‘Als ik geen locaties heb, heb ik geen film’

Regisseur Nanouk Leopold wordt een vaste gast op internationale festivals.

Gister ging ‘Wolfsbergen’ in première in Berlijn.

Nanouk Leopold (Foto NRC Handelsblad, Vincent Mentzel) Nanouk LEOPOLD,filmmaakster.foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Rotterdam, 7 mei 2005 Mentzel, Vincent

Het is geen toeval dat de programmeurs van het Internationales Forum des jungen Films graag wilden dat de nieuwe film van Nanouk Leopold tijdens het Filmfestival Berlijn in hun programmaonderdeel in première zou gaan. Wolfsbergen sluit wat betreft stijl en thematiek sterk aan bij wat hier de Berliner Schule heet, of de Nouvelle Vague Allemande, een zeer los verband van filmmakers onder wie bijvoorbeeld Christian Petzold (met Yella in competitie), Thomas Arslan (met Ferien in het Panorama) en de eveneens in het Forum vertoonde films van Angela Schanelec (Nachtmittag) en Maria Speth (Madonnen). In hetzelfde jaar dat Leopold met haar debuut Îles flottantes (2001) in de Tiger Competitie in Rotterdam zat, was Speth daar met haar eerste film, In den Tag hinein.

Wolfsbergen is net zoals die films een uitgebeend, soms in al zijn kaalheid humoristisch familiedrama, waarin het gaat om de afterbeat van het hele relationele en familiale stalenboek dat doorgaans op de voorgrond staat. Door de vele karakters is het makkelijker je met de film te identificeren dan met het existentialistische Guernsey. Dat maakt het gevoel dat de film oproept ook meer verwarrend.

Het gaat bij Nanouk Leopold (1968) niet om de oorzaken van leven en dood, liefde, ontrouw en verdriet, maar om de gevolgen, die nazinderen in het tijdloze moment als de klap gevallen is. „Je kunt even ruzie maken, maar daarna moet je praktisch de problemen zien op te lossen. Dat is veel meer hoe het echte leven is. In die zin zijn mijn films realistischer dan films die al die problemen uitgebreid laten zien’’, zei Leopold daarover, in een mooi vergane glorie-hotel in West-Berlijn.

Zo’n plek van verlopen grandeur had misschien wel een locatie uit haar film kunnen zijn, want zij omschrijft haar personages graag als ruimtes: Konraad, de pater familias om wiens aangekondigde dood de hele film draait, is een bos.

Leopold: „De anderen zijn veel meer stads en gecultiveerd. De reis die zij aan het einde terug naar het landgoed Wolfsbergen maken, is ook een reis terug naar de natuur’’.

Konraads dochter Maria (Catherine ten Bruggencate) is zijn tegenpool: „Als het ziekenhuis waar ze een liposuctie ondergaat, of de kamer met de geschilderde bomen op de muren, waarin ze ligt te slapen. Zij denkt dat ze de natuur kan simuleren, namaken, dat je jezelf kunt aanpassen.” Háár dochters Sabine (Tamar van den Dop) en Eva (Karina Smulders) worden verbeeld door de huizen waarin ze wonen. „Eva is de jongste. Die woont in een huis dat nog niet af is. Dat eigenlijk te groot voor haar alleen is. Maar zij is wel de enige die aan haar eigen huis bouwt. Die haar huis opknapt. Maar ook dat is eigenlijk boven haar macht.

„Sabine woont in haar glazen doos, in een doorkijkhuis met een Mercedes voor de deur. Maar dat doet haar geen goed. Ze moet eruit. Daarom gaat ze om te slapen naar het huis van haar jeugdliefde, dat eruit ziet alsof het nooit meer is opgeruimd sinds zijn ouders zijn overleden.

„Als ik geen locaties heb, heb ik geen beeld, heb ik geen film. In mijn films druk ik me uit uit door te laten zien hoe mensen zich in de ruimtes bewegen. Ik hoef daar geen oordelen over te geven. Oordelen en conclusies zijn oninteressant. Dan ben je eigenlijk al klaar. Maar je gaat niet naar de film om gerustgesteld te worden.”