Het verschil tussen Rouvoet en Busken Huet

Hoopvol bericht voor wie vreest dat de dictatuur van de zwartekousenkerk bijna definitief is gevestigd: het gerechtshof in Amsterdam oordeelt dat peepshows fiscaal thuishoren in de categorie ‘culturele optredens’, dus net als toneelvoorstellingen volgens het lage btw-tarief van 6 procent moeten worden aangeslagen.

Toch nog vrijheid?

Niet dat Rouvoet verschil zou zien tussen een bordeel en een schouwburg. Of iemand nou aangekleed of naakt in de openbaarheid treedt met de bedoeling een betalend publiek te vermaken dan wel op te hitsen (wat meestal op hetzelfde neerkomt), dat is in zijn ogen allebei even erg, allebei op dezelfde manier zondig, allebei zijn god een gruwel.

Verlichte geesten – libertijnen die het vaak zijn – spreken in zulke gevallen gewoonlijk van ‘kunst’. Maar dat is precies wat André zo tegenstaat.

„De geschiedenis”, schreef Busken Huet in 1884, „kent geen twee neigingen van de menselijke geest die minder punten van aanraking hebben dan het calvinisme en de kunst.” En van alle kunsten hebben calvinisten die van het theater altijd de liederlijkste gevonden.

De streng gereformeerde schout en schepenen van Amsterdam die de hele dag, net als Wouter Bos nu, de tale Kanaäns tegen elkaar spraken, deden al vroeg in de zeventiende eeuw niet anders dan toneelvoorstellingen in de gaten houden. Godslastering was verboden. Als een acteur werd betrapt op het woord ‘jeetje’ viel hij meteen onder het allerhoogste btw-tarief dat ze in die tijd konden verzinnen.

Waren er toen al peepshows?

Misschien. Maar ze heetten waarschijnlijk nog niet zo.

Wat is het trouwens precies?

Uit eigen ervaring kan ik het niet uitleggen. Een mens wordt ouder en ouder, en gaat steeds meer boten missen.

Toen ik het op internet opzocht, vond ik het volgende: „Een peepshow is een theater, waarin de betalende bezoeker (bijna altijd een man) een persoon ziet (bijna altijd een vrouw) die expliciete seksuele poses aanneemt. Voor bezoekers zijn er cabines vanwaaruit ze een bepaalde tijd naar de persoon kunnen kijken die zich aan de andere kant van een glaswand bevindt. De kosten variëren van 1 tot 3 euro per minuut.”

Een heldere definitie.

Terecht was het gerechtshof dus van mening dat je geen onderscheid kunt maken tussen een peepshow en een toneelvoorstelling. In beide gevallen is de opvoering, het spel, de presentatie, of hoe je het ook wilt noemen, gericht op een aantal personen dat ervoor betaalt. Of het nou volle bak is, of een eenpersoonscabine doet er niet toe. Youp van ’t Hek schijnt ook wel eens voor een lege zaal te hebben gewerkt. Al wordt er bij iemand thuis in de suite opgetreden – zolang er aan de andere kant van de schuifdeuren maar wordt betaald, is het in juridische zin een voorstelling.

Dat in de peepshow glas is aangebracht tussen mij en de andere persoon (bijna altijd een vrouw), maakt natuurlijk evenmin iets uit. In veel schouwburgen zit soms een hele orkestbak tussen mij en de vertolkers. Het gaat er maar om dat je hun poses goed kunt zien.

Wat me in het vonnis van de rechtbank extra beviel was de opmerking ‘dat het erotische karakter van de voorstelling’ geen reden kan zijn om er 19 in plaats van 6 procent op te heffen. Allicht niet. Anders zouden we eerst nog alle dubieuze scenes uit Shakespeare en Mozart moeten schrappen.

Of zou Balkenende IV daarop uit zijn? En zou ook de PvdA eigenlijk van de peepshows af willen en er daarom - net als voor abortus en euthanasie – samen met Rouvoet ‘alternatieven’ voor willen zoeken zonder ze meteen te verbieden?

Ik zou als de Joop van den Ende van de peepshowbranche toch niet ineens te vroeg durven juichen.

Alle eerdere columns van Jan Blokker zijn te lezen op www.nrc.nl/blokker