Hoeveel chiemgauer kost de geitenkaas?

In delen van Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland zijn waardebonnen in opkomst als alternatief betaalmiddel. De bedoeling hiervan is de productie en consumptie van lokale producten en diensten te bevorderen.

In de kassa van een groenten- en fruithandel van een marktverkoper in Bremen liggen naast de euro’s ook rolands. Foto AP In der Kasse eines Obst- und Gemuesehandels auf einem Bremer Wochenmarkt finden sich am Freitag, 20. August 2004, neben Euro auch "Roland". Zur Unterstuetzung der regionalen Wirtschaft mit oekologischer Ausrichtung hat der Verein "Roland Regional" eine eigene Regional-Waehrung eingefuehrt. 5.000 Roland sind im Umlauf. Inzwischen handeln damit ueber 100 Vereinsmitglieder.(AP Photo/Joerg Sarbach) ** zu unserem Korr ** Associated Press

Christian Gelleri lijkt met zijn directe manier van spreken, zijn gekreukte pak en zijn kantoor aan huis in de verste verte niet op de gepolijste centrale bankiers, wier uitspraken door de financiële markten op een goudschaaltje worden gewogen. Maar net zoals Jean-Claude Trichet, de president van de Europese Centrale Bank (ECB), de titel van ‘Mr. Euro’ voor zichzelf mag opeisen, kan Gelleri zich met enig recht ‘Mr. Chiemgauer’ noemen.

Gelleri leidt een organisatie die een alternatieve munt, de chiemgauer, uitgeeft. Daarmee kunnen consumenten in de regio ten zuidoosten van München van alles betalen, van pizza’s en tapijten tot de kapper. Bedoeld om de productie en consumptie van lokale producten en diensten te bevorderen, stelt de chiemgauer de heersende leer onder centrale bankiers ter discussie dat het pompen van meer geld in een economie de inflatie versnelt en uiteindelijk de groei schaadt.

„Als mensen de chiemgauer gebruiken, verkoopt de appelsapproducent meer flessen en de kaasmaker meer kaas”, zegt Gelleri. „In theorie zou dat niet mogen gebeuren, maar het is een feit dat het wel gebeurt.”

Terwijl meer dan 300 miljoen mensen in Europa de euro gebruiken voor de aankoop van noodzakelijke levensbehoeften, kiest een klein maar groeiend aantal mensen – geconcentreerd in de Duitstalige gebieden – voor een steeds verder uitdijend scala aan munten met namen als de chiemgauer, urstromtaler, landmark, kirschblüte en kann was.

Uitgegeven door private organisaties kunnen deze munten eigenlijk beter worden beschouwd als waardebonnen – biljetten die kunnen worden ingewisseld voor goederen en diensten bij specifieke regionale bedrijven die hebben beloofd ze als betaalmiddel te accepteren.

Door ze met winst door liefdadigheidsinstellingen te laten verkopen, geven de organisaties de mensen een prikkel om ze aan te schaffen, naast de haast altruïstische wens om vooral lokale producten te kopen in een tijdperk van globalisering. Bedrijven die ze als betaalmiddel accepteren, krijgen de kans nieuwe klanten aan zich te binden.

Maar meestal zijn ze ook voorzien van een element dat erop is gericht gebruikers ertoe aan te zetten ze sneller uit te geven dan ze met hun euro’s zouden doen. In het geval van de chiemgauer verliezen de biljetten – ieder kwartaal dat hun bezitters ze niet op tijd uitgeven – 2 procent van hun waarde.

Geïnspireerd door de reeds lang geleden overleden Duitse theoreticus Silvio Gesell doen de munten een oud conflict in de economie herleven, waarbij dwarse buitenstaanders de gangbare zienswijze ter discussie stellen. Het gaat om de vraag of papiergeld een neutraal betaalmiddel is, waarvan de koopkracht angstvallig moet worden bewaakt, of dat het een instrument is dat kan worden gemanipuleerd om de onbenutte mogelijkheden van het kapitalisme aan te boren.

Dat staat in schril contrast tot het denken achter de euro. De ECB verkreeg wettelijke onafhankelijkheid om te garanderen dat de bank vrij zou zijn een hard anti-inflatiebeleid te voeren. Zij moest politici van ondoordachte experimenten weerhouden om het monetaire beleid te gebruiken voor de stimulering van de Europese economie. Deze onafhankelijkheid werkt veel Europese politici op de zenuwen, en momenteel zelfs meer dan ooit.

In december opende Ségolène Royal, de socialistische kandidate voor de Franse presidentsverkiezingen van dit voorjaar, de aanval op de ECB en Trichet. Zij zei dat ze de bank ‘aan politieke besluitvorming’ wilde onderwerpen.

waardebonnen Munt die vanzelf devalueert als economische prikkel

De uitspraak van Ségolène Royal dat zij de bank aan politieke besluitvorming wilde onderwerpen, bracht bondskanselier Angela Merkel er vorige week toe haar ‘grote zorgen’ te uiten over de kritiek op de onafhankelijkheid van de bank.

Maar Merkels eigen land heeft sinds de introductie van de euro juist meer dan elders in Europa de opkomst gezien van munten als de chiemgauer, die een theorie belichamen die waarschijnlijk dichter bij Royal staat dan bij Merkel.

Volgens Regiogeld, een Duitse vereniging voor alternatieve munteenheden, zijn er in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland op dit moment 21 verschillende regionale munten in omloop, en zijn er nog eens 31 in voorbereiding. Gerhard Rösl, een econoom aan de Universiteit voor Toegepaste Wetenschappen in Regensburg, heeft soortgelijke experimenten in Denemarken, Italië, Schotland, Spanje en Italië in kaart gebracht.

Volgens de Bundesbank, de Duitse centrale bank, zijn deze alternatieve munten legaal, zolang ze maar niet op de euro lijken. Maar ze zijn geen wettig betaalmiddel zoals de euro, en zullen de officiële munt die door dertien Europese landen wordt gedeeld waarschijnlijk weinig in de weg leggen.

Rösl publiceerde onlangs een rapport, waarin geschat wordt dat de totale waarde van de regionale munten in Duitsland zo’n 200.000 euro bedraagt, een druppel in vergelijking met de miljarden euro’s die in omloop zijn. In een deze week uitgegeven verklaring zegt de Bundesbank dat „slechts een zeer sterke toename van het gebruik van deze munten het monetair beleid zou kunnen verstoren”.

Hoewel hun gebruikers benadrukken dat regionale munten slechts een aanvulling zijn op de wereldwijd aanvaarde euro, belichaamt het geld wel degelijk een theoretische uitdaging van de gemeenschappelijke munt.

Gesell, een Duitse emigrant naar Argentinië en een socialistisch activist, betoogde dat geld dat op de bank staat louter dood gewicht voor een economie vertegenwoordigt, omdat het slechts rente opbrengt in plaats van te worden uitgegeven ten bate van de stimulering van de productie en de consumptie. Gesell stelde voor om geld in de loop der tijd automatisch minder waard te laten worden, dat wil zeggen de inflatie tot een inherent onderdeel van de munt te maken, en zo te voorzien in een snelle bestedingsprikkel.

De chiemgauer, genoemd naar de regio rond Rosenheim waar hij in 2003 ontstond, volgt deze denkwijze.

Om chiemgauers te verkrijgen hebben de ruwweg duizend gebruikers zich bij de organisatie van Gelleri geregistreerd. Zij ontvangen een bankpasje dat lijkt op alle andere. Op zo’n veertig plekken in de regio kunnen zij tegen een koers van 1 euro chiemgauers opnemen, en die bij ongeveer duizend bedrijven uitgeven.

De chiemgauer devalueert ieder kwartaal met 2 procent, en daarom heeft Gelleri andere prikkels helpen inbouwen om de gebruikers ertoe te bewegen hun euro’s ervoor om te wisselen. Scholen, muziekgezelschappen en ouderenzorginstellingen verkopen bijvoorbeeld chiemgauers en verdienen daarmee een commissie van 3 procent.

Gebruikers kunnen chiemgauers ook weer inruilen tegen euro’s bij de organisatie die ze uitgeeft, tegen een vergoeding van 5 procent. Als zij de driemaandelijkse devaluatiegrens zijn overschreden, kunnen ze kleine stickers kopen die overeenkomen met het verloren percentage en die op de biljetten kunnen worden geplakt om ze hun volledige waarde terug te geven.

De structuur van de munt stimuleert de neiging tot uitgeven, ter bevordering van wat economen ‘de omloopsnelheid van het geld’ noemen. Op die manier stijgt de economische activiteit, ook al neemt de feitelijke hoeveelheid geld die in omloop is niet toe (omdat euro’s worden ingeruild tegen chiemgauers).

Alfred Licht is eigenaar van een klein familiebedrijf voor geweven tapijten in Rosenheim, en schat dat hij de afgelopen twee jaar 8.000 tot 10.000 chiemgauers heeft ontvangen. Hij begon ze te accepteren als een manier om klanten te lokken die belangstelling hebben voor regionale producten. Hij geeft de chiemgauers weer uit aan gezondheidszorg en schoenen, en betaalt er zo nu en dan een biertje mee in een lokaal café.

„Ik kan u niet goed vertellen hoeveel ik er heb ontvangen, omdat ik ze zo snel mogelijk weer uitgeef”, zegt hij.

Gelleri, een 33-jarige voormalige economiedocent, beweert dat de anekdoten gestaafd worden door de statistieken. Terwijl de geldvoorraad aan euro’s ieder jaar zo’n zeven maal van eigenaar wisselt, gebeurt dat met de chiemgauers driemaal zo snel.

Orthodoxe economen betwisten niet dat de omloopsnelheid van de chiemgauers die van de euro overtreft, maar zij betogen dat mensen logischerwijs minder chiemgauers zullen opnemen om zichzelf te beschermen tegen de automatische waardevermindering van de munt. Rösl, de econoom uit Regensburg, noemt de chiemgauer spottend Schwundgeld – ‘verdwijnend geld’ – om zijn zienswijze te onderstrepen.

„Ja, mensen geven het geld sneller uit”, zegt Rösl. „Maar dit geld is duur, omdat het waarde verliest, en daarom zullen mensen er minder van in bezit willen hebben dan anders.”

Pleitbezorgers als Gelleri zeggen dat zij meer doen dan simpelweg Gesells theorie in de praktijk brengen. Zij combineren dat met liefdadigheidswerk en steun voor de regio.

De chiemgauer heeft de liefdadigheidsinstellingen, die de biljetten tegen een vergoeding verkopen, geld opgeleverd – zo’n 37.000 euro sinds 2003. En hij heeft de portemonnee van Rosenheims winkeliers en boeren gevuld.

Jürgen Wemhöner, een gepensioneerde manager die naar eigen zeggen honderden chiemgauers per maand uitgeeft, zegt dat de aantrekkingskracht van de munt is dat hij de lokale ondernemers steunt die hem accepteren. Dat lijkt heel belangrijk te zijn voor de inwoners van Rosenheim. „Deze munt geeft kleine dorpen en regio’s de kans om te overleven”, aldus Wemhöner.

Maar is een munt daar werkelijk toe in staat?

Een centrale bankier als Trichet zou vermoedelijk betogen dat je door de zure appel heen moet bijten om tot welvaart te komen. Europa kampt met banenverlies en faillissementen door toedoen van de globalisering, maar is op de langere termijn beter af. De chiemgauer belichaamt een heel ander soort antwoord.

„Met een klein beetje creativiteit kunnen we het lijden verzachten dat we naar verluidt moeten doorstaan”, zegt Gelleri. „De truc is om dat op een intelligente wijze te doen, en wij denken dat het werkt.”

© 2007 The International Herald Tribune Vertaling Menno Grootveld