Straks varen toeristen langs de drop-outs

In Gaasterlân-Sleat komt een internaat voor probleemjongeren. Bewoners vrezen confrontaties met probleemjongeren uit het eigen dorp.

In de verte, op een paar honderd meter van zijn knusse zomerhuisje annex minicamping, staat de schoorsteen van de oude grasdrogerij. Durk Weijma uit Harich, van het actiecomite ‘Campus NEE’, krijgt binnenkort vermoedelijk nieuwe overburen.

De gemeenteraad van de Friese gemeente Gaasterlân-Sleat stemde gisteravond unaniem in met de komst van een nieuw experimenteel onderwijsinstituut: een Leef- en Leerwerkplaats Wyldemerk, voor 15- tot 22-jarige drop-outs. De campus komt op de plek van de oude grasdrogerij.

In het internaat proberen vastgelopen probleemjongeren straks onder strakke begeleiding hun leven weer op de rails te krijgen, licht initiatiefnemer Rick Steur, bestuurder van het Christelijk Voortgezet Onderwijs Zuid-West-Fryslân toe. De raad vindt dat hij een maatschappelijke taak heeft probleemjongeren op te vangen. Bovendien levert de campus de gemeente vijftig banen op.

Wyldemerk wordt opgezet naar Amerikaans voorbeeld. In de staat Colorado werd twaalf jaar geleden de Eagle Rock School opgericht voor vroegtijdige schoolverlaters met motivatieproblemen. „Maar daar ligt de campus aan een doodlopende weg, ver van de bebouwing op een terrein dat vele hectares groter is dan hier”, klaagt Weijma.

De Friese locatie is totaal ongeschikt, vinden tegenstanders, die vorige week nog tweeduizend protesthandtekeningen aan wethouder Willem Sprik (CDA) overhandigden. „Midden in een recreatiegebied, tegen een bos met een dassentunnel aan”, moppert Eppo Hillenius van het actiecomite. „Straks varen de toeristen in hun motorbootjes dwars door de campus heen, want het riviertje de Luts loopt er langs.”

Nee, een nieuw dorp van zo’n 150 mensen (96 jongeren en 50 begeleiders) is te veel voor de kleine gemeente (10.000 inwoners). Tegenstanders zijn ook bang voor confrontaties tussen de eigen dorpsjeugd, toch al geen lieverdjes, en de campusbewoners. Weijma: „Vorig jaar werd er iemand bewusteloos geslagen en er vinden geregeld vernielingen plaats.” Hij wil er niet aan denken aan wat er gebeurt als autochtone relschoppers probleemjongeren van Wyldemerk tegenkomen. Steur onderstreept dat er genoeg garanties dat zich geen ongewenste confrontaties voordoen. „Door een hechte, intensieve controle gaan de campusjongeren niet van het terrein af. Er is een begeleider op acht, negen jongeren.” Hij benadrukt dat de bewoners van de campus jonge mensen zonder strafblad zijn en zonder psychiatrische problemen. „Ze hebben alleen hardnekkige motivatieproblemen en zijn vastgelopen in het regulier onderwijs. Hier krijgen ze een laatste kans.”

Bracht de grasdrogerij ook geen overlast met zich mee? Steur: „Wij helpen juist een rotte plek in het landschap op te ruimen door een industrie te ontmantelen en er iets nieuws voor in de plaats te zetten.” Het instituut, een experiment van vijf jaar, is mede gebaseerd op gemeenschapszin, legt Steur uit. „De docent bouwt een hechte relatie op met zijn leerlingen.” Een natuurlijke omgeving helpt de jongvolwassenen tot rust te komen. „Het maakt nogal wat uit of je tussen bomen of bakstenen woont.”

Weijma en Hillenius zeggen door te procederen tot de Raad van State. Hillenius: „Deze gemeente heeft wel vaker wilde ideeën. In de jaren zeventig wilden ze hier 350 vakantiebungalows neerzetten. Daar is ook niks van terechtgekomen.” Maar, moet hij toegeven, toen was ook de provincie tegen. En die subsidieert het experiment nu met 4,7 miljoen euro.