Opstaan na een ramp

Een klein jaar na de orkaan Katrina ging Marjoleine Boonstra naar New Orleans.

Ze maakte een film over de trieste verhalen van overlevenden.

In het spoor van de camera wandelt documentairemaakster Marjoleine Boonstra een tuinpad op. Ze benadert een man die in een stoel op het bordes voor zijn huis in New Orleans zit. Hij vertelt dat hij hier al 56 jaar woont. Na de orkaan Katrina zag hij zijn huis op de televisie, te midden van de ruïnes, en dacht: ‘Het is nog intact, ik moet terug.’

Boonstra legde in een documentaire de Amerikaanse stad New Orleans vast zoals die er bij ligt sinds Katrina er in augustus 2005 huishield. In De stad en het verlangen laat de documentairemaakster de schaarse bewoners aan het woord, dwaalt ze door verlaten wijken en vaart ze mee met een politiepatrouille. Zeven schetsen over de stad van schrijver William Faulkner (1897-1962) dienden bij de film als leidraad.

De overlevenden vertellen over hun dierbaren die ze als gevolg van of al vóór de ramp verloren en aan wie ze worden herinnerd door de bouwvallen die uit de blubber steken. Met grote openhartigheid vertellen ze hun levensverhaal: ‘Dáár leefde mijn moeder’, ‘Híer ben ik opgegroeid’ of: ‘Dit huis heb ik geheel met eigen handen opgebouwd’. Boonstra is bovendien geïnteresseerd in wat ze zich in hun jeugd van het leven voorstelden en in hoeverre hun dromen zijn uitgekomen.

Het zijn vaak trieste verhalen van de overwegend zwarte stedelingen. De ouderen zijn werkloos, gehandicapt of vrijwel berooid en ze bereikten geen van allen wat ze ooit ambieerden. De jongeren hangen tot diep in de nacht op straat. Jongens dansen in de spookstad op hiphopklanken uit een mobiele telefoon. De meisjes dromen van een eigen schoonheidssalon en waarschuwen elkaar om niet als dertiger al grootmoeder te worden.

Een crackdealer vertelt dat hij ten tijde van de begrafenis van zijn moeder in de gevangenis zat. Hij is er niet naartoe gegaan, want hij wilde haar postuum de schande van een zoon begeleid door twee bewakers besparen. „Ik huil ondersteboven”, verklaart deze man zijn opgewektheid, die agressie en gewelddadigheid verhult. „Ik moet dollen om niet te ontploffen”, zegt hij, waarna het gesprek abrupt wordt gestaakt.

De film werd in juni 2006 opgenomen, maar toen de documentairemaakster afgelopen december weer in New Orleans was, bleek er niets te zijn veranderd. „Er is nog steeds geen water en elektriciteit, het vuil wordt niet opgehaald en de scholen en ziekenhuizen zijn nog altijd dicht”, zegt Boonstra. „De natuur neemt het daar over. Niet alleen planten en ongedierte. Wij werden zelfs gewaarschuwd voor loslopende krokodillen die uit de slums tevoorschijn komen op zoek naar eten.”

Ze filmde er de kruizen die er met fluorescerende verf op alle huizen zijn aangebracht. „Het zijn een soort Judaskruizen, waarmee ieder huis getekend is”, zegt Boonstra. „Je kan er precies aan aflezen op welke datum welke militaire hulptroepen langs zijn geweest en of ze er overlevenden hebben aangetroffen. Wie naar zijn huis terugkeert kan zo zien of zijn buren al dan niet zijn overleden. Alle huizen zijn toegankelijk, want de troepen hebben de deur na het intrappen ervan niet meer gesloten. Het is er echt volkomen wild west.”

De cameraploeg verzekerde zich dan ook permanent van politiebegeleiding. „Doe je dat niet, dan ben je binnen een paar uur alles kwijt. Er zijn daar elke nacht schietpartijen, moorden. Er bevinden zich daar ongelofelijk veel wapens - overigens ook al vóór Katrina, zoals een politieman vertelt. Weliswaar patrouilleert de Military Police, maar die heeft geen greep op wat zich in de spelonken van Ghost City afspeelt. Ze komen alleen af op de grotere schietpartijen. De crackdealers hebben er vrij spel en kunnen zich in elk huis verbergen.”

De openhartigheid van de bewoners verklaart Boonstra mede uit het isolement waarin ze verkeren: „Ze hebben allemaal iets vreselijks meegemaakt. Aan journalisten vertellen ze niets, die beschuldigen ze van lijkenpikken. Doordat ik mij als filmmaker bescheiden en belangstellend opstelde, gaven ze zich vrij snel bloot. Ik wilde weten hoe ze zich daar, na die ramp, staande hielden. En hoe ze weer opstaan. De Engelse titel, ontleend aan een uitspraak van een van de geportretteerden, luidt dan ook Keep on stepping. Het is een film over overleven geworden.”

De stad en het verlangen, donderdag, Ned. 2, 22.50-23.55u.