Behorend tot de preciezen

Guusje ter Horst, beoogd minister van Binnenlandse Zaken voor de PvdA, staat journalisten te woord na haar bezoek aan formateur Jan Peter Balkenende vanochtend op het Binnenhof. Ter Horst was eerder wethouder in Amsterdam en burgmeester van Nijmegen. Alle beoogde bewindslieden zijn op bezoek geweest bij Balkenende. Den Haag:14.2.7 Formatie. Minister van Binnenlandse Zaken ter Horst. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Een beroepsleven lang in dienst van de publieke zaak. Dat is het kenmerkende aan het curriculum van PvdA’er Guusje ter Horst (Deventer, 1952), tot voor kort burgemeester van Nijmegen. Ze gold al langer als ‘ministeriabel kandidaat’ in een kabinet waar de PvdA deel van uitmaakt. De post van Binnenlandse Zaken is een logische keuze gezien haar bestuurlijke achtergrond op lokaal niveau: voordat ze aantrad als burgemeester in Nijmegen was ze van 1994 tot 2001 wethouder in Amsterdam. Van 1986 tot 1992 maakte ze daar deel uit van de gemeenteraad.

Haar vertrek, vorig jaar, als burgemeester was niet ter voorbereiding van een eventueel ministerschap. Ze had bij haar benoeming al aangekondigd dat ze het bij één ambtstermijn zou houden.

Ter Horst heeft in Nijmegen in ieder geval laten zien dat zij ongebruikelijke coalities in het zadel weet te houden. Ze zat daar vier jaar lang een links college voor van PvdA, SP en GroenLinks. Nijmegen vormde met een dergelijk college een uitzondering in het lokaal bestuur van de grote steden.

De politieke carrière van Ter Horst begon in 1986. Daarvoor werkte ze als psycholoog en universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociale Tandheelkunde in Amsterdam. Ze onderbrak haar politieke carrière voor twee jaar in 1992, toen ze voorzitter werd van de Universiteitsraad van de UvA, een periode die ze zelf later als ‘een verschrikking’ heeft ervaren. In 1994 wist ze zich verzekerd van een wethouderspost toen ze zich opnieuw kandidaat stelde voor de gemeenteraad.

Ter Horst maakte ich in haar eerste periode sterk voor plannen voor de vorming van een stadsprovincie. Die ambitie sneuvelde toen de Amsterdamse bevolking dat plan per referendum naar de prullenbak verwees. Als wethouder personeelszaken was ze verantwoordelijk voor het gemeentelijk integriteitsbeleid. Maar uitgerekend bij diensten die onder haar verantwoordelijkheid vielen, het openbaarvervoerbedrijf GVB en Parkeerbeheer, kwamen miljoenenfraudes aan het licht waarbij ambtenaren van hoog tot laag bij betrokken waren zonder dat het stadhuis iets in de gaten had. Een omissie die niet zonder politieke consequenties had mogen blijven, oordeelde toenmalig gemeentesecretaris en Ter Horsts partijgenote Marjanne Sint. De verantwoordelijk wethouder had volgens haar naar aanleiding van die affaires moeten aftreden.

Als burgemeester van Nijmegen profileerde Ter Horst zich als een bestuurder die, als het om regels gaat, tot de „preciezen” behoort. In 2004 baarde ze opzien met een nieuwjaarstoespraak waarin ze „nepotisme” in het ambtelijk apparaat aan de orde stelde. Ter Horst hamerde in haar ambtsperiode vooral op scherpe handhaving. Vorig jaar zomer liep ze zelf tegen de lamp – ze had met te veel drank op auto gereden. Dat incident, ze kreeg een rijontzegging van één uur en 220 euro boete, werd in eerste instantie door het college en de fractievoorzitters in de gemeenteraad binnenskamers gehouden, maar lekte toch uit.

Als burgemeester heeft ze herhaaldelijk stelling genomen tegen het beleid van haar voorganger Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD). Het echte werk gebeurt in de gemeenten, zei ze in oktober 2004. Maar die moeten dan wel het gevoel hebben dat ze serieus genomen worden.