De ruïne als kunstwerk

20092005. Groningen. Nederland. Portret van de Engelse neuroloog en schrijver Oliver Sacks samen met Douwe Draaisma (1953) is bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit te Groningen. Foto Karel Zwaneveld Zwaneveld, Karel

Bijna 7000 mensen hebben al gestemd in de tweede ronde van de verkiezing van het beste Nederlandstalige fictieboek. Elk van de tien titels op de shortlist wordt de komende weken op de Achterpagina besproken. Na De donkere kamer van Damokles en Nooit meer slapen is het de beurt aan Hersenschimmen, de roman waarin J. Bernlef zijn belangrijkste thema’s – vergeten, verdwijnen, herinneren – het succesrijkst uitwerkte. Literair ambassadeur is Douwe Draaisma, hoogleraar geschiedenis van de psychologie in Groningen, en auteur van Ontregelde geesten (2006), waarin dertien ziektebeelden (waaronder Alzheimer) worden behandeld.

Door Douwe Draaisma

Het geheugen van Maarten Klein, 72, hoofdpersoon en verteller van Hersenschimmen, is een ruïne, door Bernlef met de uiterste zorg geconstrueerd. In het begin laat hij Maarten nog wat mijmeren over de oude Heidensieck-thermometer van zijn vader en de dunne Kwatta-reepjes van zijn oma, reminiscenties zoals die bij iedereen kunnen opkomen, maar daarna laat hij hem met vaste hand verdwalen in de tijd en begint een onttakeling die eindigt met de vernietiging van Maartens innerlijke leven. Dit gebeurt binnen het bestek van één winter, tegen de lente is de man die vader, echtgenoot, vriend en collega was, verdwenen.

Het kunststuk van Bernlef is dat hij zijn lezers dwingt zich te identificeren met iemand die zelf zijn identiteit juist verliest. Hij doet dat trouwens niet door herinneringen simpelweg te laten verdwijnen. Met veel van Maartens herinneringen gebeurt iets veel ergers: ze komen met zoveel scherpte naar voren dat hij ze niet meer herkent als herinneringen. Ze brengen hem terug in het verleden, niet bij wijze van spreken, zoals gewone herinneringen doen, maar letterlijk: hij klimt met zijn oude lijf op een stoel om de potlodendoos te pakken waar de juf hem om vroeg – en kan door Vera nog maar net op tijd weer van de stoel geholpen worden. Maarten wordt door zijn herinneringen een hier en nu ingetrokken dat al heel lang niet meer bestaat.

Tussen de eerste druk van 1984 en de feesteditie van afgelopen januari verschenen een half miljoen exemplaren van Hersenschimmen. In die menigte van lezers zal ik niet de enige zijn die de laatste paar pagina’s niet kan lezen. Het is een wonder dat ze geschreven zijn. Hoe vertel je hoe het is om niet meer te kunnen vertellen? Hersenschimmen is een onmogelijk boek. En toch is het geschreven.

Stem op Hersenschimmen via www.hetbesteboek.nl