Megaproces in Madrid tegen terreurverdachten

In Spanje begint morgen het proces tegen 29 ver-dachten van de aanslagen van 11 maart 2004, waarbij 191 mensen omkwamen en die voor grote politieke turbulentie zorgden.

Steven Adolf

In een gespannen politiek klimaat begint morgen het strafproces tegen de verdachten van de treinaanslagen in Madrid van 11 maart 2004. Bij deze tot dusver grootste terreuraanslag op Europese bodem kwamen 191 mensen om het leven en raakten duizenden gewond. Ze leidden in heel Europa tot aanscherping van antiterreurmaatregelen.

Justitie heeft een overweldigende hoeveelheid materiaal verzameld tegen de verdachten die nog in leven zijn – zeven radicale moslims bliezen zichzelf twee weken na de aanslagen op – die erop wijst dat de aanslagen zijn beraamd in radicaal-islamitische kring.

De conservatieve Partido Popular, die kort na de treinbommen een pijnlijke verkiezingsnederlaag leed, heeft de afgelopen jaren aanhoudend een samenzweringstheorie over een verkapte staatsgreep gevoed. Daarin zouden de aanslagen het werk zijn geweest van de Baskische terreurbeweging ETA en van de sociaal-democratische partij die na de aanslagen aan de macht kwam.

De uitgelekte processtukken laten niets heel van deze complottheorie, zoals die wordt verkondigd door de katholieke bisschoppenzender Cope en het oppositiegezinde dagblad El Mundo. Zij brachten een niet aflatende reeks van verwarring zaaiende berichten in de wereld: verondersteld geknoei met bewijsmateriaal, een al dan niet weggeraakt rugzakje met explosieven, een visitekaartje van een Baskische onderneming dat een muziek-cd bleek te zijn, en een ingrediënt voor explosieven dat bij nader inzien een ontsmettingmiddel tegen kakkerlakken bleek.

Ook vandaag nog werd getracht een link met de ETA te leggen via de bij de aanslagen gebruikte springstof. De rechtbank had op het laatste moment een apart onderzoek laten doen naar het explosiemateriaal. Daaruit bleek dat de springstof waarmee de treinen werden opgeblazen overeenkwam met geroofd dynamiet uit een mijn in Asturias. Maar er werd ook een geringe hoeveelheid materiaal van andere samenstelling aangetroffen. Volgens El Mundo wees dat er op dat er was gerommeld met het bewijsmateriaal. Breed pakte de krant uit over het verhullen van een groots complot.

Getuigenissen, vingerafdrukken en sporen van genetisch materiaal wijzen er op dat de aanslagen werden voorbereid door een radicaal-islamitische groep die na een oproep van Al-Qaeda-leider Osama bin Laden besloot in actie te komen. Minder duidelijk is wie precies de aanslagen verzon. De ETA – nooit te beroerd om een aanslag op te eisen – liet al daags na de aanslagen weten er niets mee van doen te hebben.

„Als er bewijzen waren dat de ETA achter deze aanslagen zat, hadden we haar zonder problemen in het proces beschuldigd”, zegt Pilar Manjón, presidente van de slachtofferorganisatie 11-M die als civiele eisende partij in het proces is vertegenwoordigd.

Manjón, die haar 20-jarige zoon bij de aanslagen verloor, zegt dat de slachtoffers opnieuw de dupe zijn van de politieke strijd die de afgelopen jaren rond de aanslagen woedde. „Wij laten ons niet gebruiken, door welke politieke partij dan ook”, aldus de presidente.

Met uiterst beperkte middelen – de advocaten van 11-M werken pro deo – probeert de vereniging juridische en medische hulp te geven aan de slachtoffers. Velen van hen zitten jaren na de aanslag door psychische of fysieke problemen zonder werk of uitkering.

Hoewel de samenzweringstheorie niet gesteund wordt door feiten, is er nog een groot aantal vragen rond de planning, organisatie en financiering van de aanslagen onbeantwoord. Het feit dat een deel van de daders zichzelf opblies, maakt de zaken er niet eenvoudiger op.

Dat de grootste aanslag in Europa werd georganiseerd door een groepje ‘rugzakdragers en kleine oplichters’ wil er bij Pilar Manjón niet in. „Maar we hebben geen haast. Als in de komende twintig jaar nader onderzoek nieuw bewijsmateriaal oplevert, zullen we weer in actie komen”, aldus Manjón.

De rechtbank wees het verzoek van de verdediging af om ex-premier José María Aznar en ex-minister van Binnenlandse Zaken Ángel Acebes op te roepen als getuigen. Na het vertrek van de regering-Aznar bleken alle computerbestanden van het regeringscentrum Moncloa gewist. Daarmee blijft de vraag onbeantwoord wat er precies gebeurd is met de waarschuwingen van de inlichtingendiensten en de politie.

Al anderhalf jaar voor de aanslagen werden twintig van de huidige verdachten in de gaten gehouden in verband met onderzoeken rond de aanslagen van 11 september 2001 in de VS en in Casablanca in 2003. Twee verdachten werkten als politie-informant.