Makke schapen

Vanwaar het halsstarrige verweer als er niets te verbergen valt? Al een paar weken geleden, terwijl informateur Herman Wijffels nog aan het verkennen was, deelde premier Balkenende mee dat er geen onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak zou komen. Er werd hier en daar wat tegengesputterd en daarmee leek het verzet afgelopen.

In Washington komt nu onderzoek naar het ontstaan van de oorlog op dreef. Eind vorige week zijn bijzonderheden bekend geworden over de manier waarop de toenmalige onderministers van Buitenlandse Zaken Feith en Wolfowitz een samenzwering tussen Al-Qaeda en Saddam Hussein bedachten en hoe vicepresident Cheney daarvan gebruikmaakte. Het verhaal van Bush over het uranium dat Saddam in Niger had willen kopen bleek ook een verzinsel te zijn. En de fameuze massavernietigingswapens (mvw’s) zijn onvindbaar, omdat ze er niet waren.

Wel is Irak als staat vernietigd, woeden er twee of drie oorlogen tegelijk, hebben misschien honderdduizend burgers het leven verloren (een nauwkeurige telling is onmogelijk), zijn er meer dan drieduizend Amerikaanse soldaten gesneuveld en nog een paar honderd van de coalitie – onder wie twee Nederlandse – en hebben honderdduizenden Irakezen de vlucht naar de buurlanden genomen.

Het publiek is geneigd aan het dagelijkse nieuws te wennen, ook aan het slechte nieuws dat uit Irak komt. Na vier jaar is de oorlog een voortdurende, zichzelf vergrotende catastrofe. Zijn wij vergeten dat Nederland, het kabinet-Balkenende I direct medeverantwoordelijk is voor het ontstaan ervan?

Nu wil Balkenende IV zich pantseren in zwijgzaamheid. We staan aan het begin van een nieuwe hoogconjunctuur in de nationale economie. Als we, overweldigd door dit vooruitzicht, bereid zijn de Nederlandse betrokkenheid bij het ontstaan van de oorlog te vergeten, gedragen we ons als makke schapen.

De Kamer is weleens dapperder geweest. Op 25 september 2002 kreeg minister-president Balkenende een brief van collega Blair, met de mededeling: For your eyes only. Waarschijnlijk wilde Blair hem ervan op de hoogte brengen dat Saddam mvw’s had waarmee hij Turkije en Cyprus kon beschieten. Deze helse machines zouden binnen drie kwartier vuurklaar zijn.

Balkenende hield het document geheim, vertelde het zelfs niet tegen minister Kamp van Defensie en De Hoop Scheffer, toen minister van Buitenlandse Zaken. Een jaar later lekte het bestaan van dit document uit. De oorlog was toen al een half jaar aan de gang en in tegenstelling tot wat president Bush had verteld, nog niet gewonnen. In de Tweede Kamer ontstond opschudding over de geheimhouding. ‘Verbijsterend’, vonden Bert Koenders, PvdA, en ook Geert Wilders, toen nog VVD, het.

Achteraf is gebleken dat ook dit verhaal over deze gereedstaande mvw’s strategische bangmakerij was. De vraag is of het kabinet er toen heilig in moest geloven. Nederland hoeft niet blindelings te vertrouwen op wat buitenlandse geheime diensten vertellen. Het heeft zijn eigen Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst, verder de AIVD en natuurlijk de gewone rapportages van de diplomatieke vestigingen. In deze krant van 12 juni 2004 staat een uitvoerig artikel van Joost Oranje waarin onder andere wordt gemeld dat de MIVD op essentiële punten aan de rapporten van de Amerikaanse en Britse diensten twijfelde en bovendien vermoedde dat de Amerikanen en Britten er een uitleg aan gaven die hun politieke doel diende.

De dag tevoren had het kabinet de aanwezigheid van onze militaire missie met acht maanden verlengd, waaruit mag blijken dat de Nederlandse trouw aan de coalitie en het geloof in de goede afloop van de oorlog niet wankelden. Ook zal men in Den Haag misschien nog hebben gedacht dat er verboden wapens zouden worden gevonden. Ook dat weten we niet. De militairen bleven in Al-Muttannah te goeder trouw hun best doen, terwijl in Bagdad de oorlog op gang kwam. Begin 2005 hielden we het voor gezien. Definitief. We weten niet waarom.

Uit onderzoek in Amerika en Engeland is nu wel genoegzaam gebleken dat Bush en Blair de wereld hebben misleid en op grond van verzinsels een oorlog zijn begonnen. Onze kabinetten zijn er tot dusver in geslaagd zich buiten de discussie over de mvw’s en andere dreigingen te houden. Hetzelfde geldt voor de volkenrechtelijke kant.

Ter legitimering van de voorgenomen aanval werd door de Amerikanen en Britten in 2002 de tekst van resolutie 1441 in de Veiligheidsraad ingediend. De strekking daarvan is dat Saddam moest ontwapenen „of ernstige gevolgen onder ogen zien”. Volkenrechtelijk gezien wordt daarmee de aanval niet onderbouwd. Maar deze overweging ging ten onder in de intussen overvloedig gevoerde oorlogspropaganda. Ten slotte verklaarde Nederland zich voor de aanval, omdat Saddam de internationale gemeenschap „twaalf jaar om de tuin had geleid”. Ook juridisch is het toenmalige kabinet medeplichtig.

In alle opzichten, politiek, militair, volkenrechtelijk, had het toenmalige kabinet beter kunnen weten. Heeft het zich bewust voor onwelgevallige informatie afgesloten? Hadden de ministers niet goed begrepen dat ze hielpen een heksenketel op het vuur te zetten? Waarom zouden we dat nu niet mogen weten?