Rust in de tent bij onderwijs

Maria van der Hoeven Foto Roel Rozenburg DEN HAAG:27MEI2003 Minister Maria van der Hoeven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen). FOTO TWEEDE CAMER/HANS KOUWENHOVEN/ROEL ROZENBURG Tweede Camera

Het is dat het ministerie van Onderwijs naar de PvdA gaat. Anders had Maria van der Hoeven (Meerssen, 1949), sinds 2002 minister op dat departement, graag willen blijven. Nu doet het CDA een beroep op haar om minister van Economische Zaken (EZ) te worden.

Van der Hoeven, die in 1991 als Tweede Kamerlid haar entree maakte in de landelijke politiek, geldt als een prominent CDA’er. De Limburgse stond derde op de kandidatenlijst bij de afgelopen Tweede Kamerverkiezingen en kreeg 74.626 voorkeurstemmen.

In december deed ze een mislukte gooi naar het Kamervoorzitterschap. Toen haar naam de afgelopen weken de ronde deed als kandidaat-fractievoorzitter van het CDA bedankte ze zelf voor de eer. Ze zou opnieuw in het kabinet komen – het CDA kon niet om haar heen. Alleen de post, Economische Zaken, is verrassend. Als Tweede Kamerlid was ze weliswaar enige tijd de economiewoordvoerder, maar ze wordt toch vooral geassocieerd met onderwijs.

Als minister van Onderwijs stond de geboren katholiek bekend als een weinig experimentele bewindspersoon, die vooral rust in de tent wilde. Haar beleid stond in scherp contrast met dat van het voorgaande decennium, waarin grote onderwijsvernieuwingen, doorgevoerd door PvdA-bewindslieden, de boventoon voerden.

De rust, gecombineerd met de ruimte die ze schoolbesturen gaf om hun eigen onderwijs in te richten, kwam haar op kritiek te staan van onder meer oppositiepartij PvdA en diverse onderwijsorganisaties. Maar er was ook lof: schoolbesturen en leraren vonden het wel prettig dat ze even niet werden lastiggevallen met circulaires van hogerhand.

Van der Hoeven gaat graag de geschiedenis in als de minister die de basisvorming afschafte en de studiedruk van de Tweede Fase in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs verlichtte. Ze kwam daarmee daadkrachtig over, hoewel deze breuken met de vernieuwingen uit de jaren negentig al door haar voorgangers waren ingezet.

Meer problemen kende ze met haar eerste van in totaal drie staatssecretarissen hoger onderwijs: VVD’er Annette Nijs, met wie Van der Hoeven geregeld overhoop lag. Ook bleek dat ze hogeschoolbestuurder was ten tijde van de hbo-fraude.

Het ministerie van Onderwijs twist al enige tijd met EZ over de besteding van innovatiegelden. Maria van der Hoeven mag dat dispuut nu van de andere kant gaan bekijken.