Hoog gerespecteerd

Eimert van Middelkoop Foto Roel Rozenburg Eimert van Middelkoop FOTO: Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Eimert van Middelkoop (Berkel en Rodenrijs, 1949) maakt als minister van Defensie een rentree in de Haagse politiek die weinigen, en hijzelf nog het minst, voor mogelijk hadden gehouden. Bij de slechte verkiezingsuitslag in 2002 van de toen zojuist tot stand gekomen ChristenUnie moest hij zijn zetel opgeven voor Tineke Huizinga, door voorkeursstemmen in de Kamer gekomen.

Het was een zeer bittere pil voor Van Middelkoop, destijds door vriend en vijand hoog gerespecteerd Kamerlid. Hij was dat sinds 1989 voor het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), de politieke partij van de Vrijgemaakt Gereformeerd Kerken, later opgegaan in de ChristenUnie.

Zoals een lid van een kleine fractie betaamt, heeft Van Middelkoop zijn stem laten horen bij veel onderwerpen: de verdediging van de Nederlandse taal, de werking van het parlement, of de klimaatbeheersing.

Maar zijn voornaamste wapenfeiten lagen op het terrein dat hij thans als minister gaat beheren: de Nederlandse strijdkrachten. Een mede door Van Middelkoop ingediende motie (in 1994) vormde de aanzet tot een doorgevoerde Grondwetswijziging (in 2000). Daarin staat dat de regering het parlement uitvoering moet inlichten over de inzet van Nederlandse militairen. Van Middelkoop meende dat deze inlichtingenplicht in feite neerkomt op een formeel instemmingsrecht. En hij protesteerde dus ook toen de regering eind 2005 de uitzending van troepen naar Uruzgan niet als een voorstel aan de Kamer voorlegde, maar als een schijnbaar vaag ‘voornemen’. De rechten van de Tweede Kamer, meende Van Middelkoop, stonden op het spel.

Van Middelkoops ministerschap begint onder gelukkig gesternte, politiek gesproken: aan de jarenlange drastische bezuinigingen bij Defensie lijkt een eind te komen, en vanuit de Kamer worden stappen ondernomen om het formele instemmingsrecht alsnog in de Grondwet op te nemen. Maar er staan de minister ook zware zaken te wachten. Neem de last van de Nederlandse missie in Uruzgan, die voor de militairen gestaag gevaarlijker lijkt te worden. En de vraag wat er met die missie gebeuren moet, zeker wanneer in augustus 2008 de afgesproken termijn in Uruzgan verlopen is en de behoefte aan buitenlandse troepen groot blijft.

Aan Van Middelkoops tocht door de politieke woestijn – veel mensen zagen hem de afgelopen jaren met weemoedige blik door het gebouw van de Tweede Kamer lopen – lijkt in ieder geval een eind gekomen.