Rapper Ali B

Ali B. Foto Bas Czerwinski 12-10-2006, AMSTERDAM. RAPPER ALI-B. FOTO BAS CZERWINSKI Czerwinski, Bas

Ali B (25), rapper uit Almere die zich op zijn nieuwe single Dit Gaat Fout opwindt over de opwarming van de aarde.

Wat was de eerste plaat die je zelf kocht?

„Dat was De Posse - deel 2, een verzamelaar met allemaal Nederlandstalige rappers. Ik leerde die raps uit mijn hoofd en ging ze dan op straat rappen voor vrienden die de plaat niet kenden. Die vonden het zo vet om rap in het Nederlands te horen.”

En de meest recente?

„Het album Revolutionary Vol.2 van Immortal Technique, een rapper die niet zo bekend is maar inhoudelijk heel sterke teksten heeft. Ik heb het aan de drummer van Marco Borsato laten horen, die draait hem nu ook veel.”

Favoriete plaat?

„Een dubbel-cd met alle grote hits van Michael Jackson. Hij springt eruit op alle manieren: de beats, hoe hij losgaat in zijn muziek, hoe hij danst…fuck man, er is maar één Michael.”

Slechtste plaat in je collectie?

„Ik heb een tijdje geleden een plaat gekocht van Mos Def en die meteen weer weggegeven. Ik ken hem als een toffe rapper maar hij was alleen maar aan het zingen.”

Muziek voor onderweg?

„Vroeger zat ik altijd in de bus met mijn walkman op maar tegenwoordig luister ik alleen nog naar de radio. Ik ben een denker; in de auto luister ik meestal helemaal geen muziek maar denk ik na. Ik maak veel mee en moet alles een plekje geven in mijn hoofd. Zo houd ik het vol.”

Troostplaat?

„Ik luister wanneer ik verdrietig ben niet naar muziek die me in mijn verdriet bevestigt. Dan liever Get Up, Stand Up van Bob Marley, dat is een nummer dat je er juist weer bovenop helpt.”

Dansplaat?

„Ik vind La Camisa Negra van Juanes een relaxte plaat. Ik kom uit het Spaanstalige gedeelte van Marokko en hou erg veel van de gitaren in dat nummer.”

Wat zou men niet van je verwachten?

„Dat ik het album van Immortal Technique, die helemaal geen mainstream rapper is, helemaal uit mijn hoofd ken maar ook graag naar Herman van Veen en Boudewijn de Groot luister. En dat ik maar liefst drie coupletten van het Wilhelmus uit mijn hoofd ken.”

Saul van Stapele