Balkenendes vierde

De nieuwe ploeg bewindslieden die formateur Balkenende heeft samengesteld, oogt hooggeleerd en ideologisch geprofileerd. Met vier professoren en zes partij-ideologen is het meer denktank dan kabinet. Zes van de 27 ministers en staatssecretarissen hebben bestuurlijke ervaring op nationaal niveau. Slechts één van hen is PvdA’er: beoogd vicepremier Bos heeft twee jaar als staatssecretaris op Financiën aan het landsbestuur geroken. Voor de ministersposten zijn uit het bedrijfsleven alleen Vogelaar (Integratie en Wijkverbetering, PvdA) – Unilever – en Cramer (VROM, PvdA) – Philips – gerekruteerd. Uit het regeerakkoord bleek al dat Balkenende IV de vrije markt niet hoog aanslaat. De personele samenstelling van het nieuwe kabinet onderstreept dit. Mocht beoogd minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) toch de markt een warm hart toedragen, dan heeft ze dat tot nu toe goed verborgen gehouden.

Het risico van de onervarenheid van de smaldelen van PvdA en ChristenUnie is dat deze kunnen worden overvleugeld door meer ervaren CDA-ministers, met alle mogelijke spanningen van dien. Eerder liet PvdA-leider Bos vaak weten dat hij voor de samenstelling van zijn toekomstige kabinet, mocht hij de verkiezingen winnen, sterk dacht aan een groep relatief jonge PvdA-wethouders uit (middel)grote steden. Van dit wethouderssocialisme is Bos kennelijk teruggekomen. Alleen de Amsterdamse wethouder Aboutaleb mag nu „de voedselbanken komen bestrijden” (Bos), als staatssecretaris op Sociale Zaken.

Met Aboutaleb en Kamerlid Albayrak, die als staatssecretaris het hoofdpijndossier Vreemdelingenzaken gaat doen, haalt de PvdA wel voor het eerst twee moslims in het kabinet. Dat is toe te juichen; ook het kabinet dient zo mogelijk de gewijzigde bevolkingssamenstelling te weerspiegelen. Beiden hadden mogelijk op een ministerschap gehoopt, gezien de lof die Bos hen eerder toewuifde. Het is echter verstandig dat zij nu eerst de kans krijgen zich bestuurlijk te bewijzen als staatssecretaris. Ronduit verrassend is het opdoemen van de geneticus, columnist en partij-ideoloog Plasterk (Onderwijs). Hij verplaatst zich van stuurman aan de wal naar de brug. Te hopen valt dat hij zich voornamelijk zal wijden aan koerscorrecties. Geen experimenten.

Balkenende zelf heeft bij het zoeken naar bestuurlijk talent geen verrekijker gebruikt. Met Donner (Sociale Zaken), Klink (Volksgezondheid), Hirsch Ballin (Justitie) en Van der Knaap (Defensie) onderhoudt hij langjarige vriendschapsbanden. En ook voor partijvoorzitter Van Bijsterveldt (Onderwijs), Eurlings (Verkeer), Verhagen (Buitenlandse Zaken), Verburg (Landbouw) en Van der Hoeven hoefde hij niet ver van huis. Dat bij de verdeling van de ministersposten een beter evenwicht is gevonden tussen de voormalige ‘bloedgroepen’ van het CDA, is bevorderlijk voor de stabiliteit. De vraag is wel of Balkenende niet beter zijn best had moeten doen om kandidaten op te sporen buiten zijn kleine kring: vriendschap is mooi, maar als selectiecriterium voor bewindspersonen ligt het niet het meest voor de hand.