Verrassende terugkeer

Piet Hein Donner Foto Roel Rozenburg DEN HAAG:27MEI2003 Minister Donner (Justitie). FOTO TWEEDE CAMER/HANS KOUWENHOVEN/ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

In ambtelijke kringen rondom oud-minister Piet Hein Donner (Amsterdam, 1948) is het geen verrassing dat hij niet terug keert op zijn oude post, maar minister van Sociale Zaken wordt. Hij had dat intern al eerder, nog voor publicatie van de harde conclusies over de Schipholbrand bekend waren, laten doorschemeren. Prolongatie van zijn ministerschap op Justitie was niet vanzelfsprekend, Sociale Zaken was ook een optie.

De conclusies van Pieter van Vollenhovens Onderzoeksraad voor Veiligheid leidde vorig jaar september tot zijn aftreden. Wat Donner betreft niet zozeer door de conclusie dat ‘adequaat overheidsoptreden’ minder of geen dodelijke slachtoffers zou hebben gekost, maar omdat hij het politieke debat niet wilde vertroebelen met de publieke roep om politieke sancties.

Donner bleef na zijn aftreden een ministerskandidaat met een prominente plek op de CDA-kandidatenlijst voor de Tweede Kamerverkiezingen. In drie kabinetten-Balkenende gold hij als een van de meest gezaghebbende bewindslieden. Donner, eerder topambtenaar op het ministerie van Justitie, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, lid van de Raad van State en informateur na de verkiezingen van 2002.

In het eerste kabinet-Balkenende trad hij aan als minister van Justitie met als belangrijkste doelstelling om het ‘achterstallig onderhoud’ in de rechtstaat weg te werken. Hoewel hij die taak ook herhaaldelijk relativeerde. „Je moet als minister niet te veel ambities hebben”, zei hij bij zijn aantreden. Maar vervolgens was hij wel de architect van veiligheidsprogramma’s met de ambitie om de criminaliteit met een kwart terug te brengen. Hij voerde in nationaal en Europees verband wetgeving in op het gebied van terrorismebestrijding en was de wegbereider van verdragen die Europese samenwerking bij opsporing van zware misdaad moet mogelijk maken.

Maar Donner moest ook ervaren dat het achterstallig onderhoud in de rechtstaat stuitte op tekortkomingen van de belangrijkste justitiële uitvoeringsorganen: de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het tbs-regime. Keer op keer bleek voorgenomen beleid op gespannen voet te staan met de mogelijkheden van die diensten om daar uitvoering aan te geven. Onregelmatigheden in het vreemdelingenbeleid, een reeks aan ontsnappingen van tbs’ers én de Schipholbrand waren daar deels op terug te voeren.