Kerken bekijken rol in verleden

In Slowakije en in Roemenië gaan de belangrijkste kerken – respectievelijk de katholieke en de Roemeens-orthodoxe kerk – commissies vormen die de kerkelijke activiteiten tijdens het communisme gaan onderzoeken.

In Bratislava maakte gisteren de Slowaakse bisschoppenconferentie bekend dat de commissie zich gaat buigen over de opstelling van de kerk tijdens het communisme, maar dat ze ook naar de periode van het fascisme kijkt. Slowakije was tijdens de Tweede Wereldoorlog een vazalstaat van Hitler-Duitsland; het werd geregeerd door een priester, Jozef Tiso, die in 1947 als oorlogsmisdadiger is geëxecuteerd.

In Slowakije is ophef ontstaan over de aartsbisschop van Bratislava en Trnava, Jan Sokol (73), na de onthulling dat hij voorkomt in de dossiers van de Tsjechoslowaakse communistische geheime dienst, de StB. In een dossier uit 1972 werd Sokol opgevoerd als kandidaat-informant van de StB; in een dossier uit april 1989, enkele maanden voor de val van het communisme, werd hij opgevoerd als informant van de StB. Sokol heeft ontkend ooit voor de StB te hebben gewerkt.

De aartsbisschop wekte onlangs verbazing door zijn opmerking dat Tiso’s tijd „een periode van welvaart” was en dat hij „grote achting” koestert voor de toenmalige president. Met name de joodse gemeenschap – bijna volledig vernietigd tijdens Tiso’s heerschappij – reageerde met grote consternatie op die uitlatingen.

In Boekarest maakte gisteren de woordvoerder van het orthodoxe patriarchaat bekend dat een commissie van historici „objectief” gaat kijken naar de rol van de Roemeens-orthodoxe kerk in de periode van het communisme. „Alle aspecten van de rol van de kerk worden bestudeerd, inclusief datgene dat door sommigen wordt omschreven als collaboratie”, aldus de woordvoerder.

De Roemeens-orthodoxe kerk is er na de val van het regime van Nicolae Ceausescu in 1989 regelmatig van beticht zich nooit tegen het bewind te hebben verzet – zelfs niet als het popes opsloot en kerken liet vernietigen. Met name patriarch Teoctist – nog altijd hoofd van de kerk – zou zich zeer dociel hebben opgesteld. Hij had goede relaties met Ceausescu en zat indertijd in het Roemeense parlement.

In december vorig jaar kwam een presidentiële commissie van historici met een rapport over de wandaden van het communisme. Het raport geldt als een officiële afrekening van de regering met het communistische verleden. In dat rapport werd ook de rol van de orthodoxe kerk aan de kaak gesteld. Die kritiek werd door de orthodoxe kerk onmiddellijk als „onaanvaardbaar” en „onwetenschappelijk” afgewezen. De woordvoerder van de kerk zei gisteren dat te „te veel leugens over de orthodoxe kerk circuleren en dat er te veel ernstige beschuldigingen zijn geuit, de meeste zonder enige grond”. (AFP, Reuters)