‘Night at Museum’ wordt niet echt leuk

Night at the Museum. Regie: Shawn Levy. Met: Ben Stiller, Robin Williams, Ricky Gervais, Dick Van Dyke, Mickey Rooney, Bill Cobbs. In: bioscopen.

Na de eindcredits van Night at the Museum zien we Mickey Rooney (1920) en Dick Van Dyke (1925) een dansje wagen. De scène paste niet in de film zelf, het is duidelijk een ‘outtake’. Maar ouders, of zelfs grootouders hebben hier de ruimte om hun kinderen uit te leggen wie de twee bejaarden zijn die de hele film door zitten te mopperen. De twee musicalsterren uit de Gouden Hollywoodperiode blijken alive and kicking. Ze worden alleen een beetje kleurloos gebruikt in Night at the Museum, en zoals alle personages in de film delven ze het onderspit tegen de trucages.

Humor is sowieso de zwakke plek in deze komedie. Rooney mag wat schelden, Van Dyke heeft steeds dezelfde oneliner. Nog pijnlijker is het Amerikaanse debuut van de Britse komiek Ricky Gervais (The Office, Extras). De scènes waarin hij als museumdirecteur zijn nieuwe employee Larry (Ben Stiller) de huid vol scheldt, willen maar niet leuk worden.

Rooney, Van Dyke en Bill Cobbs spelen de drie nachtwakers van het New Yorkse Museum of Natural History die op het punt staan met pensioen te gaan. Ze kennen een geheim over het gebouw dat ze natuurlijk niet delen met de nieuwe nachtwaker. Daar moet Larry op z’n eerste nacht zelf maar achter komen. ’s Nachts komt namelijk iedereen in het museum tot leven: de dinosaurus, Attila de Hun, president Teddy Roosevelt en de diverse lilliputters die de historische diorama’s bevolken. De weeë moraal voor (gescheiden) vaders en zonen wordt ondervangen door de licht educatieve toon.