Europa op zoek naar flexibeler arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt moet flexibeler, suggereert de Europese Commissie, hoewel die daar niet over gaat. Morgen spreekt de Tweede Kamer over het Europese voorstel.

Ontslagen bij Flextronics, kopieermachinefabrikant in Venray? Geen nood. Een eindje verderop, bij Flextronics Logistics, is wel werk. Op één voorwaarde: fors salaris inleveren.

„Ze gaan minder verdienen en ze krijgen geen cao”, zegt Jac Christiaens van FNV Bondgenoten, die zich inzet voor een sociaal plan. Maar er is geen ontkomen aan. Het ene bedrijf wordt afgebouwd, het andere groeit als kool. Productiewerknemers met een ‘vast’ contract ruimen het veld; voor de dienstverlenende flexwerker wordt de loper uitgelegd.

Wat bij de kopieerfabrikant in Venray gebeurt, is een voorbode van arbeidsverhoudingen nieuwe stijl. De stijging van het aantal flexwerkers in Europa – 36 procent van de beroepsbevolking in 2001 tot bijna 40 procent in 2005 – heeft Europees Commissaris Vladimir Spidla (Werkgelegenheid) aangespoord een zogenoemd Groenboek te maken over modernisering van het arbeidsrecht. Morgen houdt de Tweede Kamer een algemeen overleg over het onderwerp.

Europese bemoeienis met het nationale arbeidsrecht is delicaat, want de Europese Unie mag zich niet bemoeien met de inrichting van de sociale zekerheid. Maar in het streven om Europa in de wereldeconomie concurrerender te maken, botsen interne markt en arbeidsmarkt steeds vaker. De Europese Commissie maakt zich zorgen over de groeiende tweedeling tussen insiders met een vaste arbeidsrelatie en vele rechten en outsiders die moeilijk aan een baan komen of voor wie slechts losse baantjes zijn weggelegd.

Het risico bestaat dat een deel van de arbeidskrachten gevangen komt te zitten in tijdelijke banen van geringe kwaliteit, zodat ze over onvoldoende sociale bescherming beschikken en in een kwetsbare positie komen te verkeren, schrijft de Commissie. Hun vooruitzichten zijn onzeker en beïnvloeden cruciale keuzes in hun persoonlijke leven zoals de vorming van een gezin of huisvesting. Hoe kunnen collectieve arbeidsovereenkomsten worden versoepeld en tegelijk arbeidszekerheid en sociale bescherming garanderen, vraagt de Commissie zich af.

Sociale partners, parlement en regering in Den Haag zijn op hun hoede. Minister De Geus (Sociale Zaken, CDA) heeft inmiddels de Sociaal-Economische Raad om advies gevraagd.

‘Flexizekerheid’ is het trefwoord van het Groenboek, waarmee de Commissie doelt op het ‘Deense model’ van flexicurity: een flexibele arbeidsmarkt (hire and fire) gecombineerd met werkzekerheid voor werknemers in de vorm van om- en bijscholing.

„Ik krijg geen warme gevoelens bij de gedachte dat Europa hierover richtlijnen wil afkondigen”, reageert Tweede Kamerlid Ton Heerts (PvdA), woordvoerder arbeidsrecht. Dit onderwerp heeft voor Nederland niet de grootste urgentie, meent de voormalig bestuurder van de FNV. Nederland kent al sinds 1999 de Wet flexibiliteit en zekerheid. „Er zijn de afgelopen jaren verregaande sociale hervormingen doorgevoerd zoals een stevige herziening van de werkloosheidsvoorziening. Ook hebben we het nodige gedaan aan een activerend arbeidsmarktbeleid.” Een van de grote knelpunten is volgens hem de onderkant van de arbeidsmarkt. „Maar die los je niet op met nog meer flexibele contracten”, zegt Heerts.

„Modernisering van contracten voor onbepaalde tijd is in Nederland buiten schot gebleven”, zegt Loes van Embden, secretaris internationale sociale zaken van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Een soepeler ontslagrecht (onder meer door een verlaging van de ontslagvergoeding) staat hoog op de werkgeversagenda. „Maar daar moeten sociale partners in de lidstaten zelf uitkomen”, zegt Van Embden. Europese wetgeving is ongewenst. Evenals Europese afspraken over basisrechten voor werknemers.

Alleen voor vakbondsman Christiaens in Venray mag Brussel nog een stap verder gaan. „Er komt steeds minder zekerheid. We zijn hard toe aan een Europese minimum-cao, met basisbepalingen voor inkomens, pensioenen en vakantie. Een Poolse of Duitse champignonplukster hoeft toch niet de helft te krijgen van haar Nederlandse collega. Hetzelfde loon voor hetzelfde werk. Dat lijkt me goed voor Europa.”