Soepel imago kwijtgeraakt

Foto Merlin Daleman Wouter Bos, PvdA. Den Haag, 08-02-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Eindelijk de grootste kamer. PvdA-leider Wouter Bos (Vlaardingen, 1963) keert na een afwezigheid van ruim vier jaar terug op het ministerie van Financiën. Nu niet als staatssecretaris belast met fiscale zaken, zoals hij van 2000 tot 2002 was in het tweede paarse kabinet, maar als hoogste man: minister.

De 43-jarige Bos studeerde politicologie en economie aan de gereformeerde Vrije Universiteit in Amsterdam, waar ook zijn coalitiegenoten André Rouvoet en Jan Peter Balkenende gestudeerd hebben. Bos was in zijn jeugd lid van Youth for Christ, en meent dat zijn eigen Nederlands-hervormde achtergrond een rol heeft gespeeld bij de snel verlopen onderhandelingen over het vierde kabinet-Balkenende. Na zijn studie werkte Bos een aantal jaar voor Shell, onder meer in Roemenië, Hongkong en Londen.

Bos werd in 1998 Tweede Kamerlid en heeft een deel van zijn snel verlopen politieke carrière te danken aan het feit dat zijn voorganger Willem Vermeend in hem een high potential zag. Toen Vermeend Financiën tussentijds verliet om minister te worden, werd niet het al langer zittende Tweede Kamerlid Ferd Crone staatssecretaris, maar Bos.

Na de verpletterende verkiezingsnederlaag in 2002 (toen de LPF 26 zetels won en de PvdA 22 zetels verloor en naar 23 zetels zakte) werd Bos als een van de weinige zittende bewindslieden niet geassocieerd met de oude politiek van Paars. Dit baande de weg voor de volgende stap in Bos’ carrière, die van partijleider en fractievoorzitter. Bos is de eerste rechtstreeks door de leden gekozen leider van de PvdA. Bij de verkiezingen in 2003 wist Bos het verlies van 2002 volledig goed te maken.

Bos sleept met het vicepremierschap en het ministerschap op Financiën de zwaarst denkbare post binnen, en toch zal hij innerlijk niet tevreden zijn. In de jaren dat de PvdA oppositie voerde tegen de eerste drie kabinetten-Balkenende heeft Bos er geen geheim van gemaakt voor het premierschap te willen gaan. In de peilingen stond de PvdA steevast ver boven het CDA, maar op 22 november bleek de PvdA toch het onderspit te delven: het CDA haalde 41 zetels, de PvdA verloor er negen en kwam op 33 zetels,

Bos is in de loop der jaren een deel van zijn soepele politieke imago kwijtgeraakt. Zelf wijt hij dat aan de steeds groter wordende verantwoordelijkheden die op hem rusten. Mensen om hem heen zien in Wouter Bos vooral een professioneel en soms zelfs hard politicus.

Op Financiën treedt Bos in de voetsporen van de VVD’er Gerrit Zalm. Die was bijna dertien jaar aaneengesloten minister. Voor veel ambtenaren zal het wennen zijn überhaupt een andere baas te hebben – het verschil in stijl tussen Bos en Zalm is erg groot.

Inhoudelijk zal Bos de komende jaren moeten zorgen dat de PvdA de reputatie van potverteerder kwijtraakt. Het kabinet heeft zich onder meer ten doel gesteld in 2011 een overschot op de begroting van 1 procent van het bruto binnenlands product te hebben. Daarbij moet hij als vicepremier de PvdA een eigen gezicht geven in de coalitie.

Politiek gezien neemt Bos een risico door niet in de Kamer te blijven en toch, tegen zijn eigen voornemen in, naar het kabinet te gaan. De fractie krijgt nu de kans zich te profileren. Dat betekent ook dat een sterke nieuwe man of vrouw op kan staan die Bos de komende jaren naar de kroon zal steken als potentieel leider van de partij. Want de vanzelfsprekendheid waarmee Bos in 2002 het roer overnam van Ad Melkert is na de verkiezingsnederlaag van eind vorig jaar afgenomen. Bos zal hard moeten knokken om ooit nog écht in de voetsporen van zijn voorganger Wim Kok te treden. Die was van 1994 tot 1998 vicepremier en minister van Financiën in het derde kabinet-Lubbers, maar werd daarna toch nog premier.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het portret van Wouter Bos, Soepel imago kwijtgeraakt (14 februari, pagina 3) staat dat Wim Kok van 1994 tot 1998 vicepremier en minister van Financiën in het derde kabinet-Lubbers was. Kok werd in 1989 minister van Financiën en vicepremier. Van 1994 tot 1998 leidde hij het eerste paarse kabinet.