Wolfmother rockt smerig en overdonderend

Concert: Wolfmother. Gehoord: 13/2 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 28/5 Pinkpop, Landgraaf.

„Klaphoezenrock”, zo typeerde iemand de muziek waarmee het Australische trio Wolfmother gisteren een vol Paradiso in beroering bracht. Wolfmother is onmiskenbaar geworteld in het tijdperk dat rockmuziek in uitklapbare elpeehoezen werd verkocht: de jaren zeventig van Led Zeppelin, Deep Purple en Black Sabbath. Ook de sixties-psychedelica van Jimi Hendrix komt om de hoek kijken en om het niet alleen bij het oude te houden, zit hier en daar het staccato-punkgevoel van The White Stripes in de mix. Alleen maar retro is Wolfmother niet. Hun geluid klinkt fris, helder en scherp, gespeeld door bevlogen muzikanten met oog voor verleden en toekomst van de rock & roll.

Zanger en gitarist Andrew Stockdale is een groot talent, met een hoog gierende en galmende stem die geknipt is om met de wind over uitgestrekte festivalterreinen meegevoerd te worden. Zijn gitaarstijl is los en vingervlug, met een smerige sound die alleen maar uit een Gibson SG en twee overstuurde Marshall-versterkers kan komen. Bassist Chris Ross schakelt van vier snaren moeiteloos over naar zijn toetsenbord waaraan hij donderende bassen en powerakkoorden ontlokt. Drummer Myles Heskett heeft een swing waar Led Zeppelin’s John Bonham jaloers op had mogen zijn.

Wolfmother debuteerde vorig jaar met een naar de band genoemd album dat nog steeds het leeuwendeel van hun live-repertoire bepaalt. In de uitwerking is het drietal na een jaar van constant optreden spectaculair gegroeid. Plaatversies worden soms tot driemaal hun oorspronkelijk lengte gerekt door puntige toevoegingen en spannende improvisaties. Midden in een tournee reisden twee bandleden zondag naar New York om een Grammy Award voor het nummer Woman (‘best hard rock performance’) in ontvangst te nemen, om na een nacht feesten weer net zo fanatiek op het Paradisopodium te springen.

Australiërs kunnen dat: rocken tot ze een ons wegen en toch ook steeds beter gaan spelen. Bij het openingsnummer, met de belofte van een vlucht naar een andere dimensie, ging het meteen loos, ook in de zaal, waar stagedivers al klaarstonden. Ross behandelde zijn orgel weinig zachtzinnig, maar wist er zelfs in onmogelijke posities een vet ronkend geluid uit te toveren. Stockdale met zijn indrukwekkende bos krulhaar liet de gitaar brullen boven zijn hoofd, schrapend tegen de microfoonstandaard of zelfs in volle vlucht, onderweg naar de roadie die klaar stond om hem een vers exemplaar aan te reiken. Een getrouwe versie van Led Zeppelins Communication breakdown gaf net iets te opzichtig weg waar ze het allemaal vandaan hebben, maar ze kunnen het wel. Wolfmother rockte met een inzet die sinds de hoogtijdagen van de klaphoes zelden gezien of gehoord werd.

    • Jan Vollaard