Geloof in scheiding tussen kerk en staat

Foto Roel Rozenburg DENHAAG:FEB2002 Christen_Unie_kamerlid Andre Rouvoet FOTO TWEEDE CAMERA Tweede Camera

André Rouvoet ís de ChristenUnie. De 45-jarige jurist is politiek leider én partij-ideoloog van de nog jonge regeringspartij. Als vicepremier en minister voor Jeugd en Gezin zal hij het gezicht van de ChristenUnie blijven. Hij zal in het sociaal-christelijke kabinet christelijke politiek willen blijven bedrijven, maar zal ook compromissen moeten sluiten, bijvoorbeeld met de atheïst Ronald Plasterk (Onderwijs). Christelijke politiek, zei Rouvoet zelf vorig jaar, „is verdraaid moeilijk”.

Als Tweede Kamerlid bouwde André Rouvoet (Hilversum, 1962) sinds 1994 een groot gezag op. Hij heeft veel kennis van het staatsrecht, is een vasthoudend debater en is bereid op gevoelige thema’s compromissen te sluiten. In de zeskoppige Tweede Kamerfractie en de partijtop was dan ook een zekere teleurstelling merkbaar toen Rouvoet besloot zitting te nemen in het kabinet en zijn Kamerzetel op te geven.

André Rouvoet is bezig met een lange politieke carrière. Senator en emeritus hoogleraar reformatorische wijsbegeerte Egbert Schuurman gaf hem in de jaren tachtig aan de Vrije Universiteit college. Rouvoet was een rustige en ijverige student, zegt hij, hij zat bij het vak filosofie altijd naast zijn vriendin. Schuurman zag het politieke talent van Rouvoet. Hij introduceerde hem bij de Reformatorisch Politieke Federatie (RPF) in Den Haag. Rouvoet werd de persoonlijk medewerker van RPF-voorman Meindert Leerling, die tot 1994 in de Tweede Kamer zat.

Rouvoet belandde in een partij zonder ideologie. De RPF was eind jaren zeventig begonnen als een christelijke protestpartij: tegen de vrije cultuur van de jaren zeventig, tegen de buigzame broeders van de ARP en het CHU, tegen abortus. Rouvoet schreef in 1992 het boek Reformatorische staatsvisie, dat geldt als het gedachtegoed voor de RPF en de latere ChristenUnie. Rouvoet is kritisch over het liberalisme, dat mensen volgens hem aan hun lot overlaat. Maar ook de klassieke verzorgingsstaat krijgt kritiek. Volgens Rouvoet is het idee van een staat die voor hulpbehoevenden zorgt in principe wel goed, maar heeft het in de praktijk geleid tot staatsoverheersing. En dat botst met de in gereformeerde kring zo belangrijk gevonden soevereiniteit in eigen kring. Rouvoet gelooft daarom in een scherpe scheiding tussen kerk en staat.

Zonder dat het de bedoeling was, leidde het boek tot toenadering met het GPV. Die partij voor vrijgemaakt gereformeerden bestond al langer en was onder Gert Schutte een gematigde koers gaan varen. Onder GPV’ers gold het boek van Rouvoet als bewijs dat de afstand tussen beide partijen niet zo groot was.

Rouvoet volgde Leerling op. Hij werd in 1994 Kamerlid onder fractievoorzitter Leen van Dijke. Leerling geldt nog altijd als een belangrijke inspirator voor Rouvoet. Door hem, zeggen partijgenoten, heeft hij een sterk pro-Israël standpunt ontwikkeld.

In 2003, de ChristenUnie bestond al drie jaar, was Rouvoet voor het eerst lijsttrekker. Hij gold als een droomkandidaat: hij komt van de RPF, maar heeft de interesse in het staatsrecht die oud-GPV’ers eigen is. Zijn positie is nooit ter discussie gesteld. De eerste verkiezingen verliepen desondanks niet goed. De ChristenUnie verloor een zetel.

Hoewel hij fel tegenstander is van secularisme en zijn geloof openlijk belijdt, verwierf Rouvoet ook populariteit onder niet-christenen. Bij de laatste verkiezingen won de partij drie zetels.

De afgelopen jaren verwierf Rouvoet veel gezag. Hij maakte het minister Verdonk (Vreemdelingenzaken, VVD) vaak moeilijk door haar op staatsrechtelijke inconsistenties te wijzen, bijvoorbeeld in het debat rondom het paspoort van Ayaan Hirsi Ali. Hij liet zich kennen als een politicus die kritisch is over collega’s die ideologieën afzweren of pragmatische politiek bedrijven.