke strijd die hier uitgevochten gaat worden, is die tussen discipline en humanisme, tussen eer en overleven, tussen ideologie en pragmatisme.

Eastwood begint en eindigt zijn film met het opgraven van honderden brieven die de soldaten schreven maar nooit hebben kunnen versturen. Deze archeologische vondst was voor filmmaker Eastwood een geschenk: zo kon hij de Japanse soldaten uit hun eigen woorden laten ontstaan en de film een stempel van historische authenticiteit meegeven. Door die brieven en een sporadische sobere flashback worden deze mannen gedefinieerd via hun levens buiten het isolement van het eiland. Thuis zijn ze vaders, arbeiders – ze hebben dromen en twijfels.

Ingegraven in de heuvels wachten ze op de Amerikanen. Als ratten in de val. En dat weten ze. Ze zijn daar gelegerd om te sterven. Dat is misschien eervol, maar niet voor iedereen het hoogst denkbare in het leven. Sommigen deserteren voor een bord eten. Om dan door de Amerikanen in de borst geschoten te worden. Het zijn nare beelden van wat wel de laatste ‘goede’ Amerikaanse oorlog genoemd is.

In deze wereld is geen kleur meer. Dat heeft Eastwood goed begrepen. Ook stilistisch is Letters from Iwo Jima net als Flags from Our Fathers een grofkorrelige krantenfoto. Alleen het rood schittert. Het rood van vuur, van bloed, van de keizerlijke zon op de Japanse vlag.

De manier waarop Eastwood iets van de Japanse ziel probeert te begrijpen, doet wel wat denken aan de poging die Rus Aleksander Sokoerov daar twee jaar geleden toe deed in The Sun, zijn portret van de Japanse keizer Hirohito. Ook met die film vormt Letters from Iwo Jima een belangrijk tweeluik. Letters from Iwo Jima laat zien wat er destijds búiten het paleis van de keizer aan de hand was. Maar ook dat men daar even wereldvreemd was als binnen.

Alleen al dit alles maakt Letters from Iwo Jima een film van formaat, genuanceerd en pijnlijk. Maar dan moet je je altijd afvragen waarom iemand juist nu een film maakt over soldaten die in grotten ingegraven zitten te wachten tot de Amerikanen ze komen bombarderen. Net zoals Amerika’s grootste vijand van dit moment. Heeft Eastwood geprobeerd via het ondoorgrondelijke, maar wel bewonderde eergevoel van de Japanners iets te begrijpen van mensen die vandaag de dag liever dood zijn dan zich over te geven?

Letters from Iwo Jima.

Regie: Clint Eastwood. Met: Ken Watanabe, Kazunari Ninomiya, Tsuyoshi Ihara, Ryo Kase. In: 20 bioscopen.