Klompen voor de bewoner van het bloemenpaleis

Minister Kamp (Defensie, VVD) bezocht voor de laatste keer Afghanistan. Hij nam afscheid van de Nederlandse militairen. „Je kunt hier niet iedere dag om bonnetjes vragen.”

De Afghaanse president Karzai speldt minister Kamp een medaille op. Foto WFA WFA16:MINISTER KAMP VOOR HET LAATST IN AFGHANISTAN:KABUL;13FEB2007- Minister Henk Kamp is momenteel op afscheidstournee in Afghanistan. Hij arriveerde gistermiddag (12 februari)-op het vliegveld van de hoofdstad Kaboel. De hoofdreden van zijn bezoek vormt de ruim negentienhonderd militairen tellende troepenmacht in Tarin Kowt, Deh Rawod en Kandahar.- De bewindsman stond erop persoonlijk afscheid te nemen van zijn mensen en nog een keer rechtstreeks tegen hen te zeggen hoezeer hij de inzet van de Nederlandse militairen-waardeert. President Hamid Karzai van Afghanistan maakte-vanmorgen van de gelegenheid gebruik Kamp nog eens te doordringen van het feit hoe gelukkig hij is met het Nederlandse aandeel in ISAF. Karzai zette zijn woorden kracht bij door de defensieminister te onderscheiden met de-High State Medail of Ghazi Wazir Mohammad Akbar Khan voor de substanti‘le bijdrage aan de vrede en veiligheid in-Afghanistan door Nederlandse troepen.-Op zijn beurt verraste Kamp de Afghaanse president met een paar oer Hollandse gele klompen en een mini-paar voor Karzais onlangs geboren zoon. WFA/wc/str. Richard Frigge/Defensie WFA WFA

Bezoekers van president Hamid Karzai in Afghanistan antichambreren in zachtroze fauteuils. De armleuningen zijn goudkleurig. Op de marmeren vloer staan met steentjes verfraaide salontafels. Alles met bloemmotief. Het paleis heet dan ook het Bloemenpaleis. Een groter contrast met de plek achter de roadblocks voor het paleis is bijna onmogelijk: vrouwen lopen er in met modder besmeurde boerka’s. Ooit waren ze misschien blauw. Handelaren rijden op roestige fietsen.

In het paleis ontvangt scheidend minister van Defensie Henk Kamp (VVD) de High State Medal of Ghazi Wazir Mohammed Akbar Khan-medaille, een hoge onderscheiding, voor „zijn inzet voor Afghanistan”, zei Karzai die de gouden medaille opspeldde. Kamp op zijn beurt geeft een paar gele klompen uit Holland.

Het is Kamps laatste bezoek aan Afghanistan. De minister wordt volgende week opgevolgd door Eimert van Middelkoop, nu nog senator voor de ChristenUnie. De reis door Afghanistan is een afscheid van de ongeveer 1.900 Nederlandse militairen in het land.

Maar ook de lastige problemen in Afghanistan worden nog op de valreep van zijn ministerschap besproken met Karzai, zoals het tekort aan Afghaanse politieagenten en soldaten. Het gesprek – waarbij de pers niet bij aanwezig mocht zijn – ging volgens de minister onder meer over de slechte staat van het politieapparaat in Uruzgan. Kamp wil mede daarom een trainingscentrum bouwen voor het Afghaanse leger en de politie. Dit centrum moet samen met de Britten en in overleg met de Amerikanen worden verzorgd. Volgens Kamp was Karzai positief. „Zijn hart gaat nog steeds uit naar Uruzgan.”

Tegenover Karzais „innige” relatie met de provincie, waar 1.400 Nederlandse soldaten zitten, staat een weerbarstige praktijk. Kamp was beloofd dat er circa 1.200 Afghaanse soldaten beschikbaar zouden zijn in Uruzgan. Het gaat dan om leden van de ANA, de Afghan National Army, om de Nederlanders te ondersteunen tijdens militaire operaties. „Dat zijn er in de praktijk aanmerkelijk minder, slechts een kwart van die 1.200. Dat is echt iets wat me is tegengevallen”, zegt Kamp. Hij voegt eraan toe dat het niet heeft geleid tot capaciteitsproblemen tijdens gezamenlijke militaire operaties. „We kunnen zo uit de voeten.”

Nederlandse marechaussees verzorgen trainingen in Uruzgan voor Afghaanse politie-eenheden, en ze rekruteren agenten. Maar het is nog „niet gelukt de politiecapaciteit op peil te krijgen”, aldus Kamp. „Daar zijn we niet veel mee opgeschoten.” Oorzaak van deze tegenslagen zijn volgens Kamp de „voortdurende betalingsproblemen” van zowel het Afghaanse leger als de politie.

Agenten en soldaten krijgen soms maandenlang geen salaris. Velen zijn daarom gaan muiten. Het is niet zo dat de centrale overheid in Kabul geen geld heeft, zegt de Nederlandse ambassadeur Roeland de Geer in zijn zwaarbeveiligde ambassade in Kabul. „Het geld dat we er instoppen wordt niet voldoende rondgepompt”, analyseert hij. Kamp verwoordt het anders: „Aan bereidwilligheid ligt het niet. Waar het echt om gaat is het gebrek aan de juiste mensen op de juiste plekken”, zegt hij, doelend op de omvangrijke corruptie in het land. „Het is voor ons van belang dat we over goede autoriteiten kunnen beschikken.”

Nu gaan de geldstromen via de hoofdstad Kabul. Waarom geen schakel eruit halen en direct geld geven aan de gouverneur van Uruzgan, Munib? Ambassadeur Van Geer: „Je moet niet zomaar moet geven.” Controlemiddelen waar het geld terecht komt, zijn er niet. Kamp: „Je kunt niet iedere dag om bonnetjes vragen in Afghanistan.”

Ook zou het volgens betrokkenen niet goed zijn voor de wederopbouw van de financiële structuur in Afghanistan. Men moet leren met geld om te gaan dat vanuit de overheid zelf komt, is de mening.

Dit jaar gaat er tien miljoen euro aan bilaterale steun naar het straatarme Uruzgan. Van Geer wil „binnen vijf jaar de fondsen afbouwen. Onze ambitie is dan om over te gaan op geldstromen die vanuit de Afghaanse overheid zelf komen.”

Kamp is „zeer optimistisch” over de toestand van de missie. De bevolking steunt in toenemende mate de aanwezigheid van ISAF-troepen, zegt Kamp.

Volgens een stafmedewerker van de Nederlandse generaal Ton van Loon, die sinds 3,5 maand het commando voert over heel Zuid-Afghanistan, steunt „ongeveer” 10 procent van de bevolking de NAVO-troepen en 10 procent de Talibaan. De rest kan worden beschouwd als zwevend. Volgens Van Loon is het belangrijk die groep over de streep te trekken, zegt hij in een van de gepantserde containers die zijn omgebouwd tot een vergaderruimte, nabij Kandahar.

Een andere stap in de goede richting, stelt Kamp, is de aanpak van de omvangrijke papaverteelt – de oogst van de grondstof voor heroïne had vorig jaar een recordomvang. Berichten dat Kamp niet op een lijn zou staan met minister Agnes van Ardenne over de aanpak, kloppen niet, stelt hij. „Die drugsteelt moet worden aangepakt, daar zijn we het allemaal over eens. We moeten beginnen bij de grote boeren en alternatieven bieden. Zo planten wij in Khas 20.000 amandelbomen. Die gaan na drie jaar acht keer zoveel inkomsten opleveren als de papaverteelt.”

    • Jaus Müller