Onhandig, maar koersvast en taai

Foto Roel Rozenburg Den Haag:1.2.7 SG van de VN Ban Ki-Moon en premier Balkenende. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Trots en optimisme zijn woorden die de beoogd minister-president dezer dagen als een mantra over de lippen vloeien. En dat is niet verwonderlijk gezien de wijze waarop zijn vierde kabinet nu tot stand is gekomen. De verkiezingsuitslag van 22 november veroordeelde CDA-leider Jan Peter Balkenende tot samenwerking met aartsrivaal Wouter Bos, van de PvdA. Na een rampzalig verlopen formatiepoging tussen beide partijen in 2003 werd ernstig rekening gehouden met een nieuwe mislukking. Maar zie: de coalitiebesprekingen met PvdA en de kleine ChristenUnie leidden binnen zes weken tot dit resultaat.

Een jaar geleden, toen het CDA de gemeenteraadsverkiezingen verloor, leken de dagen van Balkenende (Kapelle, 1956) in de politiek geteld. Zijn eerste kabinet met VVD en LPF had begin 2003 na 87 dagen al schipbreuk geleden. De CDA-leider wankelde met zijn tweede kabinet van crisis naar crisis. Uiteindelijk liep Balkenende II op de klippen, vlak voor de zomer in 2006, door de affaire rond het paspoort van Ayaan Hirsi Ali. Naast het optreden van minister Verdonk, werd als oorzaak voor die crisis de gebrekkige regie van Balkenende aangewezen. Het volgende vehikel, een rompkabinet met de VVD, kwam afgelopen najaar ook weer in de problemen. Eerst moesten twee ministers opstappen, wegens de nasleep van de Schipholbrand. Vervolgens raakte de inmiddels demissionaire ploeg in een staatsrechtelijk niemandsland nadat wederom Verdonk frontaal met de Kamer in botsing was gekomen door een motie van wantrouwen te negeren. Met veel kunst en vliegwerk overleefde Balkenende ook deze crisis.

Wat het politieke handwerk in de Haagse arena betreft, is Balkenende vaak „niet al te behendig”, zoals zijn vriend Piet Hein Donner (nu beoogd minister voor Sociale Zaken) eens opmerkte.

Balkenende, die zijn carrière begon op het wetenschappelijk bureau van het CDA, stond lange tijd veeleer te boek als partij-ideoloog. Hij schoeide samen met Donner en Ab Klink, nu beoogd minister van Volksgezondheid, de partij in de jaren negentig op een nieuwe ideologisch leest: het gedachtengoed van zijn gereformeerde inspirator Abraham Kuyper gaf hij op basis van de eigentijdse communautaristisch denker Amitai Etzioni een make-over. Van Kuyper heeft Balkenende de idee overgenomen dat het calvinisme ook zonder kerkgang geworteld moet zijn in de architectuur van de samenleving. Hij is tegenstander van de sociaal-democratische maakbaarheidsgedachte. Ook van de vrije markt als maatschappelijk ordeningsprincipe, waar liberalen in geloven, moet Balkenende niets hebben. Verantwoordelijkheid moet gespreid worden over maatschappelijke verbanden (overheid, kerk, economische organisaties) als naast elkaar staande grootheden, die hun roeping ontlenen aan God. In de ogen van Balkenende is vrijheid te veel geïndividualiseerd. In het nieuwe coalitieakkoord keren al deze opvattingen terug.

In 1998 werd Balkenende Kamerlid. Hij verwierf al snel het prestigieuze woordvoerderschap financiën. En toen partijleider Jaap de Hoop Scheffer in november 2001 het veld moest ruimen, dook Balkenende plotseling op als de nieuwe leider. Want wat hij misschien ontbeert op het gebied van politieke behendigheid, compenseert hij met koersvastheid, taaiheid en uithoudingsvermogen. Veel kiezers zijn gecharmeerd van zijn authenticiteit. Maatschappijvorser en mediaevist Herman Pleij zei hier eerder over: „Bij ons moet de premier een gewoon mens zijn. Hij moet iets sukkeligs hebben. Dat geeft ons het idee dat wij het ook hadden kunnen worden. Maar wij hadden toevallig iets anders te doen.”

Terwijl Balkenende dit najaar in Den Haag politiek vastliep, steeg zijn populariteit daarbuiten. De boodschap dat de staat zijn „wezenlijke taken krachtiger ter hand moet nemen”, vond veel weerklank.