Britten vrijuit na ‘mishandeling in Irak’

Vijf Britse militairen die terechtstaan voor het mishandelen van civiele gevangenen in Irak zijn door een krijgsraad ontslagen van verdere rechtsvervolging. Twee andere militairen worden wel verder vervolgd, zo oordeelt de militaire rechtbank in een gisteren openbaar gemaakte uitspraak.

Het proces ligt gevoelig in Groot-Brittannië, zeker sinds een van de aangeklaagden in een eerder stadium schuld heeft bekend aan het inhumaan behandelen van de gevangenen. Korporaal Donald Payne werd de eerste Britse militair ooit die schuld bepleitte aan een oorlogsmisdaad volgens definitie van het internationaal recht.

De zeven militairen werden vorig jaar aangeklaagd wegens mishandeling van negen gevangengenomen Irakezen in de Zuid-Iraakse stad Basra, in 2003. De Irakezen werden geschopt en geslagen terwijl zij geboeid waren en kappen over hun hoofden droegen, aldus de aanklager. Eén gevangene kwam te overlijden, volgens de aanklacht toen hij door de militairen werd overmeesterd na een vluchtpoging. De overige acht gevangenen werden destijds zonder aanklacht vrijgelaten.

De rechter oordeelt nu dat er onvoldoende bewijs is voor verdere vervolging van vier militairen. De vijfde, Payne, is gevrijwaard van aanklachten wegens doodslag en obstructie van de rechtsgang. De strafmaat voor de door hem toegegeven misdaad moet nog worden vastgesteld.

De twee militairen die nog terechtstaan wordt verweten dat zij het misbruik destijds niet hebben verhinderd.

De hoogstgeplaatste van de beklaagden, kolonel Mendonca, verdedigde gisteren buiten de rechtbank het optreden van zijn mannen in Irak als „enorm goed”.

Familieleden van de Irakezen hebben verontwaardigd gereageerd. (AP, BBC)