Dat kan. Maar er is wel kans op conflict ?

Afgelopen dinsdag werden de namen van het nieuwe kabinet bekend gemaakt.

Dat roept vragen op.

1Kan een columnist minister van Onderwijs worden?

Het is vaker gebeurd dat een columnist minister werd. In 2002 werd NRC Handelsblad-columnist Eduard Bomhoff minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Hij werd minister namens de LPF. In het verdere verleden was het heel normaal dat politici hun mening als columnist bleven verkondigen. Abraham Kuyper, premier en voorman van de ARP aan het begin van de twintigste eeuw, schreef columns als hoofdredacteur van De Standaard.

Ronald Plasterk is nu columnist van de Volkskrant en het tv-programma Buitenhof. Hij verkondigde meningen die lijnrecht in tegenspraak waren met die van de minister van Onderwijs, Maria van der Hoeven. Nu wordt hij het zelf.

In zijn columns kraakte hoogleraar Plasterk, gespecialiseerd in moleculaire genetica, geregeld het onderwijsbeleid van Van der Hoeven af. Het hevigste debat tussen de atheïst Plasterk en de katholiek Van der Hoeven ging over intelligent design, het geloof in een ‘ontwerper’ van het heelal. Van der Hoeven, straks minister van Economische Zaken, vond de theorie interessant. Ze wilde een debat beginnen, maar kreeg de hoon van Plasterk: „Straks dient zich een stel Indiase fakirs aan dat zegt dat de zwaartekracht niet bestaat”.

Nog interessanter is de vraag wat de atheïst Plasterk met het bijzonder onderwijs wil. Als columnist was hij daar kritisch over. Zo omschreef hij het eens als „het systeem dat elke geloofsgemeenschap zijn eigen scholen mag stichten, daarin zijn eigen heilsleer mag overdragen op de kinderen, en dat mag doen op kosten van de Nederlandse belastingbetaler”. Zolang het CDA regeert, mag er absoluut niet getornd worden aan het bijzonder onderwijs.

Een minister moet, naast politiek debat voeren en beleid uitzetten, ook leiding geven aan een departement. Plasterk is nu nog de baas over een groep wetenschappers, straks leidt hij een leger rijksambtenaren. De vorige columnist die minister werd, Eduard Bomhoff, raakte al meteen in conflict met een topambtenaar.

2Welk beleidsterrein kan het grootste strijdpunt worden?

Dat kan zo maar Buitenlandse Zaken zijn. De nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, moet samenwerken met minister van Defensie Eimert Van Middelkoop (ChristenUnie), Bert Koenders (minister van Ontwikkelingssamenwerking, PvdA) en Frans Timmermans (staatssecretaris voor Europese Zaken, PvdA).

Hoe moet het bijvoorbeeld als het straks over Europa gaat? Het kabinet laat, via een omweg, de mogelijkheid open voor een nieuw referendum over een nieuw Europees Verdrag. Maar de bewindslieden zijn verdeeld. De ChristenUnie is eurosceptisch, de PvdA vindt dat een nieuw verdrag aan de kiezer moet worden voorgelegd. Maar er is een complicerende factor in de partij: opnieuw Ronald Plasterk. Als columnist verzette hij zich fel tegen de Europese Grondwet, waardoor hij bijna het gezicht werd van de ‘nee’-campagne.

Nog een probleem: Israël. Het regeerakkoord is er vaag over, maar de ChristenUnie is om religieuze redenen uitgesproken pro-Israël. Nieuwe conflicten in het Midden-Oosten kunnen de verhouding, met name met de PvdA, op scherp stellen. De PvdA staat veel minder vierkant achter Israël dan de ChristenUnie en benadrukt veel meer de Palestijnse zaak.

3Hoe zijn de machtsverhoudingen in het kabinet?

Mochten meningsverschillen ontstaan in het kabinet, dan gaan de getalsverhoudingen een rol spelen. Het CDA heeft acht ministers, de PvdA zes en de ChristenUnie twee. In de belangrijke sociaal-economische ‘vierhoek’, een soort kernkabinet, dreigde het CDA de overhand te krijgen. Maar dat hebben de onderhandelaars opgelost door de vierhoek uit te breiden tot een zeshoek: ook André Rouvoet en Ronald Plasterk mogen aanschuiven, zodat het CDA drie van de zes ministers levert.

4Waarom heeft het CDA voor bijna alleen maar bekende gezichten gekozen?

Premier Balkenende heeft zich ideologisch goed bewapend in het nieuwe kabinet. Hij heeft getrouwen om zich heen verzameld die al een lange carrière in de partij hebben gemaakt. Ab Klink, die minister van Volksgezondheid wordt, is de partij-ideoloog van het CDA. Met Balkenende ontwikkelde hij in de jaren negentig de visie die de basis vormt voor de moderne christen-democratie. Maar ook Piet Hein Donner en Ernst Hirsch Ballin zijn van groot belang voor het denken binnen het CDA.

Daarbij komt dat het CDA werkt volgens het idee dat politici een lange weg omhoog moeten volgen. Loyaliteit wordt beloond. Daarom mocht bijvoorbeeld Maxime Verhagen, als trouwe fractievoorzitter, zijn favoriete ministerspost uitzoeken.

Er is nog een derde reden. Premier Balkenende heeft drie kabinetten geleid, waarvan er twee voortijdig vielen. Onervarenheid van bewindslieden speelde daarbij een rol. Hij is ook op zoek naar zekerheid in de ministerraad.

5Had de PvdA daar geen eigen partijcoryfeeën tegenover moeten zetten?

PvdA-leider Wouter Bos heeft gekozen voor een politiek onervaren ploeg. Alleen Bert Koenders komt uit de Tweede-Kamerfractie. Jacqueline Cramer en Ronald Plasterk komen beiden uit de wetenschap en gelden als onafhankelijke denkers. Bos heeft gekozen voor eigenzinnigheid en intellectuele capaciteiten en heeft partij-ideologen of ambitieuze Kamerleden met zitvlees buiten de deur gehouden. Plasterk, zei Bos, is mede gekozen om Donner intellectueel tegenwicht te bieden. Het risico bestaat dat de PvdA-bewindslieden moeilijker op één lijn te krijgen zijn dan de CDA’ers, waardoor de laatste partij discussies sneller kan winnen.

6De drie politiek leiders zitten allemaal in het kabinet. Is dat verstandig?

Meestal blijven een of twee politiek leiders van regeringspartijen in de Tweede Kamer zitten, om de regering te blijven controleren zonder de discipline van de ‘eenheid van kabinetsbeleid’. Dualisme dus. Frits Bolkestein deed het bijvoorbeeld zo onder Paars (PvdA, VVD en D66). Hij zorgde voor het échte VVD-geluid en liet de VVD-bewindslieden compromissen sluiten. Tweede-Kamerfracties zónder politiek leider hebben de neiging het kabinet te volgen. Weg dualisme dus. Dat maakt het veel moeilijker hun ideologische profiel te laten zien. Bijkomend nadeel: Wouter Bos en André Rouvoet moeten zich straks achter het regeerakkoord en andere kabinetsbeslissingen scharen.

Constructies zoals deze hebben in het verleden niet tot erg veel succes geleid. Joop den Uyl werd bijvoorbeeld in 1981 vicepremier onder CDA-leider Dries van Agt. Hij kreeg zoveel onenigheid met Van Agt én diens partijgenoten dat het kabinet al na een jaar viel. Het kan ook lopen zoals met Wim Kok, minister van Financiën onder Lubbers tussen 1989 en 1994. Kok kreeg veel kritiek door zijn loyale opstelling, verloor de verkiezingen, maar werd later toch premier.

7Is de ChristenUnie een stabiele factor?

Ja. Tenminste: dat zegt iedereen. Wouter Bos noemde de stabiliteit van de ChristenUnie het grootste voordeel van deze nieuwe regeringspartij. In werkelijkheid is de ChristenUnie een nog niet erg uitgekristalliseerde partij, waarmee nog alles kan gebeuren. Rijpe en groene meningen lopen door elkaar, een gedachtegoed heeft de partij niet, partijcoryfeeën zijn er niet of nauwelijks, er is geen partijcultuur. De fusiepartij tussen GPV en RPF bestaat pas sinds 2000. Voorzitter Blokhuis zei deze week dat de partij goed is in theologie, maar nog onvoldoende een politieke basis heeft. De achterban van de partij verandert sterk: staatsrechtelijk gereformeerden hadden de overhand, maar hun positie is overgenomen door een activistisch-evangelische groep. De partij raakte vorig jaar verdeeld over het sterke pro-Israëlstandpunt van Rouvoet, en het is de vraag wat er gebeurt als de leden straks echt gaan debatteren – wat de voorzitter wil.